SCP: positie Syrische statushouder verbeterd, 45-plusser blijft achter

Inburgering Met name Syriërs die langer in Nederland verblijven, werken vaker en spreken beter Nederlands. Toch zijn de onderlinge verschillen tussen generaties en groepen soms groot.
Een vrouw maakt haar inburgeringsexamen in Rotterdam.
Een vrouw maakt haar inburgeringsexamen in Rotterdam. Foto Marco de Swart/ANP

De positie en leefsituatie van Syrische statushouders in Nederland is tussen 2017 en 2019 vooruitgegaan. Het aantal statushouders dat een betaalde baan kreeg en een cursus Nederlandse taal heeft afgerond, nam toe. Dat blijkt donderdag uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in samenwerking met onderzoeksinstituut WODC, het RIVM en CBS. De studie is een initiatief van vier ministeries en moet inzicht geven in de voortgang van de integratie van de circa 58.000 Syriërs die tussen 1 januari 2014 en 1 januari 2017 een verblijfsvergunning kregen.

Volgens het SCP speelt verblijfsduur een belangrijke rol. Van de Syrische statushouders die in 2014 naar Nederland kwamen, had in 2019 ruim 40 procent een betaalde baan. Bij degenen die in 2016 aankwamen gaat het om zo’n 20 procent. Ook heeft de groep Syriërs die langer in Nederland is vaker een taalcursus en inburgeringstoets afgerond en is hun psychische gezondheid beter.

De groep Syriërs die zich (heel) sterk als Nederlander identificeert, is gegroeid van 34 procent naar 43 procent. „Voor een groep die nog maar zo kort in Nederland is, is het opvallend dat veel Syriërs zich al Nederlander voelen”, schrijven de onderzoekers, die frequente sociale contacten met Nederlanders als belangrijke oorzaak noemen.

Toch zijn de onderlinge verschillen tussen generaties en groepen soms nog groot. Jongeren en mannen boeken relatief meer vooruitgang (in taal en arbeidsparticipatie) dan 45-plussers en vrouwen. Met name 45-plussers blijven volgens onderzoekers verhoudingsgewijs het meest achter. Zij hebben minder vaak een baan, slagen minder vaak voor de inburgeringscursus en boeken de minste vooruitgang in hun beheersing van de Nederlandse taal. Daarnaast hebben veel Syrische statushouders een slechte mondgezondheid en rookten in 2019 met name de mannen (63 procent) en jongeren (48 procent) opvallend vaak.