Recensie

Recensie Boeken

Een kunstenaarsleven vol doem, pijn en spijt

Jon Fosse In het tweede deel van zijn Melancholie maalt de zuster van de 19de-eeuwse schilder Hertervig over de ellende waarin hij zich, anders dan de meeste gewone mensen, al bij leven wentelde.

De Noor Jon Fosse (1959) wordt jaar in jaar uit getipt voor de Nobelprijs voor Literatuur, maar er was tot voor kort niet veel van zijn prozaïsche oeuvre in een Nederlandse vertaling beschikbaar. Waarschijnlijk wordt Fosse primair gezien als een schrijver van toneelstukken, want in dat domein is zijn reputatie nog steeds het grootst. Uitgeverij Oevers brengt ons met alle liefde op andere gedachten: het bracht vorig jaar de eerste twee delen van Fosses ‘septologie’ De andere naam uit en in 2018 het eerste deel van Melancholie, een in de jaren negentig geschreven tweeluik over Lars Hertervig, de bevlogen en getalenteerde, maar ook mentaal instabiele Noorse schilder die echt bestaan heeft en die pas na zijn dood erkenning kreeg voor zijn werk. Een soort Van Gogh tussen de fjorden dus.

Deel I draaide om Hertervig (1830-1902) zelf; het nu vertaalde tweede deel om zijn zus Oline, een eenvoudige, oudere vrouw die zich staande probeert te houden aan de barre kust van Noorwegen. Ze ontving de tijding over Lars’ dood en ze loopt ook zelf op haar laatste oude benen.

Best vaak zit de lezer van Melancholie II met Oline op een ‘secreet’, oftewel een wc, waar ze zich probeert te ontlasten of tot de ontdekking komt dat ze er net even wat eerder een heenkomen had moeten zoeken. Het is pijnlijk om te lezen en je hoopt maar dat er tegenwoordig beter voor oude Noorse mensen gezorgd wordt.

En Oline maalt. Over haar net overleden broer, die snoeshaan die als kind al niet meer te volgen was. Het beste deel van het boek handelt over de in de buurt van Stavanger doorgebrachte jeugdjaren, met een hardwerkende, vissende vader die er maar niet in slaagt om zijn oudste zoon zijn ambacht in te trekken. Lars rent liever door de natuur, geschaduwd door Oline, die wel weten wil wat die gozer uitspookt.

Feest der destructie

Op zeker moment drukt hij zijn zusje een provisorisch vervaardigd kunstwerkje onder de neus: hier, dit is wat ik doe, wat ik móét doen, al weet ik zelf nog niet eens wat het is. Maar rondom het huis drukt Lars zich. Behalve bij tegenspoed. Als de vader in een vlaag van frustratie het huis begint af te breken en zijn gezin erbij zit te jammeren dat het een aard heeft komt Lars plots aanrennen: lachend helpt hij zijn vader mee met het naar beneden gooien van de dakpannen. Lang leve het feest der destructie.

Lees ook de recensie van Melancholie I: ‘Deze meid gaf onze afdeling een cursus leven in een week’

Net als in De andere naam schrijft Fosse over volwassenen alsof het eigenlijk kinderen zijn. Hij poetst hun woorden niet op, laat ze het hoofd breken over de simpele dingen des levens (waar is toch die vis voor het avondeten gebleven?) en hij schrijft eigenlijk mondopenvallend repetitief voor een auteur met zo’n faam: hij laat iemand iets meemaken, laat diegene dat voorval weer voor de geest halen en laat hem dat ook nog in zo ongeveer dezelfde woorden aan een derde vertellen.

De kerngedachte achter Melancholie II is ijzersterk uitgewerkt: een kunstenaar (Lars) wentelt zich al bij leven in de doem, de pijn en de spijt waar de gewone, door de cultuur van zelfbehoud aangelijnde burger (Oline) pas in het aanschijn van de dood mee geconfronteerd wordt. Pas dan, solitair wegzinkend in een poel van eigen pis en stront, vallen de demonen niet langer te negeren.