Grasmaaier maakt gazon van stadsnatuurreservaat

Ophef Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier ophef in de wetenschap. Deze week: een verwoeste tuin.

Het natuurreservaat is veranderd in een grasveld.
Het natuurreservaat is veranderd in een grasveld. Foto Hans van Rhoon

Zelfs de omheining van eikenhouten palen mocht niet helpen: net voor het pinksterweekend reed een gemeentelijke grasmaaier het Rotterdamse Stadsnatuurreservaat binnen en maakte de boel er met de grond gelijk. Vijfhonderd vierkante meter wilde bloemen – met onder meer grote ratelaar, dagkoekoeksbloem, gewone wespenorchis en oranje havikskruid – in één klap terugveranderd in een eentonig gazon. Weer net zo kortgewiekt als vijf jaar geleden, vóór de medewerkers van Het Natuurhistorisch het beheer overnamen.

„Destijds hebben we aan de gemeente gevraagd of wij het strookje groen naast ons natuurhistorisch museum mochten beheren”, vertelt adjunct-directeur Niels de Zwarte aan de telefoon. De afgelopen jaren ging dat goed. „Aan het einde van de zomer snoeiden we altijd met de zeis, en lieten dan het gemaaide gras nog liggen zodat insecteneitjes eruit konden vallen. We lieten zelfs een deel van het hoge gras jaarrond staan.” Maar nu had de gemeente een nieuwe groenbeheerder in dienst, vertelt De Zwarte, én was een van de eikenhouten palen van het reservaat omver gereden door een auto. „Dat heeft de man op de maaimachine per ongeluk aangezien als ingang.”

Welke planten er precies allemaal zijn verdwenen is onduidelijk. „We stonden net op het punt te beginnen met de vegetatie-inventarisatie.” Duidelijk is in ieder geval dat ook veel insecten de dupe zijn. „Een collega was net bezig met nachtvlinderonderzoek en had onder andere al de honingklavervouwmot en de vierkantvlekuil waargenomen.” Uit tellingen is verder bekend dat er 6 soorten libellen, 17 soorten wilde bijen en 28 soorten zweefvliegen voorkomen.

„Veel nestruimte is nog wel intact gebleven – de eikenhouten palen dienen als insectenhotels, en ligt er een hoop kaal zand waar zandbijen hun eitjes in kunnen leggen. Maar voor veel soorten is de voedselbron verdwenen, waardoor ze zullen wegtrekken naar andere gebieden.” In het naastgelegen Museumpark bloeien ook wel wat planten, zegt De Zwarte. „Alleen is de begroeiing daar veel monotoner, en vaak ook niet inheems.”

De gemeente heeft wel gebeld en excuus gemaakt. „En ze willen komen praten over het maaibeleid komende week, dat vind ik netjes. Misschien komt hierdoor op meerdere plekken in Nederland de discussie over maaibeheer op gang.” Het incident in het Natuurreservaat stond in ieder geval niet op zichzelf: half mei werd er in Amsterdam ook al per abuis een bloemrijke berm gemaaid.