Louise Vet

Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Ecologie-expert Louise Vet: ‘Corona toont aan dat ons economische systeem niet deugt’

De wereld na corona We sturen in onze economie op het verminderen van diversiteit, zegt emeritus hoogleraar evolutionaire ecologie Louise Vet. „Zo hebben we ons heel kwetsbaar gemaakt.” Ecosystemen leren ons hoe het beter kan.

Homo sapiens, de „meest destructieve en invasieve soort op deze planeet”, is de afgelopen maanden door een simpel virus op zijn plaats gezet. Dat schreef Louise Vet, hoogleraar evolutionaire ecologie aan de Wageningen Universiteit, onlangs in een column.

Ze vindt dat niet verbazingwekkend, schrijft ze ook. Je vraagt erom als je natuurlijke systemen zo aantast en uitkleedt als wij doen: dan creëer je tafeltje-dek-je voor je vijanden. Maar confronterend is het wel. Hoe „dit kleine monstertje” in korte tijd voor elkaar kreeg waar zoveel wetenschappers al jaren zo fel voor pleiten: in één klap kwam er een einde aan veel vervuiling, kelderde de uitstoot van broeikasgassen en leek de globalisering gestopt.

Louise Vet nam eind vorig jaar afscheid als directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en is sinds 9 mei officieel met emeritaat, maar veel maakt dat niet uit. Ze opereert nog steeds midden in een web van wetenschappers die strijden voor verduurzaming. Ze doet dat behalve op de universiteit ook als lid van Het Groene Brein, een netwerk waarin wetenschappers vanuit verschillende disciplines bedrijven helpen duurzaamheidsvraagstukken op te lossen („Ik snap niet dat niet meer wetenschappers daaraan meedoen”), in adviescommissies van de overheid, als medebedenker van het Deltaplan voor Biodiversiteitsherstel en, sinds vorig jaar, als bestuursvoorzitter van duurzaamheidsorganisatie Urgenda. Dat leverde haar onder meer een lintje op, en de eerste plaats in de lijst ‘Duurzame 100’ van dagblad Trouw.

‘Never waste a good crisis’, zo luidt het adagium. Daarom maakt NRC een serie interviews ‘De wereld na corona’ over de vraag: hoe kan de coronacrisis worden aangewend om de samenleving te veranderen? De interviews zijn niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar om denkrichtingen te bieden over hervormingen van (onder andere) de landbouw, globalisering, democratie, voedsel, kunst, technologie en toerisme.

„Het is belangrijk om te bouwen aan communities die samen stappen zetten”, zegt Louise Vet, die niet bang is dat ze daardoor haar wetenschappelijke onafhankelijkheid verliest. „Er wordt vaak gedacht dat wetenschap een soort lineair proces is dat begint met fundamenteel onderzoek, en dan een hele tijd niks tot er uiteindelijk een toepassing komt. Als dat een dun lijntje is en het breekt, dan kom je niet tot innovatie. Je moet werken in een kennisweb van mensen met verschillende disciplines en competenties, die al in een vroeg stadium met elkaar praten. Samen kom je verder.”

En dat is precies wat Vet al jaren doet. Het telefonische interview zat ingeklemd tussen verschillende videovergaderingen. Met Europese wetenschappers die EU-lidstaten – waaronder Nederland – waarschuwen om niet massaal in te zetten op het gebruik van biomassa om hun klimaatdoelen te halen, met Brusselse ambtenaren en politici, met de commissie-Remkes, waar ze lid van is, over het stikstofbeleid.

In uw column vraagt u zich af of het virus zal leiden tot „een werkelijke reset”, of dat we toch weer de verkeerde kant op zullen gaan. Waarom is dit een goed moment voor verandering?

„We zaten al in een periode van enorme turbulentie, omdat we – gelukkig – beseffen dat we tegen een klimaatcrisis aanzitten. Denk aan het IPBES-rapport van vorig jaar, over hoe droevig het gesteld is met de wereldwijde biodiversiteit, denk ook aan het Klimaatakkoord van Parijs. Elke keer doemt de vraag op of de wal het schip nu gaat keren. Uit de ecologische theorie weet ik dat er dan momentum ontstaat voor nieuwe dingen. Corona kwam daar nog eens bovenop.

„Mensen worden door elkaar geschud en kijken daardoor misschien met andere ogen naar het systeem zoals we dat hadden. Dit is een beter moment voor reflectie dan wanneer we druk bezig zijn met al onze dagelijkse dingetjes. Of het gaat gebeuren, durf ik niet te voorspellen. Maar ik zou zeggen: pak het moment om de wereld opnieuw vorm te geven zodat die beter in elkaar komt te zitten. Gebruik daarvoor de miljarden die nu vrijwel zonder voorwaarden worden uitgedeeld.”

U had het over een ecologische theorie. Op welke theorie doelt u?

„Op wat ecologen als C.S. Holling en Marten Scheffer hebben geschreven. Ik heb daar vorig jaar over gesproken in mijn duurzame troonrede. In elk systeem, of dat nou ecologisch is, sociaal of economisch, zit een opbouw en een cyclus. In de ecologie kan dat beginnen met de kale bodem en een opeenvolging van plantensoorten. Daarin ontstaan dominante soorten, die zo’n systeem uiteindelijk rigide maken en dus steeds kwetsbaarder. Voor maatschappelijke fenomenen is dat niet anders. Een keer gaat het knallen. Als dat gebeurt, zakt alles in elkaar en moet het opnieuw beginnen.”

Is het coronavirus zo’n knal?

„Wat het virus aantoont, is dat het systeem kwetsbaar is geworden. En dat we in de verkeerde hoek zitten. Dan krijg je een crisis. En dan begint er een situatie met grote onduidelijkheid en een verscheidenheid aan mogelijkheden, terwijl de toekomst nog onvoorspelbaar is. Daar zitten we nu middenin. Dat zaten we al, en het virus heeft dat nog eens versterkt. Er komt ruimte voor wilde innovatie. Hoe gaan we de energietransitie oplossen? Hoe maken we een einde aan de biodiversiteitscrisis? Bestaande bedrijven proberen de status quo nog te handhaven, maar er komen allerlei nieuwe ideeën naar boven, variërend van een waterstofeconomie tot korte ketens in het voedselsysteem – tot er iets opstaat wat het dan moet gaan worden.”

Het is geweldig dat de lucht nu een stuk schoner is en de uitstoot van broeikasgassen daalt. Maar kijk eens met welke sociale en economische pijn dat gepaard gaat. Is het dat waard?

Lees ook dit verhaal over de Nederlandse biodiversiteit

„Ik beweer: het systeem was niet goed. Daar zit de pijn. Juist daarom moeten we naar een sociaal-economisch systeem dat veel minder kwetsbaar is. Ik ben niet tegen globalisering, maar wel tegen het type globalisering dat vernietigend werkt.

We hebben een economie opgebouwd waarin we keihard sturen op het verminderen van diversiteit. Efficiency, kostenreductie, minimale voorraden, één toeleverancier, weinig afzetmarkten. Dat geeft allemaal zwakte in het systeem. Om het toe te lichten met een ecologische metafoor: in veerkrachtige ecologische systemen zitten heel veel kleine verbindingen, waarvan je in eerste instantie misschien zou zeggen dat ze er niet zo veel toe doen. Maar diversiteit geeft risicospreiding. Als het dan een keer misgaat, blijft er altijd wel iets over om mee verder te kunnen. Wij zijn van diversiteit naar monotonie gegaan, van specialisatie naar hyperspecialisatie. Zo hebben we ons heel kwetsbaar gemaakt.”

Louise Vet noemt het agrarische systeem als voorbeeld van hoe het mis kan gaan. Maandag verschijnt het eindrapport van de commissie-Remkes die de regering moet adviseren over het stikstofbeleid. „Als commissielid kan ik daar natuurlijk nog niks over vertellen”, zegt Vet. „Ik kan al wel zeggen wat mijn visie is: breng de diversiteit terug, zodat je werkt mét de natuur in plaats van tégen de natuur. De landbouw is nu alleen gericht op maximalisatie van productie, en daarbij vergeten we allerlei andere functies.”

Zoals?

„Chemische bestrijding van een insectenplaag is werken tegen de natuur. Je kunt beter de vijanden van die insecten bevorderen en die voor ons het werk laten doen. Of neem de bodem, die moet niet alleen landbouwproducten leveren, maar ook water kunnen vasthouden, klimaat-adaptief worden. Die bodem leeft, zit vol met allerlei micro-organismen zoals waardevolle schimmels en bacteriën. Die bodem heeft niet alleen kunstmest nodig – stikstof, fosfaat en kalium – maar is een zeer complex systeem met allerlei verbindingen, allerlei micronutriënten, allerlei interactie boven en onder de grond, die we kunnen inzetten om onze gewassen gezond en sterk te houden.

Lees ook dit opiniestuk over gezonde landbouwgrond

„Die diversiteit van de bodem moet je koesteren. Dat is de basis van een goede interactie tussen landbouw en natuur. Dat inzicht hebben we verloren. En dat moet terug. We moeten geld investeren in het omturnen. Ik ben niet voor het uitkopen van boeren, ik ben voor een transitie van hoe ze werken.”

U pleit voor meer samenhang, maar hoe bereik je die?

„Door eerst een stip aan de horizon te bepalen en door je dan af te vragen hoe je samen bij die stip kunt uitkomen. Dat is wat er fout ging bij het energie-akkoord en bij de klimaattafels. Dat is het typisch Nederlandse polderen: jij een beetje minder, ik een beetje minder en dan zet je er je handtekening onder en ga je je daar tot in lengte van jaren aan houden. Dat vind ik verkeerd. Dan ontbreekt de ruimte voor wetenschappelijke dynamiek en voor voortschrijdend inzicht.”

En wie bepaalt waar die stip moet komen?

„Daar heb je volgens mij een wetenschappelijke onderbouwing voor nodig. En die kan – ja sorry, het is mijn vakgebied – alleen maar komen uit een ecologische redenering. Zo gek is dat niet. Ik zeg altijd dat het natuurlijke systeem met zijn 3,8 miljard jaar aan research and development de toets der kritiek glansrijk heeft doorstaan.

„Als je dat vergeet, ga je domme dingen doen. Zoals het kappen van bossen voor biomassa om energie op te wekken. Daarvan kun je met zekerheid zeggen dat dat niet zal leiden tot herstel van het natuurlijk kapitaal. En dat kapitaal is de basis van onze economie. Je hebt helemaal niks aan je goud en je geld als je geen schone lucht meer hebt, geen vruchtbare bodem, geen schoon water en geen grondstoffen. Want we hebben alleen maar dit ene bolletje. Dat moeten we in een goede staat houden.”