De ouderen zijn dat zwaaien voor het raam nu wel zat

Eenzaamheid Familie op afstand, geen spelletjes samen – corona maakt het bestaan voor veel ouderen kaal en eenzaam. Niet iedereen heeft daar last van: „Het geeft een beetje reuring aan mijn bestaan.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Een maand of twee geleden kregen ze nog hoofdzakelijk praktische vragen voorgelegd. ‘Mogen we op het balkon staan?’ ‘Mag ik mijn kleinkinderen nog zien?’ Nu kloppen ouderen vooral aan omdat ze zich eenzaam voelen, zegt Liane den Haan (52), directeur van ouderenbond ANBO. „Zelfs mensen met een normaal sociaal netwerk raken geïsoleerd. Ik maak me het meest zorgen over de ruim 900.000 kwetsbare ouderen die zelfstandig wonen. Bewoners van verpleeghuizen hebben zorg en aandacht van het zorgpersoneel en ze hebben elkaar. Natuurlijk is het verdrietig dat ze hun familie niet mogen zien, maar ze zijn niet alleen. Bovendien is er rust en regelmaat.”

Dat ligt anders voor de thuiswonende senioren. Den Haan: „Vooral alleenstaanden hebben het moeilijk. Ze kunnen geen vrijwilligerswerk meer doen, ontvangen nog maar weinig bezoek en kunnen zich niet meer vrij bewegen.”

Hoewel de ANBO-directeur hoort dat ouderen moeite hebben met het afstand houden, passen ze zich verrassend flexibel aan. „Mensen zeggen: „Ik ben al 88, voor mij maakt het niet veel meer uit, maar ik denk ook aan mijn naasten.” De meesten zijn daar zeer verantwoordelijk in, ook omdat ze beseffen wat een nare dood corona kan betekenen. En anders is het wel de familie die afstand wil bewaren, omdat ze hun vader of moeder, opa of oma zo lang mogelijk bij zich willen houden.”

De ANBO helpt door ouderen te bellen, praktische zaken te regelen en het aanbieden van activiteiten als stoelyoga. Onlangs leerde Den Haan een vrouw van ver in de tachtig nog hoe ze kan videobellen met haar kinderen en kleinkinderen. „Bijkomend voordeel is dat ze zich om die reden nu ook weer elke dag netjes aankleedt en haar haar en make-up verzorgt. Mooi toch?”

‘Ik had altijd een vol leven, maar nu is er weinig leuks over’

Anuscha Buiskool-Levi (89), woont zelfstandig en alleen in Zeist.

„De fysieke ongemakken die ik al had, zijn sinds de coronacrisis verergerd. Ik zie slecht en kan daardoor niet meer schrijven, lezen, tekenen en schilderen. ’s Ochtends heb ik totaal geen zin om op te staan. Ik ben moe. Levensmoe.

Foto Annabel Oosteweeghel

Wat voor een toekomst heb ik op deze manier? Ik heb altijd een vol leven gehad, maar door corona is er weinig leuks over. Een dag met een van mijn twee dochters is er niet meer bij. Mijn kleinkinderen van 23 en 25 kwamen al niet vaak. Ik kan mijn hele leven al goed alleen zijn, maar zorgde wel altijd voor contact. Sinds mijn vriendinnen een tijd geleden zijn doodgegaan, ging ik naar bijeenkomsten voor ouderen, waar we bordspelletjes deden, een beetje praatten en koffiedronken. En toen, patsboem, kwam corona. Sindsdien heb ik hen niet meer gezien.

Hoewel ik wel hulp krijg, voel ik me eenzaam en ik mis ook het knuffelen met mijn dochters. Sinds corona val ik vaker, waardoor ik rechts bijna niets meer kan en veel pijn heb. Maar me laten opnemen wil ik niet; ik ga met mijn voeten vooruit deze voordeur uit. Als het niet zo’n beroerde, pijnlijke ziekte was, zou ik zeggen: geef mij maar corona. Ik vind mezelf ontevreden als ik dat zeg, omdat we het zo goed hebben hier in Nederland. Maar een toekomst met een anderhalvemetersamenleving benauwt me. Vooral voor jonge mensen vind ik het erg, voor hen ziet de toekomst er slecht uit. Vanwege de klimaatproblemen zullen er hele volksverhuizingen op gang komen en is er straks misschien niet meer voldoende water, land of eten. En dan komt dit er nog eens bij.”

‘Ik vind het eigenlijk wel spannend’

Henk Baas (103) uit Schalkwijk woont nog zelfstandig. Elke dag komt een van zijn zeven kinderen langs.

Foto Annabel Oosteweeghel

„De kinderen en ik houden niet strikt anderhalve meter afstand. Soms raken we elkaar ook even aan, maar knuffelen doen we niet – we waren toch al geen knuffelmensen. Ik vind het eigenlijk wel spannend, zo met die coronacrisis. Het geeft een beetje reuring aan mijn bestaan. Er is iets buiten mijn eigen wereldje. Anders zit ik me te vervelen.

„Natuurlijk, corona is naar voor de wereld; ik vind het erg voor de zieke mensen en er moeten moeilijke beslissingen worden genomen. Ik denk veel na over het hoe en waarom van deze ziekte – misschien gaan er veel mensen dood omdat de natuur ze kwijt moet. Hoe dan ook worden we behoorlijk op de proef gesteld. Maar mij persoonlijk jaagt de ziekte geen angst aan – als ik het krijg, het zij zo. Ik vind het niet erg als het een keer afgelopen is. Over de toekomst maak ik me geen zorgen. Het gaat zoals het gaat, en dit hoort daar kennelijk bij. Daar kan ik verder toch niets aan doen. Ik heb alleen invloed op hoe ik er zelf mee omga.”

‘Aanraking is zo wezenlijk voor een mens’

Frans (84) en Annette van der Meer (80) uit Geldrop wonen vanwege corona noodgedwongen gescheiden: zij in hun huis, hij in een verpleeghuis. Ze zoeken naar een echtparenappartement met zorg.

Annette: „Frans en ik kennen elkaar zestig jaar. In de afgelopen weken werd ik 80 en Frans 84. Het is akelig om niet bij elkaar te kunnen zijn, met die paar jaar die we nog samen hebben. Maar er is niets aan te doen. We handhaven de afstand.

Foto Annabel Oosteweeghel

Frans is sterk, hij kan wel 90 worden. Dat ga ik toch niet op het spel zetten? En als diabeet moet ik zelf ook oppassen.

Bij het verpleeghuis hebben ze een babbelbox neergezet, een cabine waar je achter glas met elkaar kunt praten. Maar eerlijk gezegd vind ik dat verschrikkelijk. Dan zit hij daar in zijn rolstoel en kunnen we alleen maar naar elkaar zwaaien. Ik ben minder bang voor corona dan voor het scenario dat we misschien nooit meer samen in één huis kunnen wonen.”

Frans: „Mijn vrouw en ik hebben een goed huwelijk, we waren knuffelig. Aanraking is zo wezenlijk voor een mens, voor mij. Die intimiteit mis ik en dat valt me steeds zwaarder. Ook mijn kinderen en kleinkinderen zie ik achter glas in de babbelbox. Dat vind ik wel een aardig surrogaat. Ik zit in een veilig huis. Als het zo zou blijven, is het te doen. Op het gemis van mijn vrouw na.”