Laatste golf indianen kwam rond 1492 aan op Cuba

Paleogenetica Het Caribisch gebied is in drie migratiegolven bevolkt. Nieuwkomers mengden zich nauwelijks met eerdere migrantengroepen.

Gravure (1892) uit een Franse krant van een ‘antropologische tentoonstelling’ van een Caribisch volk in Parijs.
Gravure (1892) uit een Franse krant van een ‘antropologische tentoonstelling’ van een Caribisch volk in Parijs. Foto Getty Images

Het Caribisch gebied is een van de laatste regio’s op het westelijk halfrond die door mensen werden bevolkt. De eerste archeologische bewijzen van menselijke bewoning zijn ongeveer vijfduizend jaar oud. Rond 2.800 jaar geleden kregen deze pioniers gezelschap van nieuwe nieuwkomers uit continentaal Amerika.

Onderzoekers zijn er nu dankzij dna-analyse van 93 skeletten in geslaagd drie verschillende golven te identificeren waarin de migratie van het vasteland richting de Caribische eilanden plaatsvond. Ze publiceerden hun resultaten donderdag in Science.

Voordat het mogelijk werd om het dna van oude lichaamsresten te bestuderen, was het de gewoonte om dit soort migratiepatronen in kaart te brengen aan de hand van aardewerk dat in de bodem werd aangetroffen. Een verandering in stijl duidt op een verandering in de cultuur van mensen die op een plek verblijven. Om meer te weten te komen over de vroegste bewoners van de Cariben, deed een groot internationaal team van archeologen en paleogenetici geleid door het Max-Planck-Institut für Menschheitsgeschichte in Jena nu onderzoek aan 93 skeletten van tussen de 3.200 en 400 jaar oud. Deze menselijke resten zijn gevonden op zestien plekken op onder meer Cuba (het merendeel), de Bahama’s en de Kleine Antillen – het zuidelijkste eiland was Saint Lucia, ten zuiden van Martinique.

Twee categorieën

De onderzoekers verdeelden hun vindplaatsen in twee categorieën: ‘archaïsch’ (de oudste) en ‘keramisch’ (van de groep immigranten vanaf 2.800 jaar geleden met hun nieuwe aardewerk). Van de menselijke resten hoorden er 52 bij de eerste en 41 bij de tweede groep.

Door de signatuur van het dna dat uit deze botresten werd geïsoleerd te vergelijken met dna-profielen van nu levende indianen op het vasteland van Noord- en Zuid-Amerika, was het voor de onderzoekers mogelijk verschillende golven migranten te onderscheiden. Daarbij viel op dat de nieuwkomers zich nauwelijks vermengden met nazaten van eerdere migranten.

De nieuwkomers van 2.800 jaar geleden verspreidden zich vanuit Zuid-Amerika

De skeletten uit de keramische periode vertoonden duidelijke genetische overeenkomsten met de Native Americans van nu, vooral uit Zuid-Amerika, terwijl bij de oudste bewoners die overeenkomsten ontbreken. Het genoom van één van deze oudere individuen lijkt op de dna-signatuur van menselijke resten die zijn aangetroffen op de Channel Islands voor de kust van Californië. Deze oorspronkelijke bewoners van de Amerika’s splitsten zich af van de rest voordat er grootschalige verspreiding naar Midden- en Zuid-Amerika plaatsvond.

Het dna van andere archaïsche skeletten laat invloeden zien van personen die vóór de migratiegolf van 2.800 jaar geleden in Zuid-Amerika leefden. Het lijkt er dus op, aldus de onderzoekers, dat de oorspronkelijkste bewoners van de Cariben in twee golven aankwamen: één vanuit Noord- en één vanuit Zuid-Amerika.

De nieuwkomers van 2.800 jaar geleden verspreidden zich waarschijnlijk vanuit Zuid-Amerika via de Antillen noordwaarts, waarbij ze in Puerto Rico zo’n duizend jaar halt hielden voordat ze weer in beweging kwamen. In Cuba worden deze mensen pas aangetroffen in graven van ongeveer vijfhonderd jaar oud. Ter referentie: het eiland werd ongeveer tegelijkertijd – in 1492 – ‘ontdekt’ door Columbus.

Graven en skeletten

Uit analyse van de ouderdom van de graven en skeletten blijkt dat mensen uit de archaïsche en keramische culturen tegelijk op dezelfde plaatsen geleefd hebben, zonder dat ze zich genetisch met elkaar vermengden. De onderzoekers vinden dit opmerkelijk, maar sluiten niet uit dat ze vermenging zullen tegenkomen als ze meer menselijke resten onderzoeken uit de overgangsfase tussen de twee culturen.

Bij de huidige bewoners van de Cariben is niet veel dna meer te vinden van de oorspronkelijke eilanders. Na de komst van de Spanjaarden overleed minstens 90 procent van hen door ziekte. Een onderzoek uit 2017 trof tussen het Europese en Afrikaanse dna zo weinig native dna aan, dat niet was vast te stellen waarvan het afkomstig was. Alleen op Puerto Rico kwamen mensen voor met 10 tot 15 procent dna van een volk dat de Taino wordt genoemd.

Lees ook een interview met Corinne Hofman, hoogleraar Caribische archeologie: ‘Kolonisatie was sociaal-culturele genocide op indianen’