Vrij zijn is…over een bak water springen

Vrij Hoe ontspant Nederland? Deze week: polsstokverspringen

Een paar jonge polsstokverspringers staan aan de rand van het dorp, met uitzicht over de weilanden. Maar we zijn niet in Friesland, de bakermat van het fierljeppen, zoals het daar heet, maar midden in het Groene Hart. En de springers vliegen straks niet over sloten. Op het Sportveld in Kockengen staat een circa tien meter brede bak water, plus schansen en een zandbed om in te landen. Wat deze zomerse donderdagavond plaatsvindt is een mix van acrobatiek en atletiek – elke sprong is een krachtexplosie.

Met enkele anderen richtte hoofdtrainer Pieter Hielema (48) polsstokvereniging Stichtse Vecht op. Als achtjarig Gronings jongetje werd hij gegrepen door de sport. „Het gevoel als je het water over gaat bij een sprong, je vliegt bijna door de lucht, je buik gaat alle kanten op. Ik heb eens gebungeejumpt, dat voelde hetzelfde.”

Na de warming-up wordt geoefend met het klimmen in een vaste paal aan de wal. En dan komt het echte werk: springen vanaf de oefenschansen en de grote schans. Doel is zo ver mogelijk te komen. Na een korte sprint komt de sprong naar de polsstok, de insprong. Dan volgt het spectaculaire klimmen naar de top, om met een uitsprong in het zand te landen.

Floortje Hijman (13) springt al een jaar: „Ik vind het leuk dat het best moeilijk is.” Thuis doet ze krachttraining, aan de schommel heeft ze een pvc-buis gehangen waaraan ze zich omhoogtrekt. „De spanning als je over het water komt, is heel vet.” Regelmatig belanden er mensen in het water. „Dat hoort erbij, soms is het niet eens een superslechte sprong.”

Floortjes moeder zit met een lange stok, de mik, aan de kant. Die houdt de polsstok tegen. Naast de pols, een stok van 9 tot 13,25 meter, heb je hars nodig voor op je handen en een binnenband voor om je rechterenkel, allebei bedoeld voor een betere grip. Plus een trainer. Hijman: „Je kunt niet zomaar springen, je kunt scheef gaan of terugvallen. Daarom rent er altijd iemand achter je aan. Als de trainer ‘los’ roept, laat je je vallen.” Zo rent bij haar teamgenoot en polsstokverspringtalent Ties Meijer (15, persoonlijk record van 16,88 meter) soms mee als ze moet springen.

Door corona vervalt het wedstrijdseizoen. Jammer vindt Hijman, zo kan ze geen nieuw pr neerzetten. Daarnaast mist ze de sfeer: „Die is echt leuk. Wij zijn niet zo van: jij zit bij een andere vereniging, nou dan ga ik niet met je praten. Je gaat bij elkaar kijken en feliciteert elkaar met pr’s.”

Hielema legt uit dat vooral jongeren het goed doen in de sport: „Volwassenen komen wel over het water, maar om te excelleren moet je het hebben van de souplesse van de jeugd. Eenmaal in de stok klimmen sommigen razendsnel naar boven. Als het lukt, voelt het makkelijk en fantastisch, maar dat is wel na maanden, jaren oefenen.”