Burgemeesters appen zoals ze praten. En dat is riskant

Crisiscommunicatie Wat vinden burgemeesters van het appverkeer tussen Halsema en Grapperhaus? „Ik wil niet elke tel van de dag moeten nadenken over wat ik opschrijf.”

Femke Halsema passeert Ferd Grapperhaus tijdens een bijeenkomst over Corona in Utrecht.
Femke Halsema passeert Ferd Grapperhaus tijdens een bijeenkomst over Corona in Utrecht. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Karel Loohuis (61) is „van nature” een burgemeester die zijn contacten het liefst persoonlijk ziet. Hij zoekt ze thuis op. Of ze komen langs op het stadhuis in Hoogeveen. Hij appt weinig en mailt beperkt, zegt hij. Vertrouwelijke gesprekken voert de burgemeester niet via Whatsapp of per mail, vertelt Loohuis telefonisch. „Ik realiseer me altijd dat die openbaar kunnen worden gemaakt.”

Dat bleek donderdagmiddag. Een app-ruzie tussen de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) en minister van justitie, Ferd Grapperhaus (CDA), over de drukbezochte demonstratie van maandag tegen politiegeweld, werd donderdag plotseling gepubliceerd door het ministerie van Justitie.

Diezelfde avond stond Grapperhaus kalmpjes de Kamer te woord. Zijn boodschap: niks aan de hand, communicatie in crisistijden is soms „hoekig”, even goeie vrienden – „Ik slaap er niet slechter van.”

Toch komt het weinig voor dat buitenstaanders meelezen met bestuurders. Dwingt dit politici tot meer voorzichtigheid? En hoe voorkomen ze uitglijders?

Lees ook: Grapperhaus relativeert de app-aanvaring met Halsema

Tot begin 2019 werd appverkeer tussen bestuurders als geheim beschouwd. Na jarenlang gesteggel tussen journalisten en ambtenaren oordeelde de Raad van State in maart 2019 dat appjes en smsjes ook onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vallen. Iedereen in Nederland kan sindsdien berichten opvragen van ministers en burgemeesters.

In de praktijk gebeurt dat weinig, zegt Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden. Er is een „grijs gebied” waarin het onduidelijk is of en hoe app-berichten worden opgeslagen. Gevoelige communicatie vindt vaak plaats in afgeschermde kanalen die je makkelijk leeg kunt maken, zegt Voermans. Vaak komt een ministerie met het argument dat bepaalde berichten gewist zijn of onvindbaar, volgens hem. „Het is aan de verzoeker om bij de rechter aan te tonen dat die berichten er nog zijn. Dat is als Godsbewijs vinden: onmogelijk.”

De apps die Grapperhaus donderdag vrijgaf kwamen niet na een Wob-verzoek, maar na een vraag van PVV-Kamerlid Geert Wilders. In het parlement geldt het informatierecht dat verder reikt dan een Wob-verzoek. De Wob kent weigergronden waar het informatierecht aan voorbij kan gaan, bijvoorbeeld als het gaat om intern beraad van ambtenaren.

Burgemeesters reageren wisselend op de app-discussie tussen Halsema en Grapperhaus. Over één ding zijn ze het eens: het is knap „ongemakkelijk” als een appgesprek ineens openbaar is. Het probleem, zeggen zij: politici appen vaak snel tussen de bedrijven door. Tijdens vergaderingen. Op belangrijke momenten. In situaties dat een collega niet bereikbaar is. Of in een (plas)pauze. Context ontbreekt vaak: als berichtjes openbaar worden, krijgen ze ineens een andere lading.

Ahmed Marchouch, burgemeester van Arnhem: „Je kunt er vaak van alles in lezen.”

Arjen Gerritsen, burgemeester van Almelo, „We appen zoals we praten, continu de vingertop op de knop.”

Marcouch is op dit gebied ervaringsdeskundige. Medio vorig jaar liet hij zich in dagblad De Gelderlander kritisch uit over een imam uit de regio. De imam had een „salafistische signatuur”, zo meldde Marcouch aan de moskee. De moskee luisterde naar de burgemeester en ging niet met de man in zee. Daarop spande de imam een rechtszaak aan tegen Marcouch. Ook het onderlinge app-verkeer tussen Marcouch, een medewerker van de gemeente en met het bestuur van de moskee werd openbaar.

„Daar zat ik natuurlijk niet op te wachten”, zegt Marcouch. Het was veel werk, zegt hij. Zelf wisselde hij „enkele” berichten uit, maar de medewerker van de gemeente en de moskee hadden veel heen en weer geappt. Uiteindelijk kreeg hij op praktisch alle punten gelijk van de rechter, zegt hij, „maar het informele appen krijgt dan ineens een heel formeel karakter.”

Wat is er nou zo schadelijk?

Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad, vindt het „te ver gaan” dat de conversatie tussen Halsema en Grapperhaus openbaar werd, zegt hij in De Gelderlander. En volgens Liesbeth Spies, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en burgemeester van Alphen aan den Rijn, legt het openbaren van appjes „extra druk op het contact tussen mensen die actief zijn in het openbaar bestuur”, zei zij vrijdag tegen persbureau ANP. „We moeten oppassen dat dit ons functioneren niet negatief gaat beïnvloeden.”

Zo’n vaart zal het niet lopen, denkt Marcouch. „Ik heb niet het idee dat iedereen paranoia is.” Bovendien, zegt Gerritsen, laat de app-conversatie zien dat bestuurders mensen zijn. „Wat is nou zo schadelijk aan dat gesprek?”

Karel Loohuis hoopt dat het opvragen van app-gesprekken niet het „nieuwe politieke middel” wordt om collega’s de maat te nemen. „Ik wil niet elke tel van de dag na moeten denken over wat ik opschrijf.” Bruls vraagt zich in De Gelderlander af of hij een telefoon moet nemen waarmee hij versleutelde berichten kan versturen – een apparaat dat criminelen ook gebruiken. De Raad van State oordeelde vorig jaar dat het soort telefoon (werk/privé) niet uitmaakt, maar dat het erom gaat dat het doel van de communicatie werkgerelateerd is.

Loohuis vreest voor een averechts effect bij het publiek maken van app-gesprekken. Als politici zich via de telefoon niet veilig voelen, zullen ze mogelijk de toevlucht nemen tot „achterkamertjespolitiek”, zegt hij. Dat gaat ten koste van de transparantie, zegt Loohuis. „Als het zover komt, moet ik een nieuwe functie zoeken.”