Recensie

Recensie Boeken

Waarom iedereen zou moeten tuinieren

Boek Wie eraan doet, weet het natuurlijk al: tuinieren helpt bij stress en somberte. Het is wetenschappelijk bewezen dat de hartslag en de bloeddruk dalen, en na verloop van tijd het serotonine-niveau stijgt.

Getty Images

Samuel belt zijn grootmoeder. Voor het eerst in zijn leven heeft hij haar iets leuks te vertellen: hij heeft een courgette gekweekt. In de gevangenis. In de Amerikaanse strafkolonie op Rikers Island (New York) zitten achtduizend mensen opgesloten. Een klein deel van hen kan werken in de tuinen die bij het complex horen. Tot dan toe kweekten ze hoogstens ooit wiet in de gangkast. Nu telen ze onder meer snijbiet en snijbloemen. Bijzonder is dat op de tuin een groot deel van de agressie die binnen heerst, wegvalt.

Tuinieren voor de geest vat samen wat de wetenschap – de psychiatrie, antropologie, criminologie, biologie – tot op heden heeft onderzocht en ontdekt over de heilzame werking van tuinieren op de geest. Ook is het de weerslag van wat Sue Stuart-Smith zelf ondervond, in haar praktijk als psychotherapeut, als wetenschappelijk onderzoeker en gewoon, als (hobby)tuinierster. Tenslotte komen (volks)verhalen en andere cultuuruitingen waarin (werken in) de tuin een al dan niet symbolische rol speelt, kort aan bod.

Hartslag en bloeddruk

Wie eraan doet, weet het natuurlijk al: tuinieren helpt bij stress en somberte. Wie zaait, kweekt, giet en wiedt, heelt zichzelf. Dit klinkt misschien zweverig of truttig, maar het is wetenschappelijk bewezen dat alleen al de hartslag en de bloeddruk dalen, en na verloop van tijd het serotonine-niveau stijgt, wanneer de mens de aarde bewerkt. Door te woelen in de aarde komen bacteriën vrij die, wanneer we ze inademen, een weldadige werking hebben.

Lees ook: ‘We zouden weer vijftien kilometer per dag moeten lopen’

Stuart-Smith bezoekt allerlei bijzondere tuinen, van een stadsboerderij in Kaapstad tot de primulakas van een ontwenningskliniek in San Patrignano, Italië. Ook vertelt ze over projecten die wereldwijd navolging krijgen, zoals de ‘Incredible Edible’-beweging uit Engeland. ‘Therapie in het geniep’ noemt ze tuinieren. Voor je het weet, knap je ervan op.

Ze beschrijft meeslepend hoe wereldwijd gedetineerden, maar ook getraumatiseerde veteranen, junks, criminelen, burn out- en dwarslaesiepatiënten en ook gewoon stadsbewoners opbloeien dankzij tuinieren. ‘Alleen al de veilige omgeving van de tuin is een therapeutisch instrument’, aldus Stuart-Smith. Een tuin biedt beschutting én openheid, rust, maar ook een gezonde spanning. Elk zaadje is immers een kans, een potentieel cadeautje.

Mysterieus

Volgens een onderzoek van arts Esther Sternberg uit 2010 is groen bovendien ‘de standaardstand van onze hersenen’: ‘Het fotoreceptor-gen dat in onze evolutionaire geschiedenis als eerste is ontstaan is het gevoeligst voor de golflengte van licht dat door groene planten wordt weerkaatst.’

Ergens in het boek vindt een jochie in de struiken een meloen. Die is daar zomaar gegroeid, uit een zaadje dat hij zelf eens achteloos uitspoog. Stuart-Smith beschrijft aan de hand hiervan hoeveel goed het de al dan niet jonge mens doet, wanneer hij zich de veroorzaker van iets voelt.

Tijdens het tuinieren vloeit menselijke creativiteit samen met wat de natuur ‘beslist’. ‘Dingen laten groeien heeft iets mysterieus’, stelt Stuart-Smith. ‘Zelf een stukje van de werkelijkheid vormgeven verschaft ons een gevoel van kracht en macht, maar, en dat is van groot belang, in de tuin hebben we nooit alles in de hand.’ Groene vingers, benadrukt ze een aantal keren, bestaan niet: ieder mens kan tuinieren. Waar hij dat doet, maakt ook niet veel uit. Zelfs in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog maakten soldaten van beide kanten tuintjes.