Opinie

Rechter en OM kunnen samen de achterstand inlopen, mits…

Als het OM tijdelijk meer strafzaken zelf wil afdoen, wat kan er dan beter? Strafrechter Jacco Janssen heeft een lijstje, in de Togacolumn.
De rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland Foto Koen van Weel/ANP

Bij ons in de wijk zitten een keur- én een scharrelslager. Beide slagers vinden dat zij het beste vlees verkopen. Wij Rotterdammers maken liever onze eigen keuzes en keuren daarom het vlees zelf.
Bij het OM-plan dringt de gedachte aan mijn buurtslagers en het keuren van hun eigen vlees zich snel op. Die gedachte kleeft al sinds de invoering in 2008 aan de zelfstandige afdoening van strafzaken door het OM. Dat is ook niet zo gek omdat het OM zich dan niet alleen bemoeit met de opsporing en de vervolging, maar ook degene is die een straf oplegt. Een gevangenisstraf opleggen mag het OM niet. Dat mag volgens onze grondwet alleen de strafrechter. Maar het mag bijvoorbeeld wel tot een taakstraf van maximaal 180 uur, een geldboete of een ontzegging van de rijbevoegdheid beslissen. Is de verdachte het niet eens met de strafbeschikking dan mag hij in verzet bij de strafrechter. De zaak wordt dan behandeld als een gewone strafzaak alsof de strafbeschikking er niet is geweest.

Strafblad

De kritiek op het OM-plan was de afgelopen week niet van de lucht. De Rechtspraak reageerde in NRCals volgt: „Wij zijn geen groot voorstander van OM-afdoening, maar gezien de huidige uitzonderlijke omstandigheden hebben wij begrip voor tijdelijke maatregelen.” De strafrechtadvocatuur legde in haar kritiek de nadruk op gebrek aan goede rechtsbijstand. Ook werd de invloed van de strafbeschikking op het strafblad van een verdachte aangestipt. In tegenstelling tot wat velen denken wordt een strafbeschikking ook in dat strafblad opgenomen, met alle mogelijke gevolgen van dien.
Deze voorzichtige en kritische houding is niet zo verrassend omdat de wijze waarop het OM van de strafbeschikking gebruikmaakt al jaren onder druk staat. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft zich over die praktijk (zeer) kritisch uitgelaten. Hij vroeg nadrukkelijk aandacht voor het bewijs of beter gezegd het gebrek daaraan, de hoogte van de opgelegde straf en de snelheid waarmee het verzet van verdachten werd afgehandeld.

Zelfde team

Hoewel de kritiek op de strafbeschikking op dit moment nog zeker niet weg is, heeft het OM inmiddels goede stappen gezet. Ik denk dat het nieuwe plan voor het OM een kans en een uitdaging biedt om de strafbeschikking nog beter in de verf te zetten. De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat strafrechtspraak, het OM en de strafrechtadvocatuur in veel gevallen in hetzelfde team spelen, los van hun eigen rol in het strafproces.

Uitvoeringspraktijk

Daarom ben ik met de beste intenties zo onbescheiden geweest om een conceptspoorboekje te maken voor de uitvoeringspraktijk van de strafbeschikking. Een spoorboekje waar ook iedere burger van zou moeten weten. Daarin is een hoofdrol voor het OM weggelegd met daarnaast een belangrijke rol voor de strafrechtadvocatuur en de strafrechtspraak. Een significante bijrol is weggelegd voor de minister voor Rechtsbescherming, de heer Dekker.

●●●●

Een goede strafbeschikking begint bij het OM. Juist in coronatijd is het van groot belang dat het OM voordat hij een strafbeschikking oplegt goed kijkt of de zaak daarvoor geschikt is. Dat lijkt een open deur maar als achterstanden oplopen, ligt een goedbedoelde maar mogelijk onterechte keuze voor afdoening met een strafbeschikking op de loer.

●●●●●

Het OM houdt bij het opstellen van een strafbeschikking voor ogen dat hij ‘rechtspreekt’ in een individuele strafzaak. Hij houdt rekening met de omstandigheden van het geval en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Dan wordt een strafbeschikking een afgewogen oordeel met een straf op maat. Zo’n strafbeschikking heeft de meeste kans om recht te doen in de concrete situatie en om door de verdachte te worden geaccepteerd.

●●●●●

De volgende stap – en dat is echt nieuw – is om de strafbeschikking te voorzien van een vetgedrukt telefoonnummer van een in te stellen landelijke pikettelefoon voor strafbeschikkingen. De strafrechtadvocatuur zal deze telefoon moeten gaan bemensen en de minister voor Rechtsbescherming is de aangewezen persoon om één en ander te financieren.
Als de verdachte een advocaat wil spreken over zijn strafbeschikking belt hij de pikettelefoon en krijgt hij de keus uit een aantal advocaten bij hem in de buurt. Het pikettelefoonnummer wordt ook afgedrukt op de uitnodiging voor de OM-zitting. Zo’n zitting is bijvoorbeeld nodig als het OM een taakstraf wil opleggen. Op deze manier creëert het OM zijn eigen tegenspraak. Dat zorgt voor kwaliteit van de procedure en voor rechtsbescherming van de burger die op deze manier niet meer alleen staat.

●●●●

De gekozen advocaat nodigt de verdachte uit voor een gesprek tegen een vast (gereduceerd) tarief. Dit wordt betaald door de verdachte of vanuit gefinancierde rechtsbijstand. Ook hier ligt een taak voor minister Dekker. In het gesprek wordt de te volgen koers door de verdachte en zijn advocaat besproken.

●●●●●

Als de eerste stappen van het spoorboekje goed zijn doorlopen zal een groot aantal verdachten de strafbeschikking accepteren, of dat doen na raadpleging van de advocaat. Voor de verdachten die naar de OM zitting moeten of niet akkoord gaan met de strafbeschikking, begeleidt de advocaat het verdere traject van de OM-zitting en/of de verzetsprocedure bij de strafrechter.

●●●●●●

De strafrechtspraak zal ervoor moeten zorgen dat de verzetszaken binnen een aantal weken worden behandeld door de strafrechter. Dit creëert snelle duidelijkheid voor de verdachte en het OM en voorkomt dat de procedure stroperig wordt.

●●●●●●●

De strafrechtspraak zoekt ten slotte – binnen de grenzen van de wet – naar mogelijkheden voor een korte en adequate behandeling van het verzet op de strafzitting. Hoewel de wet voorschrijft dat de zaak door de strafrechter integraal moet worden behandeld, kan de strafrechter heel goed de nadruk leggen op de vraag wat er mis is met de strafbeschikking.

Als de strafrechtketen het spoorboekje volgt en iedereen draagt zijn steentje bij aan het OM-plan is het als tijdelijke maatregel één van de manieren om in te lopen op de corona-achterstanden. De Nederlandse rechtsstaat verdient het dat achterstanden in strafzaken snel worden ingelopen én om dat op een goede manier te doen. Anders gezegd: OM-slager laat de keurmeesters toe.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier en rechter. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.