Waarom we restaurants en cafés nodig hebben

Hassnae & Nadia In restaurants en cafés vinden we elkaar, schrijft Hassnae Bouazza. Het bijbehorende recept voor aligot is van Nadia Zerouali.

Hassnae Bouazza (links) en Nadia Zerouali.
Hassnae Bouazza (links) en Nadia Zerouali. Foto Lars van den Brink

Toen we jaren geleden in de Spaanse stad Pamplona waren, liepen we Café Iruña binnen, door Ernest Hemingway beschreven in zijn klassieker The Sun Also Rises. De tijd leek er stil te hebben gestaan, alsof de eigenaren nooit afscheid hebben willen nemen van zijn geest.

Hemingway kwam ook in het Parijse café-restaurant Les Deux Magots aan de fameuze Boulevard Saint-Germain; een ontmoetingsplek voor onder anderen Pablo Picasso en Simone de Beauvoir en tot op de dag van vandaag een geliefde plek voor schrijvers, kunstenaars en bezoekers die iets van die intellectuele magie willen opsnuiven, uit dezelfde wijnglazen willen drinken en van dezelfde borden de gerechten willen proeven.

Restaurants en cafés krijgen in tijden van crises een decadent imago. Ze gelden vaak als een luxe, alleen toegankelijk voor wie zich een etentje of drankje buiten de deur kan veroorloven. Maar ze zijn veel meer dan dat: het is in restaurants en cafés waar vreemden vrienden worden en heuglijke momenten gevierd met dierbaren. Er ontstaan relaties, nieuwe ideeën worden opgedaan, romans geschreven. Ze zijn de ideale plek om met veel misbaar debat te voeren, geestverwanten te ontmoeten en plannen te smeden. De Franse Revolutie begon in een Parijs café.

Volgens de Amerikaanse socioloog en schrijver Ray Oldenburg is de horeca een ‘third place’, een plek waar mensen samenkomen, een ‘home away from home’. De ‘first place’ is je thuis, de ‘second place’ je werkplek, de ‘third place’ de plek waar sociale binding plaatsvindt.

Een goede kok trekt je voor de duur van de maaltijd zijn wereld in

Dat restaurants en cafés het cement zijn van de samenleving zie je bijvoorbeeld in Spanje, waar na de siësta iedereen samenkomt op de terrassen. Jong, oud, bejaard, alles door elkaar. Wie alleen is, hoeft zich er niet eenzaam te voelen.

In landen in Azië zijn de stalletjes op straat de uitkomst voor mensen zonder eigen keuken. De prijzen van de gerechten zijn democratisch en niet zelden is elke stal gespecialiseerd in één of een paar gerechten die generaties lang zijn doorgegeven van ouder op kind.

Eten is zoveel meer dan alleen maar een voorwaarde om in leven te blijven. Het is ook een manier om je verbonden te weten met je omgeving.

Een goede kok of chef trekt je bovendien voor de duur van de maaltijd zijn of haar wereld in. Of dat nu via een simpel gerecht is, dat ontroert door z’n eenvoud, of een uitbundig achtgangenmaal dat je verbluft achterlaat. Een kok herinnert je via het bord ook aan de seizoenen, laat zich door de oogst van het moment inspireren en geeft je niet alleen nieuwe herinneringen mee om nog vaak aan terug te denken, maar ook ideeën hoe je bekende groenten en gerechten smakelijk kunt herinterpreteren.

En zo raken restaurants en cafés aan de belangrijkste pijlers van het leven: sociaal-maatschappelijk, cultureel, emotioneel en zintuiglijk.