Recensie

Recensie

De kleine broer van het Maupoleum

Architectuur / Nauwe verwanten Een kort, ellendig leven had het Maupoleum aan de Jodenbreestraat. Maar nu heeft Amsterdam een nieuw Maupoleum.

Foto Herman Bunzing

Knalhard ‘neobrutalistisch’ is het nieuwe appartementenblok in de Fokke Simonszstraat. De straatgevel van het bijna 50 meter lange blok met 19 woningen bestaat uit een raster van dikke balken van ruw beton oftewel ‘béton brut’, het soort materiaal waar Le Corbusier en andere ‘brutalistische’ architecten verzot op waren in de jaren 1950-1980. Op het eerste gezicht lijken de balken allemaal hetzelfde, maar wie goed kijkt, ziet dat de staande balken naar boven toe steeds iets breder worden.

Afgezien van dit subtiele, nauwelijks zichtbare grapje – normaal gesproken zijn de onderste kolommen van een gebouw juist het dikst omdat die de zwaarste last moeten dragen – is het raster genadeloos monotoon. Heel veel tijd om de straatgevel van het blok te ontwerpen zal het Ronald Janssen Architecten niet hebben gekost: in 62 van de 64 vakken van het betongeraamte zijn, iets schuin ten opzichte van het skelet, grote glasplaten in bruine lijsten gezet. Twee rechthoeken op de begane grond dienen als ingang van het appartementenblok. En op de vierde en bovenste etage zijn acht vakken naar achteren gezet, zodat het lijkt alsof het blok vier kloeke dakkapellen heeft.

Het neobrutalistische blok, dat in de plaats kwam van een dagopvang voor daklozen, is een radicale breuk met de historiserende architectuur waarmee de gaten in de oude binnenstad de afgelopen decennia meestal zijn gevuld. De gewoonte om in het centrum keurig aan de oude omgeving aangepaste gebouwen neer te zetten begon een kwart eeuw geleden na het debacle van De Kolk, het grote winkel-, kantoor- en woningencomplex aan de Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk. Al bij de oplevering in 1996 leek De Kolk met zijn schots en scheve, ‘deconstructivistische' vormen uit elkaar te vallen. Enkele jaren later, toen de eigenaar van het complex het een wat minder bouwvallig aanzien probeerde te geven, riep Het Parool het uit tot ‘het lelijkste gebouw van Amsterdam’.

Modern was morele plicht

Vóór de mislukking van De Kolk was het in Amsterdam decennialang juist gebruik om nieuwbouw in het historische centrum scherp te laten contrasteren met de oude omgeving. Vooral in de jaren zestig en zeventig, toen de gemeente Amsterdam plannen maakten om een groot deel van de 17de-eeuwse stad te slopen en dwars door het oude centrum brede snelwegen aan te leggen, was historiserend bouwen vrijwel taboe in Amsterdam. Op een enkele eigenwijze uitzondering na, die zich niets aantrok van de tijdgeest, beschouwden architecten het toen als hun morele plicht om ‘modern’ en ‘eigentijds’ te bouwen en ook in de oude stad te laten zien dat het heden radicaal verschilde van het verleden.

Hun meedogenloze skelettenkolos oogt op zonnige dagen nog doodser

Klein Maupoleum: nieuw appartementencomplex aan de Fokke Simonszstraat. Foto Herman Bunzing

Met hun lange, eentonige woonblok sluiten Ronald Janssen Architecten nadrukkelijk aan op de modernistische traditie van vijftig jaar geleden. Hun meedogenloze skelettenkolos, die op zonnige dagen door de neergelaten zonweringen achter de ramen nog doodser oogt dan op grijze dagen, misstaat in de rommelige Fokke Simonszstraat met zijn kleine en grotere gebouwen in velerlei stijlen uit vooral de 19de en 20ste eeuw.

Maupoleum (Burgemeester Tellegenhuis, architect Zanstra en De Clercq Zubli, 1971). Foto Stadsarchief Amsterdam

Ongetwijfeld hebben Ronald Janssen Architecten het woonblok bedoeld als een statement tegen de overvloed aan ‘tuttige’, historiserende nieuwbouw in de Amsterdamse binnenstad in recente jaren. Maar ironisch genoeg is hun neobrutalisme nauwelijks minder historiserend dan bijvoorbeeld neotraditionalisme. Hun woonblok in de oude leerlooiersbuurt is immers de kleine broer van het Maupoleum, het bruutste brutalistische gebouw van Amsterdam dat van 1971 tot de afbraak in 1994 in de oude Jodenbuurt stond. Zelfs de ‘dakkapellen’ van het Maupoleum zijn teruggekeerd in het blok in de straat tussen de Reguliers- en Vijzelgracht.

Lelijkste gebouw van Nederland

Officieel heette het Maupoleum in de Jodenbreestraat het Burgemeester Tellegenhuis. Maar al gauw na de oplevering kreeg de 180 meter lange doos met zijn betonnen rastergevels van de Amsterdammers de bijnaam Maupoleum, een samentrekking van masoleum en Maup, de roepnaam van de Amsterdamse vastgoedmagnaat Maurits Caransa (1916-2009) die het ‘huis’ mede had gefinancierd.

Een kort en ellendig leven had het Maupoleum. De galerij met winkels van groothandeleren in stoffen op de begane grond werd een toevluchtsoord voor de talrijke junkies in de Nieuwmarktbuurt. De kantoren erboven werden voornamelijk gehuurd door de Universiteit van Amsterdam en bleken ongeschikt voor het geven van onderwijs. In 1987 bestempelde Het Parool het lugubere Maupoleum tot het lelijkste gebouw van Amsterdam, zeven jaar later werd het na een enquête van de TU in Delft zelfs uitgeroepen tot het lelijkste van Nederland.

Lees ook: Monument van hoogmoed verdwijnt

Vlak voor de sloop begon, vertelde Piet Zanstra (1905-2003), de architect van het Maupoleum in deze krant dat hij het nog steeds een mooi gebouw vond. Dat het grote publiek het afgrijselijk vond, weet hij aan pech. Het Maupoleum was bedoeld als eerste van een stuk of twintig kantoorkolossen langs de snelweg die de gemeente dwars door de Joden- en Nieuwmarktbuurt wilde aanleggen, legde hij uit. Maar na een volksopstand en de heftige Nieuwmarktrellen in 1975, gericht tegen die plannen, werd de voltooiing van de snelweg afgeblazen.

Zo werd het Maupoleum volgens Zanstra een mooi brutalistisch gebouw op de verkeerde plek. Voor hun kleine Maupoleum in de Fokke Simonszstraat kunnen Ronald Janssen Architecten zich niet beroepen op zulke historische pech.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.