Opinie

Aan je getuigplicht ontkomen moet niet al te makkelijk zijn

Een beroepsgeheim is er alleen als het ook echt een beroep is. Rechter Matthieu Verhoeven over het functionele verschoningsrecht, in de Togacolumn.
Bezoekers tijdens het internationaal congres Liefde faalt nooit!, vorig jaar, van Jehova's getuigen in de Jaarbeurs.
Bezoekers tijdens het internationaal congres Liefde faalt nooit!, vorig jaar, van Jehova's getuigen in de Jaarbeurs. ANP JEROEN JUMELET

In beginsel is iedereen die op de juiste wijze is opgeroepen, verplicht om bij de rechter te komen getuigen. Dat zoiets heel lastig kan zijn bleek onlangs in de zaak van NOS-journalist Robert Bas, die dat weigerde en vervolgens korte tijd werd gegijzeld.
Op deze getuigplicht bestaan dan ook uitzonderingen: bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad zijn niet verplicht te getuigen en evenmin mensen die een bepaald beroep uitoefenen. Voor het strafrecht staat dit verschoningsrecht in het wetboek van strafvordering hier en voor het civiele recht in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, hier.

Beroepsgeheim

Dat laatste, het zogeheten functionele verschoningsrecht komt toe aan mensen die een beroepsgeheim hebben, zoals bijvoorbeeld artsen, advocaten en notarissen. Hulpbehoevenden moeten vrijuit kunnen praten met degenen die hen bijstaan, zonder dat zij het risico lopen dat hun geheimen op straat, of in min of meer publieke dossiers terechtkomen. Daarnaast hebben journalisten het (bijna absolute) recht om hun bron geheim te houden. De NOS-verslaggever werd dan ook weer gauw vrijgelaten. Het belang dat bepaalde zaken aan het licht komen, wordt daar groter geacht dan te weten te komen hoe die journalist nu precies aan zijn informatie is gekomen.

Geestelijken

Ook aan bepaalde geestelijken wordt het verschoningsrecht toegekend. Het heeft mij altijd verbaasd dat bijvoorbeeld een pastoor met een verwijzing naar de Bijbel wèl een verschoningsrecht heeft en de secretaris-generaal van de communistische partij met een verwijzing naar Das Kapital niet, de ene ideologie is de andere kennelijk niet, maar dit terzijde.
Dat verschoningsrecht is niet allesomvattend. Het moet gaan om wetenschap die de geheimhouder in zijn ambt, beroep of betrekking is toevertrouwd. Een advocaat die een aanrijding tussen twee niet-cliënten heeft gezien, dient daar net als ieder ander gewoon over te verklaren. Aan hem komt dan geen beroep op het verschoningsrecht toe omdat hij toevallig advocaat is.

Jehova’s ouderlingen

Begin deze maand moest de rechtbank Overijssel oordelen over de vraag of ouderlingen van de Jehova’s Getuigen die deel uitmaakten van een “rechterlijk comité” een functioneel verschoningsrecht hadden. Aanleiding was een strafrechtelijk onderzoek naar seksueel (kinder)misbruik bij Jehova’s Getuigen.
Indien dergelijk misbruik bij de ouderlingen wordt gemeld, gaan die de zaak onderzoeken om te bezien of de overtreder moet worden uitgesloten van de kerk. Het Openbaar Ministerie had om de uitlevering van de stukken uit die onderzoeken gevraagd. Omdat op dat verzoek niet werd gereageerd, vonden op diverse plaatsen huiszoekingen plaats. De ouderlingen waren van mening dat geen kennis mocht worden genomen van het in beslag genomene omdat die stukken vielen onder hun verschoningsrecht.

Niet absoluut

De rechtbank kwam tot het oordeel dat de ouderlingen bij de Jehova’s Getuigen in het algemeen geen verschoningsrecht hebben omdat hun geheimhoudingsplicht niet absoluut is. Op grond van de statuten van het geloofsgenootschap kunnen ouderlingen worden verplicht informatie te verstrekken aan de Christelijke Gemeente. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de ouderlingen, als zij optreden als lid van een kerkelijk rechterlijk comité, geen geestelijk verzorgers van hulpbehoevenden zijn en dus ook wat dat betreft geen functioneel verschoningsrecht hebben.

Principieel

Kortom: een geheimhoudingsplicht (ofwel beroepsgeheim) is een harde voorwaarde en daarnaast moet het gaan om wat die geheimhouder in de uitoefening van zijn functie op dat punt is toevertrouwd. In deze zaak oordeelde de rechtbank dus dat aan geen van beide voorwaarden was voldaan.
Het gaat hier om een heel principieel punt. Enerzijds heb je het grote belang van een beroepsgeheim, anderzijds moet je niet al te makkelijk aan je getuigplicht kunnen ontkomen in het belang van de waarheidsvinding.
Daarom zou het mij niet verbazen als deze kwestie aan de Hoge Raad wordt voorgelegd.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier of rechter. Matthieu Verhoeven is rechter in Almelo in de civiele sector, waar hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen doet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.