Reportage

Amerikaanse middenklasse: ‘Zwarte mensen zijn bang voor de politie in dit land’

Verenigde Staten Fairwood in Maryland is een wijk voor de hogere middenklasse. De meeste inwoners zijn zwart. Zij worden bovengemiddeld hard getroffen door de economische én de coronacrisis. En ook zij vrezen de politie, elke dag.

Speeltuin in Fairwood, een wijk voor de hogere middenklasse in Bowie, Maryland. De voornamelijk zwarte bewoners worden bovengemiddeld getroffen door de huidige crisis.
Speeltuin in Fairwood, een wijk voor de hogere middenklasse in Bowie, Maryland. De voornamelijk zwarte bewoners worden bovengemiddeld getroffen door de huidige crisis. Foto Michel du Cille/Getty

Toen Kris Marsh in Fairwood kwam wonen, in 2009, zocht ze meteen een zwembad op. Ze is gek op zwemmen. In haar badpak – „echt een sportbadpak” – en met haar brilletje en badmuts op liep ze naar de rand van het bassin. Komt de badmeester aanlopen. Of ze wel kon zwemmen? „Er bestaat namelijk een stereotype dat zwarte mensen niet zwemmen.” Marsh dook in het water en heeft een uur achter elkaar baantjes getrokken. „Ik was kapot.”

Marsh heeft twee tuinstoelen op twee meter afstand van elkaar in de garage gezet. Op de met hout betimmerde muren staan opbeurende leuzen (‘je huis is even mooi als je hart’) van haar vrienden. Tijdens het gesprek komt de ene FedEx-vrachtauto na de andere UPS-bus spullen bezorgen in de wijk. Haar buurman parkeert zijn Lexus-cabriolet op de oprit. Fairwood, in Bowie, Maryland, is een typische 21ste-eeuwse wijk voor de hogere middenklasse. De toegangsweg is gemarkeerd door bakstenen sokkeltjes met een elegante F erop. De ingang is tevens de uitgang; alle straten lopen hier dood op een rotonde die je weer naar buiten leidt. Het geurt naar gemaaid gras en ’s avonds naar houtvuur. In films is zo’n wijk de gestolde American Dream. Alleen zijn in films de inwoners meestal voornamelijk wit, in Fairwood zijn de meeste zwart.

Lees ook: Trump houdt toespraak over geweld, maar zwijgt over racisme

Toen Marsh dit huis in 2009 kocht, met financiële steun van haar ouders, was de huizenmarkt net ingestort door de hypotheekcrisis. Zodoende kon zij zich deze woning met vijf slaapkamers en drie badkamers veroorloven. De waarde is sindsdien flink gestegen, zegt ze. „Maar als je ditzelfde huis zou willen kopen in Montgomery, het aangrenzende district, zou je anderhalf, misschien twee keer zoveel moeten betalen.” Waarom? „Omdat daar de meerderheid van de bewoners wit is.”

Dat is waarom we hier zitten. Bijna twee weken lang heerst er nu sociale onrust in de Verenigde Staten. Op maandag 25 mei arresteerden vier politieagenten de zwarte George Floyd in Minneapolis, ze sleurden hem tegen de grond en drie van hen gingen bovenop hem zitten. Een van de agenten zette zijn knie op Floyds nek en hield die daar 8 minuten en 46 seconden, tot er geen leven meer in Floyd zat. Sindsdien zijn in het hele land demonstranten de straat op gegaan. Ze protesteren tegen politiegeweld dat bovengemiddeld vaak zwarte Amerikanen treft. Maar ze protesteren ook tegen de bredere werkelijkheid van sociale ongelijkheid – een ongelijkheid die niet te verklaren is zonder het verschil in huidskleur in aanmerking te nemen.

Als ze elk jaar moeten oefenen in het besturen van de patrouillewagen, elk jaar moeten trainen met hun vuurwapen, dan mogen ze toch ook elk jaar oefenen hoe te praten met de mensen die hier wonen?

Marsh is als socioloog aan de universiteit van Maryland gespecialiseerd in de zwarte middenklasse. Ze traint bovendien al enkele jaren de politie in haar district in het onderkennen van vooroordelen bij zichzelf. „Als ze elk jaar moeten oefenen in het besturen van de patrouillewagen, elk jaar moeten trainen met hun vuurwapen, dan mogen ze toch ook elk jaar oefenen hoe te praten met de mensen die hier wonen?” De mensen die hier wonen: 67 procent is zwart. Bij de politie van dit district: 40 procent.

Minder vermogen, harder getroffen

In 2015 schreef The Washington Post drie artikelen over Bowie. Kernvraag: hoe is het zwarte Amerikanen in de middenklasse vergaan sinds de financiële crisis van 2007/2008? Wat bleek: de witte en de zwarte middenklasse waren ongeveer even hard getroffen door de crisis, maar terwijl de witte alweer snel opveerde, bleef de zwarte achter. In 2015 becijferde de krant dat witte families gemiddeld zeven keer zo veel vermogen hadden als zwarte. In de jaren negentig van de twintigste eeuw was dat nog 4,6 keer zoveel. In 2017, zo schreef The Economist deze week, was het verschil een factor tien.

Lees ook: ‘Fuck the police, fuck the pigs.’ In Minneapolis wordt de politie vervloekt

In het artikel worden nog een paar verschillen opgesomd. Twee keer zoveel zwarte als witte Amerikanen bezitten niets of hebben een negatief vermogen: meer schulden dan inkomsten. Twee keer zoveel zwarte als witte Amerikanen hebben in de laatste twee maanden een afwijzing voor een lening gekregen, of waren te laat met betaling van een schuld.

Dit zijn statistieken die over heel Amerika gaan. Zal de bevolking van Fairwood zich niet gunstig onderscheiden? „Natuurlijk hebben de meeste mensen het hier gemakkelijker”, zegt Kris Marsh. „Ze hebben betere banen dan de meeste mensen uit onze gemeenschap. Maar ook ik krijg als zwarte vrouw minder betaald dan mijn witte collega’s. Als ik een auto op afbetaling wil kopen, wordt mij een hogere rente berekend dan een witte koper. Ook in Fairwood hebben mensen doorgaans minder reserves om op terug te vallen als het tegenzit.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Minneapolis: rouw, woede en protest

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Hoe dat komt? Een grafiek van de Federal Reserve laat bijvoorbeeld zien dat minder dan een tiende van de zwarte Amerikanen een erfenis van hun ouders krijgt, tegen ruim een kwart van alle witte nabestaanden. Zwarte Amerikanen hebben een lager salaris dan witte, hun huizen zijn minder waard – allemaal redenen waarom hun buffer kleiner is. Daardoor hebben zwarte Amerikanen het dus ook zwaarder te verduren tijdens de economische crisis van dit moment. De economie is sinds half maart vrijwel stilgevallen. Meer dan veertig miljoen Amerikanen hebben de afgelopen maanden een werkloosheidsuitkering aangevraagd. Zwarte Amerikanen waren voordien al oververtegenwoordigd in de werkloosheidsstatistieken.

Daarbij komt dat het Covid-19-virus Afrikaans-Amerikanen harder heeft getroffen dan witte. Dat is deels te verklaren doordat de kleine baantjes die tot essentieel werden verklaard – vakkenvullen, eten bezorgen, pakjes rondbrengen – vooral door zwarte Amerikanen worden gedaan. Ook de sociale omstandigheden van de zwarte bevolking, zo legde de hoogste gezondheidsambtenaar van het land, Jerome Adams, al eens uit, hebben invloed op de bovengemiddelde gevoeligheid voor het virus. Leven in schamele omstandigheden en ongezonde huizen, zorgt voor longaandoeningen als astma. Leven in armoede betekent minder gezond eten.

Waarom wordt dan ook de zwarte middenklasse bovengemiddeld getroffen? Kris Marsh wijt het aan wat zij ‘micro-agressie’ noemt. Alledaagse incidenten, zoals in het zwembad. „Het is elke keer een stomp in je maag, elke keer dat iemand voordringt, vraag je je af of het is omdat je zwart bent. Dat leidt net zo goed tot een hoge bloeddruk als ongezond eten.”

Houd je handen op het stuur

„Natuurlijk.” „Nou en of.” „Wat dacht je?” De vraag was: voelen de mensen in de welvarende wijk Fairwood zich verbonden met de demonstraties tegen politiegeweld en de achterstelling van zwarte Amerikanen? Het winkelend publiek in supermarkt Safeway aan Fairwood Parkway is op een doordeweekse dag eenstemmig. Natuurlijk voelen zij zich daarmee verbonden.

Lees ook: ‘Witte mensen zien mij als buitenlander’

„Ik ben een Amerikaan en ik ben zwart”, zegt Anthony Stewart. „En ik heb twee zoons van 23 en 26.” Hij gaat zwijgend verder met het inladen van zijn boodschappen, alsof daarmee alles is gezegd. Dan: „Zwarte mensen zijn bang voor de politie in dit land. Ik maak me elke dag zorgen over mijn zoons, of ze niet worden aangehouden en wat er dan kan gebeuren.” „Als mijn zoon met de auto weggaat, neem ik altijd het hele programma met hem door”, zegt Liz Blackwell, uitbater van een snackcar. „Als je wordt aangehouden: blijf rustig, houd je handen op het stuur. Als je iets moet laten zien, haal het dan héél langzaam tevoorschijn.” Ze kan pas slapen als ze ’s nachts de deur weer hoort, zegt ze. „Wij prenten onze kinderen al van kleins af aan in dat ze de politie uit de weg moeten gaan”, zegt ondernemer Denise Mealy. Ook in Fairwood? „Ik denk weleens dat de politie hier nog feller bovenop onze kinderen zit”, zegt Mealy. „Wat doen die zwarte kinderen in van die mooie huizen? Hoe komen hun ouders aan die mooie auto’s? Wat verbeelden zij zich wel?”

Goed, ze leven dus mee met de protesten. Demonstreren ze zelf ook? „Op mijn eigen manier”, zegt Stewart. „Ik heb mijn zoon op het hart gedrukt niet te demonstreren”, zegt Blackwell. „Ik ben veel te bang dat hij wordt neergeschoten.”

Ik heb mijn zoon op het hart gedrukt niet te demonstreren. Ik ben veel te bang dat hij wordt neergeschoten.

Zoek eens naar telefoonnummers van bewoners van Fairwood. Een heleboel hebben justitiële dossiers. De meeste telefoonsites van de Verenigde Staten verschaffen niet alleen namen en adressen, maar ook aanklachten en veroordelingen, verkeersboetes, kadastrale gegevens. Doorgaans heeft een enkeling een strafblad of een justitiële aantekening, meestal met verkeersboetes. Maar in Bowie wonen mensen met negen, dertien, veertig justitiële dossiers. Terwijl de misdaadstatistieken hier onder het gemiddelde van de staat Maryland liggen. Kijk je wat die aantekeningen behelzen, dan blijkt het meestal om geseponeerde zaken te gaan. Ruzies die worden aangezien voor geweldpleging, die niet verder worden vervolgd, maar de aantekening blijft staan. Ook vaak: trespassing – meestal wil dat zeggen dat iemand de politie belt om te zeggen dat een vreemde persoon over zijn perceel loopt. Ook die zaken worden niet vervolgd, maar de melding blijft staan. De Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap heeft er een cynisch begrip voor gemunt: driving while black – ‘zwart rondrijden’. Dat is voor de politie voldoende aanleiding om iemand te stoppen. „O mijn god, dat gebeurt mij nog steeds”, zegt Denise Mealy, die „ouder dan zestig” is.

Een slavin. Of een paard

Hatties Progress Drive heet de straat waar Kris Marsh woont. „Het moet naar een slavin zijn genoemd, of naar een paard. De plantage-eigenaar bezat beide.” Het is van een wonderlijke ironie dat in de plaats waar nu de rijkste Afrikaans-Amerikanen in de hele VS wonen, tot in de jaren 1860 slaven tabak plantten. Het plantagehuis van de familie Bowie van rond 1800 staat er nog.

„De slavernij is een wolk die nog altijd boven dit land hangt. Witte mensen konden vermogen vergaren een eeuw voordat ik dat kon. En kom alsjeblieft niet aan met: ‘Maar ík heb toch geen slaven gehouden?’ Alle witte mensen en hun voorouders hebben van de slavernij geprofiteerd.” Een van de kwesties die de volgende president aan de orde moet stellen, zegt Kris Marsh, is daarom herstelbetalingen voor nazaten van slaven.

Ik heb een doctorstitel, die geeft me toegang tot de top van de politie van Maryland, daar ben ik nuttiger dan met mijn neus tegen het hek van het Witte Huis

We hebben het over racisme gehad, over economische ongelijkheid, over ongezondheid, over politiegeweld – allemaal zaken waarin zwarte Amerikanen slechter af zijn dan witte. Wat zullen herstelbetalingen daaraan veranderen? „Het zal iets veranderen aan de economische ongelijkheid. Maar goed, het zal waarschijnlijk betekenen dat witte mensen een tijdlang een nieuwe reden hebben om een hekel aan ons te hebben.” Waarom is ze dan toch optimistisch? De maatschappij is nu aan het veranderen, zegt ze. Bedrijven als Netflix, Uber, Disney, Ben & Jerry’s brengen verklaringen tegen structureel racisme naar buiten. „En de demonstraties worden niet langer gedomineerd door zwarte mensen. Ook mijn witte studenten demonstreren mee.” En zij? „Nee. Ik heb een doctorstitel, die geeft me toegang tot de top van de politie van Maryland, daar ben ik nuttiger dan met mijn neus tegen het hek van het Witte Huis.”

Ze grinnikt. Dan vertelt ze dat ze voor de epidemie ongeveer eens per twee maanden naar Los Angeles vloog om haar vader op te zoeken. „Er is daar een geweldig restaurant waar ik altijd heenga. Een tijdje geleden moest het een boete betalen omdat zwarte gasten altijd achterin worden gezet, nooit aan tafels voor het raam. De zaak is van Aziaten. Je zou toch denken dat die weten wat het is om gediscrimineerd te worden? Ik zou er natuurlijk niet meer heen moeten gaan, maar mijn God, ze hebben de allerlekkerste knoflooknoedels ter wereld.”