Nu de voetbalstadions leeg zijn is het thuisvoordeel verdwenen

Topsport zonder publiek Voetballers presteren beter wanneer ze voor eigen publiek spelen. Blijft dat thuisvoordeel ook intact als de stadions leeg zijn?

In een vol stadion De Oude Meerdijk, zoals hier begin 2019, blijkt FC Emmen maar moeilijk te verslaan.
In een vol stadion De Oude Meerdijk, zoals hier begin 2019, blijkt FC Emmen maar moeilijk te verslaan. Foto Siese Veenstra

Met de eigen supporters op de tribune was FC Emmen dit seizoen een totaal andere ploeg dan in uitwedstrijden. Waar ze op De Oude Meerdijk dominant speelden en 29 punten behaalden, stapten de spelers bij uitwedstrijden met lood in de schoenen in de bus en werden er slechts drie punten gesprokkeld. „We leken wel een schizofrene ploeg”, zegt aanvoerder Michael de Leeuw.

Het voorbeeld van Emmen is weliswaar extreem, maar vrijwel alle teams presteren thuis structureel beter dan uit. Nu de coronacrisis de stadions nog maanden leeg houdt en clubs het zonder publiek moeten doen, is het de vraag wat dit doet met het thuisvoordeel. Voor wetenschappers die zich al jaren het hoofd breken over dit fenomeen, worden de effecten nu zichtbaar.

Lees ook: Paul Depla: ‘Eerst moet je je afvragen: hoe maak je de voetbalcompetitie coronaproof?

Vooral in het voetbal

Thuisvoordeel wordt niet betwijfeld in het voetbal. Terecht, want uit onderzoek van de Universiteit van Chicago blijkt dat thuisvoordeel in geen enkele sport zo sterk aanwezig is als in het voetbal. Ook in de Nederlandse eredivisie. Sinds 2010 wonnen thuisploegen 44 procent van hun duels, terwijl 33 procent van de wedstrijden door bezoekers werd gewonnen. In totaal pakten eredivisieclubs in deze periode 60 procent van het aantal punten in thuiswedstrijden.

In de vijf grootste Europese competities is het niet anders. Zo behaalden clubs in de Bundesliga thuis 58,3 procent van hun punten, in de Britse Premier League en Spaanse Primera Division gaat het om respectievelijk 58,8 en 60,7 procent.

Spelers omschrijven thuisvoordeel als iets ongrijpbaars. Tal van factoren spelen een rol, zegt Willem II-aanvoerder Jordens Peters. Met zijn club verloor hij maar twee van de dertien thuisduels dit seizoen. Meest memorabel: de 2-1 zege op PSV. „Tegen PSV is de sfeer bij ons altijd intenser, en zij waren ook nog eens uit vorm. We kwam snel op 1-0, het enthousiasme van de supporters werkte aanstekelijk. Bij elke bal die ik wegkopte, gingen ze los. In Eindhoven was PSV zeker nog gaan stormen, dat lukte ze nu niet.”

Hoe anders is dat nu in de Bundesliga. Sinds de herstart zijn er 36 wedstrijden gespeeld zonder fans, slechts acht daarvan werden gewonnen door de thuisclub. „Het thuisvoordeel is weggevallen, de omstandigheden zijn voor beide teams gelijk”, zei Bayer Leverkusen-coach Peter Bosz na de nederlaag (1-4) tegen VfL Wolfsburg.

„Het is nog te vroeg om er conclusies aan te verbinden”, zegt sportpsycholoog Paul van Zwam, die werkte voor Chelsea, Ajax en Feyenoord. „Wel verwacht ik grote verschuivingen. Voor een wedstrijd voelen spelers spanning, waardoor ze stresshormonen zoals adrenaline aanmaken. Door de steun van het eigen publiek zetten ze die spanning om in iets positiefs. De hartslag gaat omhoog, spieren nemen makkelijker brandstof op en de ademhaling verbetert, waardoor spelers sterker en sneller worden en beter kunnen presteren. Zonder supporters is er van dit proces geen sprake.”

Thuisclubs in Duitsland winnen beduidend minder vaak nu stadions leeg zijn

Willem II’er Peters: „In sommige wedstrijden gaat het publiek bij elke geslaagde tackle of actie tekeer. Als het dan ook nog een beetje meezit, lijkt het inderdaad alsof je niet moe kan worden.” De Leeuw, van FC Emmen: „Bij ons is het een wisselwerking met het publiek. Zij weten dat wij de wedstrijd vol vertrouwen in gaan, waardoor het bij hen meer en meer gaat leven. Zo motiveren we elkaar.”

Lees ook: Hygiënisch correct juichen bij terugkeer in de Duitse stadions

Ook vertrouwdheid met de omgeving wordt als verklaring voor thuisvoordeel genoemd. Spelers kennen elke grasspriet van het stadion. Peters: „Maar ik vraag me sterk af wat daar zonder publiek van over blijft. Wel ben ik ervan overtuigd dat teams op kunstgras dit voordeel hebben.”

De Leeuw speelt met FC Emmen op kunstgras, en kan dat beamen. „We kennen ons veld door en door. Bovendien weten we dat veel tegenstanders door het kunstgras met tegenzin naar Emmen komen. Het werkt daardoor dubbel in ons voordeel. Toch is het een combinatie van factoren. De steun van het publiek, kunstgras, maar ook de onderschatting. Wij worden toch nog vaak als clubje uit de eerste divisie gezien. Maar het belangrijkste is dat hoe langer onze ongeslagen thuisreeks werd, hoe meer wij geloofden dat we ook de volgende thuiswedstrijd zouden winnen.”

Hierbij is volgens psycholoog Van Zwam sprake van een self-fulfilling prophecy. Oftewel: de verwachting dat iets gaat gebeuren, vergroot de kans dat het ook daadwerkelijk gebeurt. „Een team gelooft dat ze thuis sterker zijn, gaat zich daar in het veld ook naar gedragen.”

Niet alleen spelers, ook scheidsrechters worden door het publiek beïnvloed. In Amerikaans onderzoek uit 2012 wordt zelfs geconcludeerd dat de invloed van de fans op de scheidsrechter de belangrijkste reden is van thuisvoordeel. Scheidsrechters zouden meer extra tijd bijtrekken als de thuisploeg dreigt te verliezen, en zijn geneigd overtredingen van de thuisploeg vaker door de vingers te zien.

Onbewust beïnvloed

Sandra van Essen, als sportpsycholoog begeleider van verschillende scheidsrechters, twijfelt daaraan. „Als dat al waar is, dan gebeurt het onbewust. Scheidsrechters worden gecontroleerd door een rapporteur, die carrières kan maken of breken. Ik denk dat ze van hen eerder druk voelen dan van fluitende supporters. Bovendien zijn topscheidsrechters erop getraind zich af te sluiten van de omgeving.”

Emmen-spits De Leeuw verwacht dat als de eredivisie straks wordt hervat zonder publiek, de best voetballende teams daar veel voordeel uit gaan halen. „De ploegen onderin, die het moeten hebben van knokken, hebben die adrenalinestoot van het publiek het hardst nodig. Dat geldt minder voor goed voetballende teams.”

Willem II’er Peters voorziet zonder gejuich of fluitconcerten een ander soort spanning. Hij stelt voor de oefenwedstrijden straks te spelen in stadions, in plaats van op amateur- of trainingsvelden „Dan is het bij de start van de competitie geen item meer.”