Opinie

#blacklivesmatter

Meestal is er één specifiek moment in het jaar waarin het debat over racisme in Nederland losbarst. Het lijkt inmiddels onderdeel van de Nederlandse cultuur: wanneer het bijna november is, gaat het over racisme. Hoewel de echte volgers van het debat weten dat activisten en talloze anderen zich iedere dag hardmaken tegen racisme, lijkt dat ons moment van het jaar, onze champions league: het Sinterklaasfeest.

De afgelopen weken gebeurde er echter iets nieuws. Racisme en politiegeweld zorgden in de Verenigde Staten voor een massabeweging aan protesten die ook hier in Nederland het debat over racisme, institutioneel racisme en macht hebben aangewakkerd. En hoewel de hashtag #blacklivesmatter nu ook in Nederland trending is, is er nog altijd ook wat anders trending: ons onvermogen om te begrijpen dat wij in Nederland ook onze eigen issues hebben als het gaat over racisme en onrecht.

Om te beginnen bij eigenaarschap . Nog altijd zijn er mede Nederlanders die mensen zoals ik, met een migratieachtergrond, buiten het Nederlander zijn plaatsen op het moment dat ik kritiek uit op huize Nederland . Zonder dat ze het zelf willen erkennen, plaatsen ze zichzelf nog altijd boven mij als een soort huiseigenaar, die dan zijn onbeleefde gast verzoekt te vertrekken. Nog altijd hebben deze mensen niet door dat ik inmiddels mede-eigenaar ben van het huis en dat ik me, zoals een goede eigenaar dat doet, druk maak over verbetering van het huis . Daarmee breek ik niks af, maar voeg ik iets toe aan een huis dat wij allen Nederland noemen. Dat er smaakverschil is over inrichting, prima. Maar er kan geen meningsverschil zijn over mijn eigenaarschap, want dan staan we simpelweg tegenover elkaar.

En precies daar gaat het om: macht. Minderheden hebben ook in Nederland last van machtsmisbruik door sommigen die het prima vinden dat zij een bevoorrechte positie hebben. En het maakt niet uit hoeveel onderzoeken er ook verschijnen, sommige mensen blijven structureel ontkennen dat we in Nederland een probleem hebben met discriminatie. Over de jaren heen zijn er talloze voorbeelden geweest, maar structurele oplossingen of massale verontwaardiging moet nog volgen. Onderadviseren van kinderen van kleur, etnisch profileren van de belastingdienst, ongelijke kansen op het vinden van een stageplaats, arbeidsmarktdiscriminatie, etnisch profileren op straat, discriminatie op de woningmarkt, the list goes on.

En dan nog onze eigen gevallen van wandaden door de politie die niet worden vervolgd of waar geen enkele rechtvaardigheid volgt: Mitch Henriquez, Ihsan Gurz, de Arnhemse villamoorden waarbij verschillende Turkse-Nederlanders onder druk bekentenissen hebben moeten afleggen en ten onrechte zijn veroordeeld. Waar blijft hun gerechtigheid? Met name de casus van Ihsan Gurz is bij velen onbekend. Ihsan kwam na zijn arrestatie te overlijden in zijn cel en later blijkt bij een onafhankelijke autopsie in Turkije dat het hart van Ihsan uit zijn lichaam mist. Het verzoek om de agenten te vervolgen? Afgewezen. De beelden uit de cel kunnen inzien? Helaas. Een gebroken vader het resterende stoffelijke overschot van zijn zoon teruggeven? Vooralsnog niet.

Dit zijn geen slechte afleveringen op Netflix. Dit is Nederland. En in plaats van vingertjes wijzen of ontkennen zouden we zij aan zij moeten staan, dan wel met 1,5m afstand, om ons te verzetten tegen dit onrecht. Rotterdam deed dat woensdag, niet met woorden maar met daden, zij aan zij. Misschien was u er bij of niet en dat is ok, want er is geen juiste tijd om je uit te spreken tegen racisme en onrecht, de tijd om je daartegen uit te spreken is altijd nu.

Halil Karaaslan is programma- manager diversiteit en inclusie in de sociale sector. Hij schrijft de komende periode een wisselcolumn met Mirjam de Winter.