Opinie

Het verbod dat een kwart eeuw te laat is

Tom-Jan Meeus

Corona leidt tot veel bespiegelingen over het belang van een sterke of grotere overheid. Maar ik weet niet of het punt altijd is dat de overheid te slap of te klein is geweest: je hebt ook gevallen die aantonen dat de politiek domweg zijn werk niet deed.

Ik moest eraan denken toen woensdag via RTL Nieuws bekend werd dat het ministerie van Landbouw opdracht geeft zes nertsenfokkerijen te ruimen. In de bedrijven was eerder corona geconstateerd. Twee mensen raakten via de dieren besmet. Zoönose in Nederland.

En het ongemakkelijke is: de overheid had dit kunnen voorkomen.

Al meer dan twintig jaar houdt het parlement zich met nertsenfokkers bezig. Nertsen worden overwegend gebruikt voor bontproductie, en publiekscampagnes van de actiegroep Bont voor Dieren (waar Marianne Thieme jaren werkte) brachten de reputatie van de fokkers uit een oogpunt van dierenwelzijn grote schade toe.

Zo gebeurde het dat in 1999 een Kamermeerderheid de wens uitsprak de nertsenfokkerij „te beëindigen”. Het tweede kabinet-Kok diende pas drie jaar later, kort voor de verkiezingen van 2002, daartoe een wetsvoorstel in.

Hierna werd de discussie onderdeel van een Hollands drama. Vlak voordat Pim Fortuyn werd vermoord sprak hij zich uit tegen het nertsenverbod, en Bont voor Dieren voerde daarna actie tegen Fortuyn. Ook Fortuyns moordenaar Volkert van der G. was een groot en fel aanhanger van een nertsenverbod. Het eerste kabinet-Balkenende, met daarin de LPF, nam het symbolisch alsnog voor Fortuyn op: het wetsvoorstel werd ingetrokken.

Vervolgens duurde het tot 2006 voordat Den Haag zich weer over de kwestie durfde te buigen. PvdA en SP dienden dat jaar een initiatiefvoorstel voor een verbod in, dat in 2009, onder meer met steun van de PVV, werd aangenomen. Maar alweer bleef het oordeel van de Tweede Kamer drie jaar liggen. De senaat kwam pas in 2012 toe aan een conclusie, en steunde het wetsvoorstel onder één voorwaarde: dat de nertsenhouderij in elk geval tot 2024 (!) zou blijven bestaan.

De fokkers procedeerden er nog jaren tegen, geld was geen probleem, maar het hielp niet – en het lijkt erop dat deze sector uiterlijk in 2024, een kwart eeuw nadat de Tweede Kamer de wens uitsprak, ook werkelijk zal verdwijnen.

Ik weet het: zaken gaan zelden zoals het hoort, je doet er niets aan. Maar als je dit onvermogen ziet, 21 jaar lang, en je weet dat mensen nu door nertsen worden besmet, dan denk je: misschien moeten politici het even niet hebben over de omvang van de overheid – en maar eens beginnen met een oefening in nederigheid.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.