Opinie

Een open huwelijk met nogal wat buitenechtelijke relaties

Michel Krielaars

In Abcoude zit ik bij vrienden in hun grote tuin aan het Gein en voel me als Nescio in de zomer. De tuin staat vol rozenstruiken, de een nog groter en bloeiender dan de andere. Rode papavers buigen zich over het water. Als ik het houten huis binnenloop staart de grote boekenkast vol geschiedenis en Angelsaksische literatuur me aan. Mijn oog valt op het werk van Virginia Woolf. Even waan ik me weer in mijn studententijd toen ik haar werk verslond en door melancholie bevangen raakte. Na Virginia Woolf verslond ik de memoires van haar man Leonard, de dagboeken en brieven van diplomaat, politicus en schrijver Harold Nicolson, de historische romans van zijn vrouw Vita Sackville-West, de geschiedenisboeken van Lytton Strachey, de verhalen van W. Somerset Maugham, de satires op de Britse upper class van Evelyn Waugh en Anthony Powell.

Door die tuin en die rozenstruiken verlang ik ineens naar het leven van die tijd op Sissinghurst Castle in Kent, waar ik nooit ben geweest. Vita Sackville-West en Harold Nicolson kochten het in 1930 en restaureerden het tot een paradijs met wereldberoemde tuinen. In de toren van het kasteel had Vita haar schrijfkamer, die sinds haar dood in 1962 onveranderd is gebleven.

Vita en Harold hadden een open huwelijk met nogal wat buitenechtelijke, homoseksuele relaties. Toch konden ze niet zonder elkaar. In 1956 schreef Vita aan Harold: ‘Ik wil niet zeggen dat ik niet verliefd geweest ben op andere mensen maar jij bent de enige die ik ooit zo diep en zo smartvol heb liefgehad.’ Harold zou haar zes jaar overleven en kon na haar dood nergens meer van genieten.

Mijn melancholie keert terug als ik Een ander leven. Mijn reis in de voetsporen van Vita Sackville-West, Harold Nicolson en James Lees-Milne van de Vlaamse schrijver Rudi Meulemans lees. Samen met zijn man Luc rijdt hij door Zuid-Engeland om de reis over te doen die zijn drie hoofdpersonen in 1947 maakten langs landhuizen in beheer van de National Trust. Lees-Milne, een ex-minnaar van Harold, werkte voor de erfgoedorganisatie die zich, in ruil voor openstelling voor het publiek, ontfermde over landhuizen en parken waarvan de eigenaren het onderhoud niet meer konden betalen. Nicolson was vice-voorzitter van het bestuur.

Aan de hand van de levens van Sackville-West, Nicolson en Lees-Milne (die in 1980 een ‘gekuiste’ biografie van Nicolson zou publiceren) probeert Meulemans erachter te komen wat schoonheid en liefde nu werkelijk betekenen. Het zal je niet verbazen dat zijn relatie met Luc daarbij een rol speelt.

Een ander leven staat vol mooie waarnemingen over kunst, architectuur, boeken en mensen. Alsof Meulemans’ onconventionele personages zijn denken een slinger geven en tot allerlei diepere inzichten leiden.

Aan het einde van zijn boek citeert hij uit een ontroerende brief van Harold aan Vita: ‘Ik denk dat de gave die ik het meest waardeer de gave is om schoonheid te zien. Waarom zou ik toch zo’n spontaan plezier ervaren bij het zien van de toren van de kerk van Staplehurst die door de mist heen een zonnestraal vangt? En waarom toch zou dat plezier verdubbelen als jij erbij bent om dat met mij te delen.’ Met Vita’s overlijden verdween dat plezier. De jaren zestig stonden Harold tegen. Alsof ze geen plaats boden aan zijn opvattingen over liefde, intellect en schoonheid. De rozen aan het Gein deden me zijn eenzaamheid eens te meer beseffen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.