Meer geld naar cultuur in de regio’s en vernieuwing

Basisinfrastructuur 2021-2024 De subsidies voor de komende periode van vier jaar wil de overheid gebruiken om cultuur in de regio en vernieuwing te bevorderen.

Festival Klassifest in Paradiso, 2018.
Festival Klassifest in Paradiso, 2018. Foto Andreas Terlaak

Met een gewijzigd cultureel subsidiebeleid hoopt de overheid een breder publiek te bereiken. Meer steun komt er vanaf volgend jaar voor popmuziek, urban, musical en e-culture en voor culturele instellingen buiten de Randstad.

Lees het volledige bericht over de Basisinfrastrctuur: Raad voor Cultuur kiest voor subsidie aan nieuwkomers

Dat zijn de hoofdlijnen uit het advies Basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS) dat de Raad voor Cultuur donderdagmiddag aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) heeft aangeboden. In de BIS zijn de instellingen opgenomen die de overheid als essentieel beschouwt voor het nationale cultuurlandschap. Met het advies is jaarlijks bijna 200 miljoen euro aan subsidie gemoeid.

Eens in de vier jaar adviseert de raad over de subsidieaanvragen. Dit jaar dienden 220 culturele instellingen een aanvraag in. Daarvan kregen er 107 een positief advies, waarvan 43 onder voorwaarden. Acht kregen een ‘nee, tenzij’ en moeten hun aanvraag vóór november verbeteren.

Vijf instellingen die al in de BIS zitten verliezen hun subsidie: Scapino Ballet Rotterdam, West, Theatergroep Kwatta, Frascati en het productiehuis van Theater Rotterdam. Andere instellingen krijgen vanaf volgend jaar minder subsidie. Daardoor is ruimte ontstaan om andere te steunen. Meer dan de helft van de voorgestelde instellingen is nieuw in de BIS. Daaronder zijn twaalf regionale musea, eentje per provincie.

Vernieuwers en nieuwkomers

Veel nieuwkomers werden al incidenteel ondersteund door de rijkscultuurfondsen, zoals het Mondriaan Fonds en het Fonds Podiumkunsten. De raad vindt het relevant dat instellingen die zich bezighouden met nieuwe kunstvormen nu direct subsidie van de minister ontvangen en deel gaan uitmaken van de BIS. Naast meer financiële zekerheid verkrijgen ze daarmee volgens de raad „een volwaardige positie” tussen de gevestigde genres als opera en beeldende kunst.

Bij zijn advies liet de raad ook meewegen hoe de instellingen praktisch invulling geven aan codes rond goed bestuur, eerlijke betaling en diversiteit en inclusie. Op die terreinen is volgens de raad, op een paar positieve uitzonderingen na, nog een wereld te winnen. In het advies staat dat sprake is van „een zwoegende, zwetende en vooral zoekende sector”. Wat de toepassing van de codes betreft adviseert de raad om over twee jaar opnieuw de balans op te maken.

Lees ook dit opiniestuk van museumdirecteuren: Help ook de niet-rijksmusea

De raad heeft bewust gekozen om de advisering ondanks de coronacrisis door te zetten. Dit om houvast te bieden in onzekere tijden en te bewerkstelligen dat de voorgenomen vernieuwing en verbreding doorgaat. De raad heeft er vertrouwen in, staat in het advies, dat de geselecteerde instellingen kunnen inspelen op de veranderende situatie.

Onverwacht komt de vernieuwing van het subsidiebeleid niet. De Raad voor Cultuur bepleitte vorig jaar april in het advies Cultuur dichtbij, dicht bij Cultuur al een breder systeem van cultuursubsidies met aandacht voor de regio en nadruk op een moderne canon. In een beleidsbrief reageerde minister Van Engelshoven daar toen enthousiast op. Zij liet weten de meeste voorstellen te omarmen, omdat de nieuwe genres groepen bereiken „die zich misschien minder aangesproken voelen door wat er nu in schouwburgen, concertzalen en musea te beleven is”.

Op Prinsjesdag, in september, maakt de minister bekend welke adviezen van de Raad voor Cultuur ze gaat uitvoeren. Normaal gesproken volgt de minister het advies.