Opinie

Doen wat we vroeger deden

Dagboek Coronavirus

Normaal doen is ingewikkeld geworden. Planning, inspanningen en investeringen zijn nodig om weer enigszins te mogen doen wat een paar maanden geleden doodgewoon was.

Stella is haar galerie aan het heropenen, maar voordat zij één klant kan ontvangen, moet ze de richtlijnen en normen voor de ontsmetting en ventilatie bestuderen en implementeren. Ze moet plakkaten ophangen met regels en waarschuwingen. Haar airconditioningsysteem moet worden aangepast. Ze heeft offertes aangevraagd voor sterilisatiemachines op basis van stoom en ozon. Ze moet bestuderen of deze systemen de schilderijen niet beschadigen.

En het lijkt opeens helemaal niet meer zo normaal om ernaar te streven om te doen wat we vroeger deden. Een fysieke winkel in een dure straat, waar potentiële klanten in contact treden met verkopers en de uitgestalde waren bewonderen en beduimelen, lijkt een relict uit een andere tijd, mooi en nutteloos als een landingstoren waaraan zeppelins kunnen aanleggen.

Stella’s baas in Milaan is een ambitieuze ondernemer, die nog sneller denkt dan hij praat en zijn leven handsfree bellend in zijn Porsche zin geeft. Zelfs voor zijn moeder heeft hij geen tijd. Stella sprak hem om de heropening te coördineren.

„Weet je wat het is, Stella?” zei hij. „Ik heb de afgelopen maanden tijd gehad om na te denken en ik heb ingezien dat er belangrijkere dingen zijn dan targets en omzetmaximalisatie. Ik heb besloten om langzamer te leven. Dus neem je tijd.”

Deborah, de uitbaatster van Caffè Letterario op Piazza delle Erbe, zei gisteravond iets vergelijkbaars: „Kun je je herinneren dat we vroeger op school maandenlang zomervakantie hadden? Ze voelde ik me tijdens de quarantaine. Ik voelde mij weer twaalf. Ik kon doen waar ik al jaren niet aan was toegekomen. Ik had het nodig. Ik had te hard gewerkt. Het moet niet weer zo worden als het was.”

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.