Even voel ik me een heel erg vieze hotelgast

Grunberg per trein van New York naar Miami #4 Schrijver Arnon Grunberg verlaat zijn woonplaats New York op zoek naar de VS in coronatijd. Hij reist naar Miami en verkent in een dagelijkse serie onderweg enkele steden. Vandaag Richmond.

Een bijna geheel verlaten straat in Richmond, Virginia.
Een bijna geheel verlaten straat in Richmond, Virginia. Foto Arnon Grunberg

Het Amtrak-station van Richmond bevindt zich twaalf kilometer buiten de stad in een nondescript niemandsland. Taxi’s staan er niet. Nog zes andere passagiers zijn deze donderdagmiddag met mij uitgestapt. Wij wachten op vervoer, niemand praat met elkaar; de pandemie heeft de angst voor de ander van een medische verantwoording voorzien.

Adrian, mijn Uber-chauffeur, blijkt spraakzamer. Hij vertelt dat hij al de hele dag luistert naar een christelijk radiostation en dat ze geld aan het inzamelen zijn voor het radiostation en voor Jezus. Hij voegt eraan toe: „Dit is niet de goede tijd geld in te zamelen voor Jezus, hoeveel ik ook van hem houd.” Ik geef hem gelijk.

Het is dan drie dagen geleden dat in Minneapolis George Floyd door agent Derek Chauvin is vermoord, maar van protesten is in Richmond nog geen sprake. Nog staat het land niet in brand, althans niet meer dan het al een paar jaar stond.

Het Hilton Richmond Downtown is open maar verlaten. Ik had verwacht dat naarmate ik zuidelijker kwam het leven zou toenemen, maar in Richmond, Virginia, neemt vooralsnog alleen de dood toe.

De receptionist, een jongeman net zo nondescript als het Amtrak-station, zit achter plexiglas, neemt mijn creditcard in ontvangst, geeft hem terug en bevochtigt meteen daarna zijn handen met desinfecterende gel. Medisch gezien een begrijpelijke reflex, toch voel ik me even een buitengewoon vieze hotelgast.

In de lobby zit een man achter een laptop, verder eindeloos lege gangen, veel liftmuziek om de moed erin te houden. Uit een kamer het geluid van de tv.

Het centrum van Richmond, eind mei 2020: wie niet buiten hoeft te zijn komt niet buiten.

Voor Pop’s Market on Grace, een café-restaurant op 415 East Grace Street, staat wel een rij van een man of zes. Ik ga in de rij staan, niemand kijkt vrolijk.

„Wat kun je hier allemaal bestellen?” vraag ik aan de Aziatische dame voor me.

„Je moet online bestellen”, zegt ze.

„Is het lekker?”

Ze maakt een beweging met haar hoofd. Ik vermoed een ‘ja’, toch maak ik me vriendelijk uit de voeten.

In de bar van het Hilton – ook daar ben ik de enige – kan men een steak of zalm bestellen en die in een plastic zakje meenemen naar de kamer.

Ik kies voor de zalm en bestel een glas witte wijn, die de barkeeper in een plastic beker van Starbucks schenkt. Dan zegt hij: „Het is happy hour, je hebt recht op een tweede glas.” Daarop schenkt hij meer wijn in de beker.

„Hoelang is het nog happy hour?” vraag ik. Dezer dagen lijkt alcoholisme me een must in Richmond.

„Vanwege corona is het altijd happy hour”, antwoordt de barkeeper, „Maar we gaan om 9 uur dicht.”

Wordt vervolgd