Recensie

Recensie Boeken

Waarom is ook de bakker bezeten van schrijven?

Paolo Maurensig De lust tot schrijven manifesteert zich in een Zwitsers gehucht zo heftig dat de duivel opduikt in de gedaante van een gehaaide uitgever. In deze tongue-in-cheek thriller is Maurensig een duivelse manipulator.

In De duivel in het laatje van de Italiaan Paolo Maurensig (1943) wordt een interessante wet geformuleerd: ‘Hoe meer een kunst in verval raakt, des te groter het aantal mensen dat zich eraan wijdt.’ Ook het omgekeerde geldt, meent de opsteller. Hij heeft daarbij vooral de literatuur op het oog. Waarom schrijft tegenwoordig de hele mensheid?

Angst voor onverschilligheid, is het antwoord. ‘O wee als het oordeel luidt dat je andermans aandacht niet waard bent. Je kunt beter worden beschuldigd, belasterd en bespot dan te worden genegeerd.’

Het verhaal begint met een gevonden manuscript, een mystificatie die dermate clichématig is dat de toon – ironisch, parodiërend – meteen gezet is. Een bekende schrijver wordt overstelpt met manuscripten en hij is zo plichtsgetrouw dat hij ze, voor ze bij het oud papier te gooien, ook echt doorbladert. De schrijver wordt getroffen door een manuscript waarin iemand (die beroepshalve manuscripten leest voor een uitgeverij) een verhaal vertelt dat hij uit de mond van iemand anders heeft opgetekend. Een verhaal in een verhaal in een verhaal dus, de kunstmatigheid ten top.

De uitgeverij-medewerker, die zelf overigens ‘wordt verteerd door een hartstochtelijke passie voor schrijven’, bezoekt een congres over psychoanalyse in het Zwitserse Küsnacht, waar Carl Gustav Jung woonde en stierf. Een van de voordrachten, getiteld ‘De duivel als transformist’, wordt gehouden door een in soutane geklede katholieke priester. Zijn stelling dat de duivel onder ons is, in de gedaante van ogenschijnlijk normale mensen, oogst sarcastisch commentaar, maar de redacteur ziet er wel een boek in.

Die avond treft hij toevallig vader Cornelius, zoals de priester heet, en luistert naar diens verhaal, dat de kern van De duivel in het laatje vormt. Vader Cornelius vertelt dat hij tien jaar geleden werd aangesteld in een Zwitsers gehucht – laten we het ‘Dichtersruhe’ noemen, zegt hij – waar Goethe ooit één nacht logeerde. Iedereen in Dichtersruhe, van de bakker tot de varkensslachter, was bezeten van het schrijven. Aangezien schrijverij ijdelheid is, trok dit de duivel aan, die zijn intrede deed in de gedaante van… een uitgever op zoek naar talent.

De inwoners, die allemaal al de nodige afgewezen manuscripten in hun laatje hadden liggen, zetten de sluizen van de inspiratie wijd open. ‘Het was verbazingwekkend dat mensen die zelfs tegenover hun biechtvader gesloten en terughoudend waren, bereid waren hun geheimen openbaar te maken mits ze in drukletters op papier zouden verschijnen.’ Door de onderlinge rivaliteit ontstaan er hevige ruzies, en de obsessie met het schrijven ondermijnt de economie, waarop vader Cornelius besluit een rechtstreekse confrontatie met de helse uitgever aan te gaan.

Deze occulte thriller is zodanig tongue-in-cheek geschreven dat hij eerder vermakelijk dan spannend is. Maurensig speelt zijn troefkaart, die de plot doet kantelen en het hele verhaal naar een hoger niveau tilt, pas op de laatste bladzijden uit, en dan moet je toegeven dat deze schrijver een duivelse manipulator is.