Oudste fossiele bewijs gevonden voor parasitisme

Paleontologie Organismen die leefden in buisjes op schelpen, vingen voedsel weg. Schelpen zonder buisjes waren beduidend zwaarder.

Brachiopode met parasieten.
Brachiopode met parasieten. Beeld Zhifei Zhang

In China hebben paleontologen fossiel bewijs gevonden voor het vermoedelijk oudste voorbeeld van parasitisme. Op de schelpen van Neobolus wulongqingensis, een brachiopodensoort (schelpdieren die met een steeltje verankerd zijn in de zeebodem), ontdekten ze kleine buisjes, die met hun opening georiënteerd zijn richting de opening van de brachiopoden. Vermoedelijk vingen organismen in die buisjes een deel van het voor de schelpdieren bestemde voedsel weg, schrijven de Chinese onderzoekers deze week in Nature Communications.

Bij parasitisme hebben twee soorten een langdurige relatie met elkaar, waarbij de ene soort de andere stelselmatig benadeelt – bijvoorbeeld door voedsel te stelen. Zulk parasitisme kan evolutie in de hand werken, doordat de gastheer zich blijft ontwikkelen om de parasiet te slim af te zijn.

In dat licht is de huidige ontdekking extra interessant: de brachiopoden leefden tussen de 515 en 510 miljoen jaar geleden, in het Cambrium. Aan het begin van dat tijdvak (541 miljoen jaar geleden) was in korte tijd een enorme soortenrijkdom ontstaan, de Cambrische explosie. Die ontwikkeling kan zijn gestimuleerd door parasieten, speculeren de onderzoekers.

Al vaker waren er fossielen uit die periode gevonden met sporen van samenlevende of meeliftende soorten. Maar nooit kon worden hardgemaakt dat het ging om een verbond met nadelige gevolgen voor een van beide soorten. Dat is bij de nu onderzochte Neobolus wulongqingensis wel het geval. De soort behoort tot de ruim twaalfduizend uitgestorven brachiopodensoorten. Tegenwoordig zijn er nog enkele honderden bekend.

Dat het bij deze brachiopoden wel degelijk om kleptoparasitisme (parasitisme door diefstal) ging, concluderen de wetenschappers op basis van meerdere waarnemingen. Allereerst wijzen alle buisjes met hun opening naar de zijde waarlangs de brachiopode zelf voedsel naar binnen filtert. Zo zou de parasiet makkelijk voedseldeeltjes uit de waterstroom kunnen oppikken. Ten tweede zijn de buisjes niet op andere naburige soorten aangetroffen. Dat duidt op een exclusieve, parasitaire relatie.

Maar doorslaggevend was voor de onderzoekers vooral het feit dat de biomassa van de brachiopoden waarop de buisjes zich bevonden lager was dan die van brachiopoden zonder buisjes. Dat wijst erop dat de aanwezigheid van de vermoedelijke parasiet daadwerkelijk nadelig was voor de schelpdieren.