Opinie

Een zee van nutteloze rolkoffertjes rond de fontein

Dagboek Coronavirus

Stella is weer begonnen te werken. Ik bracht haar vanochtend naar haar galerie. Het was voor het eerst sinds maanden dat ik weer in dat deel van het centrum kwam.

De prostituees van Vico Angeli, Vico del Duca en Vico Salvaghi hadden hun werkzaamheden hervat. Zij die zich het zichtbaarst hadden opgesteld, hadden hun suggestieve werkkleding gecompleteerd met mondkapjes, maar als je in de krochten van de stegen tuurde, zag je er ook een paar zonder, alsof het een onuitsprekelijke fetisj was geworden om een vrouw met een mond te begeren.

Via Garibaldi, de mooiste straat van Europa, was verlaten. De barman, de goudsmid en de meisjes van de ijssalon stonden met hun armen over elkaar op straat. De musea van Palazzo Rosso en Bianco zijn gesloten, toeristen zijn er niet en de school om de hoek is dicht.

Op Piazza De Ferrari was er een manifestatie van touroperators, gidsen en reisbureaus, die een zee van nutteloze rolkoffertjes achterlieten rond de fontein.

Volgens de meest recente cijfers van het Italiaanse instituut voor statistiek is de werkloosheid in de afgelopen maand dramatisch toegenomen.

Iets meer dan de helft van de beroepsbevolking heeft nog werk. Paradoxaal genoeg is het aantal werkzoekenden gedaald. Wie zonder werk zit, doet niet eens meer de moeite om werk te vinden, want er is geen werk.

Voor mijn voordeur werd ik bedreigd door een mij onbekende, forse man omdat ik Nederlander ben en omdat de Nederlandse regering de nodige Europese steun aan het zuiden blijft blokkeren. Ik probeerde hem uit te leggen dat ik aan zijn kant sta en dat ik ons gedeeld standpunt in Nederlandse en Italiaanse kranten heb uitgedragen, maar hij weigerde te luisteren naar een Nederlander. Nadat ik de voordeur achter mij had dichtgetrokken, hoorde ik hem nog schreeuwen.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.