Gedienstig man, met een scherpe kant

Over sterfte Door het coronavirus overlijden veel meer mensen dan gemiddeld. Wie zijn zij? In deze aflevering: Jan Spierings (63).

Jan Spierings (63) uit Veghel was „een onruststoker, de clown”, maar ook een gedienstig man.
Jan Spierings (63) uit Veghel was „een onruststoker, de clown”, maar ook een gedienstig man. Foto privé-collectie familie Spierings

Jan Spierings (63) uit Veghel was net gediagnosticeerd met Covid-19, toen de mondkapjes en handschoenen voor zijn thuishulpen werden bezorgd. Te laat.

Jans verzorgers kregen vanwege tekorten geen beschermend materiaal, daarom was hij het zelf maar gaan organiseren. Achter zijn computer. Vloekend, tierend en doortastend, als altijd. De titelsong die zijn bezigheden omlijstte, was in die dagen een bulderend: „Hoeren, hoeren, hoerenzooi.” Hij zei het schuddend in zijn sta-op-stoel.

Sinds het auto-ongeluk in 1994 – hij had zijn dochter Judith en vrouw Ans net afgezet bij paardensportevenement Indoor Brabant – raakte Jan Spierings sneller gepikeerd. Zijn hersenstam was gekneusd, waardoor Jan Spierings altijd moeilijk was blijven spreken. Hij kon bijna niet lopen en had een dropping hand, zijn vingers hingen naar beneden. Aan het ongeluk had hij ook beschadigde longen overgehouden. Hij moest de hele nacht, en overdag nog eens anderhalf uur, aan een beademingsapparaat.

Jan Spierings was de een na oudste van vijf. Een arbeidersgezin dat het financieel best goed voor elkaar had. Een heel „verwelkomend” gezin, zegt zijn vrouw Ans Spierings (63), die haar man leerde kennen toen ze allebei zestien waren. „Hij was de onruststoker, de clown.” In zijn testament heeft Jan op laten schrijven dat zijn as moest worden uitgestrooid op het naaktstrand – om zijn nabestaanden te plagen, dat zijn niet bepaald nudisten.

Maar Jan was ook een zeer gedienstig man, die hulpbehoevenden bijstond als ze geld of spullen nodig hadden, maar door de bureaucratie hun weg niet konden vinden. „Hij was dagenlang bezig om te regelen dat een vrouw die hij via via had leren kennen zou worden opgenomen”, zegt Ans. „Uiteindelijk lukte het, maar een paar dagen later stierf ze. Hij was compleet overstuur.”

Zijn telefoon en zijn laptop waren zijn wapens in de strijd tegen het kabinetsbeleid. Op Twitter gebruikte Jan Spierings het pseudoniem Ruttes Melkkoe. Toen Jan en Ans vijf jaar geleden hun veertigjarige huwelijk vierden, speelden ze Rutje op rutje af, een variant op het quizspelletje Petje op petje af. Op de hoofddeksels waren weinig flatteuze foto’s van de premier gedrukt. En Spierings schoonzoon droeg tijdens zijn speech een masker van de premier met een Pinokkio-neus. „Ik heb dit allemaal betaald”, zei de schoonzoon persiflerend.

Zijn geschiedenis en beperkingen kleurden zijn dagelijks leven

„Vooral het uitkleden van de zorg maakte hem zó boos”, zegt dochter Judith Spierings (38). Op Twitter fulmineerde haar vader, die fervent SP-stemmer was, vooral tegen de complexiteit van het persoonsgebonden budget (pgb). „Hij vond het verschrikkelijk dat mensen die per ongeluk iets fout hadden gedaan bij het aanvragen van het pgb werden gezien als fraudeurs”, zegt Judith. Je moest bijna een universitaire scholing hebben gehad om die formulieren in te vullen, vond Jan.

In de jaren tachtig begonnen Ans, Jan en zijn broer een taxibedrijf. Dat leek ze wel wat, maar het bracht niet direct veel geld op. Omdat Jan en Ans ervaring hadden in de zorg begonnen ze als bijverdienste met het afleggen van lichamen – het verzorgen van overledenen. Het taxibedrijf kwam niet van de grond en na het faillissement moest het gezin naar Veghel verhuizen, omdat er in hun geboorteplaats Berlicum, ook in Noord-Brabant, geen betaalbare woningen waren. Jan belandde in de WAO omdat hij een buikwond had die niet wilde sluiten, overgehouden aan een maagverkleining. Her en der deed hij er klusjes bij. Hij werkte voor het koeriersbedrijf dat zijn broer had opgericht en bezorgde NRC en andere dagbladen in het buitengebied.

Zijn hobbelige geschiedenis en zijn beperkingen kleurden zijn dagelijks leven, maar definieerden hem niet, zeggen zijn vrouw en dochter. Als hij wroeging had, liet hij dat niet merken aan zijn naasten. Jan kon volgens Judith „gruwelijk genieten” van wat zijn drie volwassen kinderen hadden bereikt. Zijn twee zoons, die in hun jeugd naar het speciaal onderwijs moesten, hadden het tot Spierings’ genoegen geschopt tot vader en huiseigenaar. Judith startte een eigen hoveniersbedrijf.

Omdat Jan Spierings thuis een beademingsapparaat had, hoefde hij niet te worden opgenomen in het ziekenhuis. Omdat spreken hem sinds het auto-ongeluk moeilijker afging, appte hij veel met zijn kinderen. Door de apparatuur kon hij zijn bril niet dragen, de berichten werden korter.

Op 23 april stuurde hij naar zijn dochter: „Morgen coronatest en vrijwillig in quarantaine.” 24 april: „Test en bloedprikken net gedaan, nu afwachten.” 25 april: „Veel moeier dan gisteren.” Aan zijn kinderen en vrouw liet hij niet merken dat hij bang was, dat was hij zijn hele leven al zo gewend. Jans schoonzoon, die hem per app vroeg hoe het ging, kreeg een bondig en verontrustend antwoord. „Ik ben in paniek.”

Hoe het coronavirus Jan Spierings te pakken heeft gekregen, weet niemand. Was het de thuishulp? „Of was ik het”, vraagt Ans zich af. Zelf werkte ze onbeschermd in de ouderenzorg, maar niet met coronapatiënten. Als de thuishulp had uitgeklokt nam zij de zorg voor haar man over.

Na Jans auto-ongeluk had Ans hem gevraagd of hij het leven nog wel zag zitten, met alle beperkingen. Jan was blij om te leven, zei hij. „Op 1 juni ben ik weer beter”, zei hij in zijn laatste weken tegen zijn dochter. Op 11 mei overleed hij in het bijzijn van zijn vrouw. „Hij was het nog niet beu.”