De tomeloze energie van ‘Miss Elly’

Necrologie In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Burgemeester Elly Coenen-Vaessen (1932-2020) begon haar carrière als lerares en diëtiste.

Elly Coenen-Vaessen als burgemeester in 1986 en (links) als jonge vrouw in 1953.
Elly Coenen-Vaessen als burgemeester in 1986 en (links) als jonge vrouw in 1953.

Wie midden jaren tachtig halverwege de vijftig was, dacht vaak al voorzichtig aan de vut. Elly Coenen-Vaessen begon nog aan iets nieuws: een burgemeesterschap, in het Limburgse Nuth. Een beetje uitbollen in dat ambt stond haaks op haar persoonlijkheidsstructuur: ze wilde iets bereiken en betekenen voor de mensen.

De bijnaam ‘Miss Elly’ die ze in Nuth kreeg, naar Miss Ellie, de moeder van de Ewings uit de destijds populaire tv-serie Dallas, droeg ze met trots. Maar sommigen noemden de enige vrouwelijke burgemeester in Zuid-Limburg ook „de houthakker” wegens de resolute manier waarop ze de voorzittershamer hanteerde. Ze liet niet met zich spotten: „Als een collega-bestuurder mij als een soort ‘Mientje’ ziet zitten, dan voel ik dat onderhuids, dan tintelt het.”

Elly Coenen-Vaessen werd geboren in Bocholtz, een Zuid-Limburgs dorp aan de Duitse grens op een steenworp afstand van Aken. Ze was de oudste van negen kinderen. Vader was boer, en liet zich daarnaast gelden in de lokale en provinciale politiek en andere besturen. Moeder duwde door dat ook de twee dochters konden doorleren. Geen enkel ander meisje in Elly’s klas mocht dit. „Het schiep verplichtingen voor latere jaren”, vertelt haar dochter Miriam. „Je moest je talenten gebruiken.”

Coenen ging naar de hbs en leerde daarna voor lerares in het huishoudonderwijs. Later volgde ze nog een opleiding tot diëtist. Ze behoorde tot de eerste afgestudeerden in dat vak.

Ellu Coenen-Vaessen als jonge vrouw in 1953.

Foto privé-archief

Met haar man Toine, een ingenieur die ze tijdens haar studie had leren kennen, verhuisde ze naar Den Haag. Daar bleef ze werken, in die tijd allerminst een vanzelfsprekendheid voor een getrouwde vrouw.

Toine kreeg een baan bij het Amerikaanse aluminiumbedrijf Alcoa. Samen verhuisden ze naar Pittsburgh, waar hij een interne opleiding volgde. Alles in de Verenigde Staten was indrukwekkend en groot voor een jong paar uit een schraal wederopbouwland. Ze maakten er ook de verkiezingscampagne van presidentskandidaat John F. Kennedy mee. Daarna volgden nog zes jaar in Suriname.

Na terugkeer in Nederland ging Coenen, inmiddels moeder van twee, weer aan het werk. Ze werd ook actief in het wijkwerk in haar nieuwbouwbuurt in Maassluis. Daar viel ze op bij de lokale VVD. Coenen werd raadslid, lid van Provinciale Staten en van het landelijk partijbestuur. „In welke commissie zit je nu weer?”, klonk het als haar activiteiten zich weer eens uitbreidden. „Ze had een tomeloze energie”, zegt dochter Miriam.

„Toen ze eenmaal wethouder was, maakte ze er in kleine kring ook geen geheim van dat ze nog eens burgemeester wilde worden”, zegt partijgenote Liesbeth Snoeck-Schuller. „Elly maakte een lijstje met aantrekkelijke regio’s. Haar geboortestreek zat daarbij.”

Snoeck volgde Coenen op als wethouder in Maassluis en kreeg later ook de ambitie om burgemeester te worden. „Ik belde haar op en vroeg: ‘Zou ik dat kunnen?’ Elly’s antwoord was kort: ‘Ik wil je pas weer horen, als je het bent geworden’.”

Zelf kreeg Coenen als burgemeester al snel te maken met een door actiegroep RaRa opgeëiste, grote brand in de Makro in Nuth. Behalve om crisismanagement vroeg dit ook om oplettendheid, omdat omliggende gemeenten de vestiging graag herbouwd zagen worden op hun grondgebied. „Elly liet zich gelden als een stevige tante, die wist waar ze naartoe wilde”, herinnert Jan Mans zich. Mans, later burgemeester van Enschede en toen nog van Meerssen en Kerkrade, leerde haar kennen in regionale overleggen. „Bij flink wat verdeeldheid trad ze op als hoeder van de goede verhoudingen en nam ze spanningen weg met een kwinkslag of slimme interventie.”

Huub Kockelkoren, raadslid en wethouder voor de PvdA in Nuth, leerde haar om die reden waarderen. „In het begin was ik argwanend, ook omdat ze van de VVD was. Maar ze had een sociaal hart en was altijd duidelijk. Onderling spraken we dialect. Zij noemde mij jong [jongen]. Ik haar maedje [meisje].”

In integriteitsaffaires trad ze stevig op, ze greep in na fraude in een plaatselijk bejaardenhuis, waarbij ook een raadslid was betrokken. Toen haar locoburgemeester later werd verdacht van het ronselen van volmachten om te stemmen, vroeg ze justitie om een onderzoek. De rechter vond uiteindelijk onvoldoende bewijs.

Na haar pensionering in 1997 bleef Coenen in Zuid-Limburg. Daar zou ze tot haar tachtigste op allerlei plekken besturen.

Coenens laatste jaren waren niet haar meest aangename. Haar man werd ziek. Ze stond erop hem zelf te verzorgen tot het einde. Het trok een zware wissel op haar gezondheid. In de jaren daarna ging haar ijzersterke geheugen gebreken vertonen. Uiteindelijk werd opname in een verzorgingshuis in Heerlen onvermijdelijk. Daar sloeg dit voorjaar het coronavirus toe. Coenen sliep er op 8 april rustig in.