Recensie

Recensie Boeken

Een eerlijk boek over seks en depressie (●●●●)

Gerbrand Bakker Onopgesmukt maakt Gerbrand Bakker van alles zegbaar over zijn depressie en seksleven.

Illustratie Paul van der Steen

Het onbegrip! ‘Probeer er toch nog maar van te genieten’, leest Gerbrand Bakker in een sms’je, wanneer tijdens een vakantie zijn depressie de overhand neemt. Goedbedoeld, ongetwijfeld, maar onbeholpen en ontoereikend: alsof dat kán, er nog van genieten. Terwijl: ‘Het is geen kanker of een gebroken ellepijp. Het is onzichtbaar en onzegbaar.’

Knecht, alleen probeert nochtans van alles zegbaar te maken over depressie, en slaagt daar ook behoorlijk in: als niet-ervaringsdeskundige was ik hierboven in elk geval al zo vrijmoedig om het onbegrip net zo stuitend te vinden als Bakker zelf, dankzij wat ik allemaal van Bakker had opgestoken. Namelijk dit: ‘Een betere karakterisering van een depressie is het woord niets. Niemandsland. Er is niets, je bent zelf niets. Je hebt geen contact met jezelf, niet met je denken, niet met je gevoel, niet met je lichaam, niet met anderen. Alle gesprekken die ik de afgelopen maanden heb gevoerd, heb ik gespeeld.’

Depressie kon recent al op veel literaire aandacht rekenen, van Eva Meijers De grenzen van mijn taal tot Leegstand van Aafke Romeijn, maar zó onopgesmukt krijg je het maar zelden, zo helder en direct, met een minimum aan beeldspraak. Gerbrand Bakker (1962) gebruikt zelden metaforen in deze memoir, en áls hij er een gebruikt (wanneer er iets in figuurlijke zin ‘knakt’, of ‘breekt’) roept hij zichzelf weer tot de orde: ‘Ik heb een metafoor gebruikt. Dat was niet de bedoeling.’

Die directheid verbluft enigszins, omdat de situaties en taferelen die Bakker oproept toch zeer veel gevoel bevatten. De openingsscène al, waarin Bakker zich een hotelontmoeting van jaren geleden herinnert, met een Amerikaan, die zei: ‘And what shall I do with this penis?’ Bakker, die niet uit is op komische anekdotes, schrijft dan: ‘Ik heb geen antwoord gegeven. Ik dacht: doe wat je wilt.’ Droog, kaal, maar daarmee is het dus wel een puntgave scène geworden, waar je van alles in kunt voelen. De timide houding van de verteller, of moet je zeggen: een laconieke, beschouwelijke, of koele, of zelfs onderworpen houding. Zijn onvermogen om op te gaan in de seks. Tragiek.

Zin of iemand om seks mee te hebben ontbreekt al jaren in Bakkers leven

Stekelharige staande hond

Depressie en seks zijn de hoofdonderwerpen van deze memoir, die het vervolg is op Jasper en zijn knecht (2016), waarin Bakker zich opnieuw uitvond als schrijver van een zeer publicabel, want erg goed geschreven dagboek, dat bovendien een boeiend zelfonderzoek weergaf. Knecht, alleen (de dominante, moeilijke hond Jasper is er niet meer, diens alleenstaande knecht rest) torent nog een niveau boven de dagboekvorm uit. Om eerlijk te zijn voelt dit boek algauw te goed voor de Privé-domeinreeks, die weliswaar eerbiedwaardig is, maar waarin recent toch ook veel ongeredigeerde dagboeken opgenomen worden. Bakker schrijft over zijn leven, dagboekachtig intiem, maar heeft er echt iets van gemáákt.

Eva Meijer kreeg een zware depressie, overwon die en leidt sindsdien een gedisciplineerd leven. Lees ook: Ze overwon depressie en anorexia en leidt nu een gedisciplineerd leven

De anekdotes zijn steeds op subtiele wijze functioneel, omdat ze inzicht in zijn karakter en relaties bieden. Over het allenige gependel tussen zijn huizen in Amsterdam en de Eifel, over de onenightstand die hij als twintiger had met kinderboekenschrijver Paul Biegel, die hem daarna als schilder inhuurde, waarbij de oude schrijver de jongen maar bleef bepotelen. Over etentjes, met vrienden, die dan ineens met een hondenencyclopedie op de proppen komen en Bakker leest: ‘De stekelharige Duitse staande hond. Taai en ontembaar, scherp tegen vreemden en woest op de jacht. Eenmanshond’ – zou hij het vermelden omdat het voelt als een soort zelfportret?

Poel van hormonen

De rode draad zijn dus Bakkers depressie en seksleven. Een nieuw antidepressivum heeft al zijn libido weggenomen, wat in de praktijk weinig uitmaakt, want zin in seks of iemand om seks mee te hebben ontbreekt al jaren in Bakkers leven, maar waarvoor hij toch een seksuoloog bezoekt – het is een van de verhaallijnen in het boek, waarmee veel samenhangt. Een andere is de zware depressie die Bakker overviel toen hij op vakantie was, en waar hij nu doorheen leeft, iets anders zit er niet op. Je veert als lezer telkens licht op, wanneer die vakantiescènes weer opduiken, als waren het flashbacks in een roman – ze houden je bij de les. Te midden van de alledaagse anekdotes en herinneringen aan oude verhoudingen zeggen ze: dit ligt altijd op de loer, dit roert zich in de chemische poel van hormonen in het mensenlichaam, in zijn lichaam. Bakker mag er dan ‘weer zijn’, terug uit het niemandsland; het hangt hem altijd boven het hoofd.

Dat bewustzijn maakt reflectief – of: Bakkers vermogen om zichzelf haarfijn te kunnen beschouwen, maakt dat hij nooit helemaal in het moment leeft. Hij is daardoor ook een uiterst scherpzinnig lezer van zijn eigen romans, waarover hij nu de confronterende vraag stelt waarom daar toch telkens tweelingen in voorkomen, en wat het antwoord met zijn homoseksualiteit en zijn narcisme te maken heeft.

Ze is al ver in de zeventig, maar deze Franse schrijfster krijgt alleen maar méér energie. Dankzij haar Amerikaanse minnaar gaat zij seksueel nog lang niet met pensioen. Lees ook: Ze is ver boven de zeventig, heeft een minnaar én een vierde huis

Zo zou je kunnen zeggen dat Knecht, alleen onderhuids ook een knap essay bevat over Bakkers eigen romans, waarover hij nu concludeert dat ze ‘de sublimatie zijn van iets heel anders’, namelijk van iets wat hij later identificeerde als angst en depressie. ‘Misschien komt het allemaal het meest tot uiting in de eenzaamheid die de personages in mijn boeken ervaren. Ze zoeken ook allemaal iets; ze spreken zich niet uit omdat ze vaak zelf niet begrijpen wat ze te zeggen hebben.’ En misschien, beschouwt Bakker, hangt zijn opgedroogde zin om romans te schrijven daar wel mee samen? ‘Dat er, door het eventueel verkrijgen van inzicht in mezelf, of door het slikken van een antidepressivum, geen réden meer is een roman te schrijven?’

Contactadvertentie

Als dat zo is, valt die gestokte productie Bakker onmogelijk te verwijten – schrijven mét noodzaak is beter dan zonder. Voor de duidelijkheid: niet de noodzaak tot schrijven is verdwenen, maar tot verzínnen. Die constatering accepteert Bakker even goudeerlijk als geestig: ‘Wil ik net als Raymond van het Groenewoud alleen nog maar botweg ‘Je veux de l’amour!’ schreeuwen en niet langer omfloerst over zachte huiden, zoet brood, helder water, droge zemen en ‘lang vergleden dagen’ schrijven?’ Zijn therapeut vroeg het hem al, toen hij over het onderhavige boek vertelde: ‘Wordt het één grote contactadvertentie?’ Waarop Bakker dacht van wel, misschien.

Het grote verschil tussen een contactadvertentie en dit boek is de eerlijkheid, de verbluffende eerlijkheid, die toch geen moment leidt tot exhibitionistische oversharing. De overeenkomst is de verbinding die Bakker zoekt en, in het beste geval, de genegenheid die eruit voortkomt. Kon je Jasper en zijn knecht nog klagerig of langdradig vinden, ditmaal neemt Bakkers proza je volkomen voor hem in. Als dit de vorm is waarin Bakkers schrijven het beste past (en ik denk dat dat zo is), hoop je ergens, hoe cru ook, dat zijn zelfonderzoek nog niet voltooid is.