De Amerikaanse legertop wijst Trumps krijgsretoriek af

President en leger De Amerikaanse president Trump dreigde betogers met inzet van het leger. In militaire kringen klinkt hierop meer kritiek dan binnen zijn eigen partij.

President Trump na zijn omstreden bezoek aan St. John’s Church. Defensieminister Esper en hoogste militair Milley namen later afstand van het bezoek.
President Trump na zijn omstreden bezoek aan St. John’s Church. Defensieminister Esper en hoogste militair Milley namen later afstand van het bezoek. Foto Brendan Smialowski/AP

Binnen de Amerikaanse strijdkrachten is deze week ongemak ontstaan over de rol die president Trump ziet weggelegd voor het leger bij het handhaven van de orde op straat. Op ongebruikelijk onverbloemde wijze liet een reeks topgeneraals en Pentagon-functionarissen deze week blijken dat militairen niet op eigen bodem ingezet zullen worden. De legertop distantieerde zich zo openlijk van zijn opperbevelhebber.

Sinds bijna twee weken wordt in de VS landelijk gedemonstreerd tegen racistisch politiegeweld. Nadat sommige protesten uitmondden in rellen en plunderingen, mobiliseerden gouverneurs reservisten van de nationale garde. Daarmee is de ordehandhaving in verscheidene staten al deels gemilitariseerd. Het leger lijkt echter een lijn te trekken bij de inzet van militairen in actieve dienst, zoals Trump maandag dreigde.

Traangas en flitsgranaten

Directe aanleiding is een veel bekritiseerde politiecharge in Washington, maandagavond. Op last van het Witte Huis werd toen een geweldloze betoging in een park uiteengejaagd met traangas en flitsgranaten. Dit maakte het pad vrij voor Trump om naar de St. John’s Church te lopen en daar – met bijbel in de hand – te poseren. Hij maakte dit wandelingetje met onder anderen defensieminister Mark Esper en voorzitter van de verenigde chefs van staven Mark Milley. Beiden namen in de dagen erna afstand van het incident – en dus van het Witte Huis.

„Elke Amerikaanse militair heeft per eed trouw gezworen aan de grondwet en de waarden die zij belichaamt”, schreef generaal Milley dinsdag aan de commandanten van alle legeronderdelen. Hij zette de brief een dag later op Twitter, inclusief handgeschreven voetnoot: „We blijven die eed en het Amerikaanse volk trouw.” Het hoofd van de landmacht noemde het in een eigen tweet een legertaak om het „grondwettelijk recht van mensen om vreedzaam bijeen te komen te beschermen”.

Bijna gelijktijdig nam minister Esper in een tv-optreden afstand van zijn politieke baas. Maandag had hij Trump nog gevolgd door gouverneurs te manen „het slagveld te domineren” bij de aanpak van relschoppers. Woensdag toonde hij berouw voor die oproep en zei hij dat militairen in actieve dienst alleen als „laatste redmiddel en in uiterste nood” binnenlands ingezet worden. Ook claimde hij vooraf „geen weet te hebben gehad” van Trumps plan voor een fotomoment bij de St John’s Church.

Voorgangers van Milley en Esper waren nog veel scherper in hun kritiek. Zo gaf generaal b.d. Jim Mattis, van begin 2017 tot eind 2018 Trumps eerste minster van Defensie, een vlammende verklaring aan The Atlantic waarin hij de president verweet „een loopje te nemen met de grondwet”.

Ook twee ex-voorzitters van de verenigde chefs van staven klommen in de pen. Mike Mullen waarschuwde dat door Trumps „openlijke dédain voor het recht op vrij protest” het „risico ontstaat dat onze mannen en vrouwen in krijgsdienst verder gepolitiseerd worden”. Martin Dempsey noemde Trumps woorden „extreem gevaarlijk”. „Amerika is geen slagveld. Onze medeburgers zijn niet de vijand.”

Witte Huis tot vesting gemaakt

Uit legerkringen klinkt zodoende meer kritiek op de krijgsretoriek van de president dan uit diens eigen partij. Alleen twee Republikeinse senatoren die bekendstaan als critici van de president, prezen Mattis’ boze verklaring. Mitt Romney en Lisa Murkowski noemden deze respectievelijk „verbluffend en krachtig” en „waarachtig, eerlijk, nodig en nogal te laat”.

Murkowski zei dat ze „worstelt” of ze Trump bij de verkiezingen van november moet steunen. Hierop werd de senator uit Alaska gelijk door hem aangevallen. De president riep Republikeinen op Murkowski over twee jaar uit te dagen bij de voorverkiezingen. Hij zal zelf campagne tegen haar voeren, beloofde hij. Het toont de electorale risico’s voor partijgenoten om zich tegen Trump uit te spreken.

Ook de positie van minister Mark Esper lijkt wankel. Amerikaanse media meldden dat Trump al om een lijst met potentiële opvolgers heeft gevraagd. Een van de namen daarop zou die van Tom Cotton zijn. De Republikeinse senator publiceerde deze week in The New York Times een (ook op de redactie zelf) omstreden opiniestuk onder de kop ‘Zet de troepen in’.

Ratjetoe aan politie

Geen enkele gouverneur heeft echter al om extra militairen gevraagd en door Trump naar Washington gedirigeerde manschappen blijven op kazernes buiten de hoofdstad. Wel is het Witte Huis veranderd in een vesting van hekwerken. Ook patrouilleert in de omgeving, tot onvrede van de Democratische burgemeester, een ratjetoe aan politie- en federale ordehandhavers, van wie een deel weigert zich te identificeren. Het gaat onder meer om cipiers en om antinarcotica-agenten, die vallen onder minister van Justitie Barr, Trumps loyaalste steunpilaar.

Woensdagavond suste de president dat „het er aan ligt, maar ik denk dat we het leger niet nodig hebben”. Donderdag echter zei het Witte Huis „dat alle opties nog op tafel liggen”. Dit weekeinde is nieuw protest gepland.