Componist en producer Evelien Van Den Broek.

Foto Richard Ayres

Interview

‘Het is ongelooflijk hoe muzikaal diergeluiden zijn’

Soundscapes Evelien Van Den Broeks nieuwe album ‘Endlings’ gaat over ecologische rampspoed. Ze combineert instrumenten met diergeluiden. „Ja, het is een album met een boodschap.”

Zwaar gesnuif. Dito gehijg. Zo nu en dan een bronstige knor. Dat is hoe Sudan, het laatste Noordelijke witte neushoornmannetje ter wereld, akoestisch bewaard is gebleven voor het nageslacht. Op 19 maart 2018 kreeg het beest een spuitje (ouderdomskwalen), waarmee het lot van zijn soort voorgoed werd bezegeld.

„Toen ik het geluidsfragment voor het eerst afspeelde, was het alsof het dier midden in mijn studio stond”, zegt componist en producer Evelien Van Den Broek (1975). „Als je je vervolgens bedenkt dat de witte neushoorn bijna twee miljoen jaar heeft bestaan, en dat het hier dus eindigt. Ik vind dat een onthutsende gedachte.”

Van Den Broek gaf Sudan een prominente plek in Biophonica, een muzikale performance voor dierengeluiden, elektronica en de trompet van Mark Nieuwenhuis. Thema: de schrikbarende achteruitgang van de biodiversiteit door toedoen van de mens. Sinds 1970 voltrok zich de grootste daling sinds het uitsterven van de dinosauriërs. Niet voor niets spreekt een groeiend contingent wetenschappers van een zesde massa-extinctie.

Succesvolle première

Na een succesvolle première op November Music 2019 zou Biophonica in maart te horen zijn geweest tijdens festival Rewire. Corona gooide roet in het eten, maar Van Den Broek zat niet stil en destilleerde een album uit het materiaal. Vanaf vrijdag is Endlings verkrijgbaar via haar site en Bandcamp. Over een maand tevens via Spotify.

„Ja, het is een album met een boodschap”, vertelt Van Den Broek via Skype. „Ik vind het belangrijk dat mensen weten hoe het er met de aarde voor staat, en ik denk dat kunst een belangrijke bijdrage kan leveren aan die bewustwording. Muziek in het bijzonder.”

Natuurlijk kun je lezen over ecologische rampspoed, zegt Van Den Broek. Wetenschappelijke studies en krantenartikelen te over. Maar ernaar luisteren, dat is volgens haar een ander verhaal: „Geluiden ervaar je aan den lijve. Letterlijk. Klanken omgeven je, dringen je oren binnen en laten je lichaam resoneren. Geluid geeft je een gevoel van nabijheid en verbondenheid, alsof je fysiek op een plek aanwezig bent.”

Van Den Broek kan het weten. Na een studie muziektechnologie werkte ze aan een oeuvre dat opvalt door zijn caleidoscopische veelzijdigheid: van een experimenteel indiepopalbum als False Memories tot filmmuziek en installaties. Ook maakte ze audiowandelingen, waarin ze met geluid verhalen vertelt over verschillende plekken in Amsterdam.

Ook Biophonica grossiert in intieme een-tweetjes tussen klank en locatie. Luister naar het openingsdeel, ‘Rainforest’. Van Den Broek werkt er met opnames van een Costa Ricaans regenwoud. Je hoort een klankschap van gonzende insecten, amfibieën, vogelzang en de roep van een brulaap. Met je ogen dicht kun je de vochtige tropische warmte bijna voelen.

Deprimerende cijfers

Na een kort intermezzo van trompetsignalen en stomende elektronica een impressie van dezelfde plek na illegale houtkap: suizende wind en een eenzame vogel. Een voice-over presenteert de deprimerende cijfers: per jaar verdwijnt er 260 miljoen vierkante kilometer regenwoud van de aardbodem.

Lees ook: De mussen op viool, de specht op pauk

Nee, voor Biophonica vloog Van Den Broek niet uitgebreid de wereld over. Field recordings uit bestaande geluidsbanken boden een duurzamere oplossing. Ook werkte ze samen met wetenschappers en zocht ze contact met Bernie Krause, ooit studiomuzikant voor The Doors en The Byrds, later grondlegger van de Soundscape Ecologie.

In zijn bestseller The Great Animal Orchestra zet Krause nauwgezet de grondslagen van zijn onderzoeksgebied uiteen. Hoe iedere biosfeer haar eigen sonische signatuur heeft. En hoe analyses van die soundscapes een schat aan informatie opleveren over de diversiteit en het welzijn van een ecosysteem.

Voor Van Den Broek waren het vooral de akoestische kwaliteiten van de opnames die haar verbeelding aanwakkerden: „Het is ongelooflijk hoe muzikaal veel diergeluiden zijn. Vaak gebruik ik ze als een extra instrument. Omgekeerd heb ik met de elektronica juist dierlijke geluiden willen maken. Het is echt een organische hybride geworden.”

Waarvan akte in de slotmaten, een groovende samenspraak tussen trompet, fluitende synthesizers en de roep van de Hawaiiaans Kauai-o’O vogel. In het echt kreeg het virtuoos zingende beestje geen antwoord meer. Zijn soortgenootjes waren dood.