Rijk traag met compensatie ov-bedrijven

Openbaar vervoer Vervoerders en de regering zijn het niet eens over compensatie van verliezen in het openbaar vervoer. Een oplossing blijft uit.

Foto Olivier Middendorp

Het openbaar vervoer in Nederland rijdt sinds maandag weer op volle sterkte, zonder dat de vervoersbedrijven zicht hebben op volledige vergoeding van de miljoenenverliezen die ze daardoor lijden. De onderhandelingen tussen de vervoerders en de regering over deze vergoeding zitten vast. Als resultaat uitblijft, zien de stads- en streekvervoerders zich gedwongen om weer minder frequent te gaan rijden.

Begin mei kondigde premier Rutte (VVD) aan dat het openbaar vervoer weer normale diensten zou gaan draaien. Tegelijkertijd blijft de oproep van kracht om alleen met het ov te reizen als dat noodzakelijk is, en geldt een passagierslimiet van 40 procent van de normale capaciteit. De onvermijdelijke exploitatieverliezen die dat oplevert, zouden door het Rijk worden gecompenseerd.

Onderhandelingen met staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) over die vergoedingen hebben bijna een maand later nog geen volledig resultaat opgeleverd. In de Tweede Kamer groeit de onvrede over het uitblijven van een oplossing. GroenLinks kreeg woensdag steun van een meerderheid van de Kamer voor het voorstel om ambtenaren van het ministerie tekst en uitleg te laten geven over de vraag waarom er nog geen overeenstemming is bereikt.

Gat van half miljard

Stads- en streekvervoerders raamden hun inkomstenverlies aanvankelijk op 1,3 miljard euro. Vorige week bood het ministerie circa 600 miljoen euro aan compensatie voor die verliezen. Volgens betrokkenen gaapt er nog steeds een gat van zo’n 500 miljoen euro tussen het bod van het ministerie en de kostenraming van de vervoersbedrijven.

Openbaar vervoer wordt, juist tijdens de coronacrisis, beschouwd als een vitale sector in de economie. De volledige dienstregeling wordt uitgevoerd op verzoek van de regering. Vervoerders gingen er daarom van uit dat hun verliezen afgedekt zouden worden. Niet alleen dit jaar, maar voor de duur van de hele coronacrisis.

De boodschap van het ministerie is nu dat vervoersbedrijven ook hun eigen vermogen moeten aanspreken en een beroep moeten doen op hun aandeelhouders en financiers, zo bevestigen betrokkenen bij de onderhandelingen. Bij de Rotterdamse RET, het Amsterdamse GVB en de Haagse HTM zijn dat de drie gemeentebesturen. Bij de streekvervoerders gaat het om provincies en buitenlandse aandeelhouders. Transdev/Connexxion, Keolis, Arriva en Qbuzz zijn eigendom van Franse, Duitse en Italiaanse moederbedrijven.

RET, GVB, en HTM verwachten, zonder onderhandelingsresultaat, elk tientallen miljoenen aan exploitatieverliezen te lijden in 2020. Behalve met het stads- en streekvervoer, wordt ook onderhandeld met NS.