Reportage

‘Parijs maakt een heuse fietsrevolutie mee’

Verkeer Nederlander Stein van Oosteren probeert al jaren de Parijzenaars op de fiets te krijgen. Door de coronacrisis is dat doel ineens een stuk dichterbij gekomen.

Nieuwe fietspaden in Parijs. Foto Christophe Ena/AP
Nieuwe fietspaden in Parijs. Foto Christophe Ena/AP

Hij gaat het fietsen op zijn grondgebied verbieden, zegt burgemeester Laurent Vastel van Fontenay-aux-Roses. „Het moet hier gedaan zijn met die Hollandse toestanden.”

De burgemeester maakt een grapje. Het is zijn manier om gedag te zeggen tegen Stein van Oosteren, 47, een Nederlandse inwoner van Fontenay-aux-Roses, een zuidelijke buitenwijk van Parijs. Van Oosteren heeft zijn levenswerk gemaakt van het promoten van fietsen in en rond de Franse hoofdstad. Op deze zonnige dag, kort na de eerste versoepeling van de lockdown, lijkt zijn droom van Parijs-fietsstad dichterbij dan ooit. Sinds de coronacrisis heeft plotseling iedereen het over de fiets als een toekomstige oplossing voor verkeersproblemen.

„Het coronavirus is een accelerator geweest”, zegt Van Oosteren, in het dagelijkse leven lid van de permanente vertegenwoordiging van Nederland bij VN-organisatie Unesco. „Maar er was al het besef dat het anders moest: de hele Parijse regio is dichtgeslibd. Je kunt het openbaar vervoer niet oneindig uitbreiden.”

De fietstocht hierheen vanuit Parijs verliep verrassend vlot. Vanaf station Montparnasse rijd je eerst over een stukje heuse fietssnelweg, om dan aansluiting te vinden op de Coulée Verte, een veertien kilometer lang gemengd fiets- en wandelpad. Die Coulée Verte was de reden waarom Van Oosteren na zo’n twintig jaar in Parijs enkele jaren geleden naar Fontenay-aux-Roses verhuisde. „Mijn vrouw wilde buiten Parijs gaan wonen om meer ruimte te hebben. Ik had één voorwaarde: ik wilde met de fiets naar het werk kunnen”, zegt hij gezeten op een bankje op het plein voor het gemeentehuis. „Maar vergis je niet: de Coulée Verte is de uitzondering. De Parijse buitensteden zijn een hel voor de fietser.”

Hier om de hoek, in het nu gesloten café Colibri , leverde Van Oosteren naar eigen zeggen zijn grootste bijdrage aan het fietsen in Parijs. „Ik had in 2017 de vereniging FARàVelo opgericht om hier lokaal het fietsen te promoten. Ik zag dat heel veel mensen bezig waren met het fietsen rond Parijs, maar dat iedereen zich concentreerde op de eigen gemeente. Dus heb ik mijn diplomatieke ervaring gebruikt om die mensen samen te brengen.”

Fiets als transportmiddel

Uit die vergadering kwam het Collectif Vélo Île-de-France voort, waarvan Van Oosteren nu woordvoerder is. In januari dit jaar kwam het collectief met een ambitieus plan: de RER-V, een netwerk van 360 kilometer fietspaden rond Parijs, geënt op het bestaande regionale treinnetwerk RER.

„We hebben er bewust voor gekozen ons netwerk dezelfde vorm te geven als de RER, met hetzelfde aantal lijnen, kleuren en cijfers, en net iets andere routes. We wilden zo duidelijk maken dat de fiets een transportmiddel is en niet alleen recreatief, zoals veel mensen de fiets hier nog zien.”

De timing had niet beter gekund. In de eerste maanden van dit jaar gingen veel Parijzenaars noodgedwongen op de fiets vanwege de aanhoudende stakingen in het openbaar vervoer. Vervolgens kwam de coronacrisis.

Lees ook: In Europa gaat men na corona op de fiets door de stad.

De autoriteiten in Parijs en elders stonden voor een ongekende uitdaging: hoe voorkom je dat de wegen opnieuw dichtslibben, als je tegelijkertijd om gezondheidsredenen het gebruik van het openbaar vervoer moet ontmoedigen? Het antwoord bleek: de fiets. „In één klap zijn hele rijstroken voor de fiets vrijgemaakt”, zegt Van Oosteren. „Zelfs de brug over de Seine van Parijs naar La Défense, de grootste zakenwijk van Europa, werd ineens fietsbaar. Het is een heuse fietsrevolutie.”

De geesten waren al aan het rijpen vóór de crisis. Burgemeester Annie Hidalgo van Parijs had in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 15 maart de Vélopolitain voorgesteld; een plan voor een netwerk van 170 kilometer aan fietspaden in Parijs ‘intra muros’, binnen de ringweg. Dat plan is geënt op het bestaande metroplan, de Métropolitain.

Kruispunten een ramp

Hidalgo’s plan werd in het kader van de versoepeling van de lockdown versneld uitgevoerd, met tijdelijke wegaanduidingen. Hidalgo, die al langer bekendstaat als ‘anti-auto’, nam ook een symbolische maatregel. De beroemde Rue de Rivoli, die langs het Louvre loopt, is nu een fietssnelweg in twee richtingen met nog slechts één rijstrook voor taxi’s en bussen in één richting. Natuurlijk is er ook tegenstand: de belangengroepering van automobilisten 40 million d’automobilistes beschuldigt Hidalgo ervan te profiteren van de coronacrisis om haar ‘ideologie’ op te dringen, en wijst erop dat de auto het veiligste vervoermiddel is in de strijd tegen Covid-19.

Toch heeft Van Oosteren hoop dat het enthousiasme voor de fiets straks uitloopt op concrete maatregelen. „In januari was er al wel politieke steun voor ons project. Maar het bleef toch vooral bij beloften. De coronacrisis heeft ervoor gezorgd dat de regio 300 miljoen euro op tafel heeft gelegd. Dat is 60 procent van de financiering die nodig is.”

Burgemeester Vastel tempert het enthousiasme van Van Oosteren: „Door de crisis zijn we nu een beetje aan het experimenteren. Het is zeker een geschikt moment. Maar ik moet ook rekening houden met de wensen van de automobilisten.” Van Oosteren blijft onverstoorbaar: „We kunnen niet terug naar het pré-coronatijdperk. Als Nederlander heb ik nooit goed beseft hoe goed wij het hebben met onze fietspaden. Ik zie mijn rol nu in het overdragen van de kennis die wij als Nederlanders hebben. Over de kruispunten bijvoorbeeld: hier zijn die een ramp voor de fietser.”