Een leraar of verpleegster op een sokkel, dat is zoeken

Vitale beroepen Nederland is rijk aan beelden in de buitenruimte, weet Wim Pijbes. Deze keer: de vitale beroepen zijn slecht vertegenwoordigd.

Monument voor dorpsonderwijzer Aaldert Stevens, Anoniem. Hardsteen, 1857, Borger.
Monument voor dorpsonderwijzer Aaldert Stevens, Anoniem. Hardsteen, 1857, Borger. Foto Sake Elzinga

Wie mocht denken dat de waardering voor de zogenoemde vitale beroepen zich royaal heeft vertaald in sculpturale odes in marmer of brons komt bedrogen uit. De vuilnisman, schoonmaker en conducteur zijn nauwelijks vereeuwigd op een sokkel of plaquette. De leraar en de verpleegster evenmin. In Westerbork staat een aandoenlijke wijkverpleegster met een fiets. Haar bronzen gestalte vertegenwoordigt in alle eenzaamheid het verzorgend personeel van ons land. In 1992 kostte het beeld 15.000 gulden (6.800 euro).

Even verderop, in Borger, staat een puntgaaf monumentje, gewijd aan de plaatselijke onderwijzer Aaldert Stevens. Deze vestigde zich in 1824 in het Drentse dorp en gaf daar, als 25-jarige schoolmeester, les volgens de voor die tijd vooruitstrevende didactische rekenmethode van Pestalozzi. Op het Departement in het verre Den Haag werden de verrichtingen van de jonge onderwijzer, zoals in 1836 opgetekend door de Derde district schoolopziener C. Pothoff, aandachtig gevolgd: „Voorts was zijn taalkundig onderwijs voor deze gemeente voldoende. Ook werd er goed geschreven en voorts regt gepast onderrigt gegeven in Pestalozzi’s getalleer, in het rekenen uit het hoofd, in het zoowel theoretisch als practisch meerstemmig zingen.” Het blijkt maar weer dat goed onderwijs meer is dan rekenen alleen.

Leerlingen en vrienden van Stevens richten na zijn dood een loepzuivere, neo-classicistische obelisk op in hardsteen. Deze bescheiden vierkante gedenknaald, elegant gedecoreerd met festoenen, een slingerversiering met bladeren, werd bekroond met een ei, bedekt met een rouwsluier. Hoe symbolisch: de gestorven dorpsonderwijzer, hier geëerd door zijn bedroefde leerlingen, krijgt een hoopvolle herinnering in de vorm van een ei, symbool voor wederopstanding. Inmiddels geniet de obelisk voor ‘deze onderwijzer der jeugd’ terecht de status van rijksmonument.

In Groningen staat een vergelijkbare herinneringszuil, gewijd aan Henri Daniel Guyot, de grondlegger van het dovenonderwijs in Nederland. In 1828 overleed hij en binnen twee weken werd een commissie samengesteld die een succesvolle landelijke geldinzameling op touw zette. Met de opbrengst werden de in Amsterdam werkzame vader en zoon Charles en Jean François Sigault aangetrokken, om een zuil te ontwerpen die paste bij het ‘waardige karakter’ van Guyot. De van oorsprong Franse Sigaults waren de enige die in aanmerking kwamen, Nederland kende in die tijd weinig beeldhouwers die een dergelijke opdracht aankonden.

Foto Ronn/Wikimedia Commons
Foto Brbbl/Wikimedia Commons
Links: De wijkverpleegster, Bert Kieweit. Brons, 1992, Westerbork.
Rechts: Erezuil voor Henri Daniel Guyot, Charles Sigault, Jean François Sigault. Brons, graniet, marmer, 1829, Groningen.

Foto’s Ronn/Wikimedia Commons, Brbbl/Wikimedia Commons

De totstandkoming is nauwgezet gedocumenteerd. Ieder detail van de zuil is precies beschreven en draagt een betekenis: de kroonlijst van waterbladeren staat voor verdriet, de brandende en gedoofde fakkels en zandlopers voor het eindige leven. En de immer groene klimop voor de eeuwigdurende vriendschap die zijn leerlingen voor hem voelden. De Sigaults spaarden kosten noch moeite en waren zelfs bereid geld toe te leggen op de realisatie. Dankbaar met het resultaat schonk de commissie op 21 november 1829, in aanwezigheid van 150 leerlingen van het doveninstituut, de kunstenaars een gouden snuifdoos bij de onthulling van de zuil op een van de mooiste pleinen van Nederlandland.

Misschien zou op een ander plein, wellicht het Binnenhof, een fraaie lege sokkel geplaatst kunnen worden om hier bij toerbeurt telkens een vitale beroepsgroep in het zonnetje te zetten.