Midden- en kleinbedrijf Kabinet: laat bedrijven vorderingen inzetten als onderpand voor leningen

Foto ANP

Het kabinet wil dat bedrijven vorderingen op klanten kunnen inzetten als onderpand voor leningen. Daardoor krijgen zij naar schatting zo’n 1 miljard euro meer ruimte om te lenen. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) heeft hiertoe woensdag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.

Veel grote bedrijven, zoals winkelketens en bouwbedrijven, laten een zogenoemd verpandingsverbod in hun contracten met toeleveranciers opnemen. Dat betekent dat wanneer zij nog een rekening moeten betalen aan de toeleverancier, de leverancier die vordering niet mag inzetten als onderpand bij het aangaan van een krediet. Grote bedrijven willen daarmee voorkomen dat zij onverwachts te maken krijgen met een deurwaarder, wanneer hun toeleverancier in financiële problemen zit.

De leenmogelijkheden van kleine ondernemers worden beperkt door verpandingsverboden. Dekker wil daarom bedrijven verbieden nog langer zo’n verpandingsverbod in contracten op te nemen. Wel wordt de leverancier volgens de nieuwe regels verplicht de schuldenaar er schriftelijk van op de hoogte te stellen dat de vordering wordt verpand. Dekker wijst erop dat het voor kleine en middelgrote ondernemers juist in de coronacrisis belangrijk is dat kredietmogelijkheden „verruimd” worden.

Ondernemersorganisatie MKB Nederland wil al tijden af van het verpandingsverbod en meldt dan ook „blij” te zijn met het wetsvoorstel. De ongeveer 1 miljard euro aan extra kredietruimte noemt de organisatie „in deze onzekere tijd meer dan welkom”.