Met het virus verdwijnt de harmonie uit België

België gaat komende maandag een langverwachte nieuwe fase van de lockdown-versoepeling in. Het vertrouwen in de coronaregering slonk tegelijk met de coronacijfers.

Half mei werd de gekeerde publieke opinie in België pijnlijk duidelijk toen premier Sophie Wilmès kil ontvangen werd bij een Brussels ziekenhuis.
Half mei werd de gekeerde publieke opinie in België pijnlijk duidelijk toen premier Sophie Wilmès kil ontvangen werd bij een Brussels ziekenhuis. Foto Marin Driguez/SIPA

De Belgische premier Sophie Wilmès waarschuwde er vanaf de eerste persconferenties van de coronacrisis al voor. Een lockdown opleggen, zoals België in maart deed, is in feite gemakkelijk. Het moeilijkste is de afbouw ervan. Die is „delicaat”, „elke nieuwe stap betekent opportuniteiten voor sommigen, maar niet voor iedereen”, waarschuwde de premier.

Woensdag zette Wilmès de tot nu toe grootste stap in de afbouw. In eerdere fases mochten de scholen al open, net als musea, winkels en sommige markten. Nu presenteerde de Belgische Veiligheidsraad een vooruitzicht voor de zomer. De coronacijfers zijn gunstig. En dus redeneert België vanaf 8 juni niet meer volgens het principe van ‘alles is verboden, behalve’ maar ‘alles is toegestaan, behalve’, zei Wilmès op de persconferentie.

Maandag mag de horeca weer open. Sociaal contact blijft niet langer beperkt tot vier mensen. Toerisme in eigen land mag weer en vanaf 15 juni zijn ook de grenzen weer helemaal open. Vanaf 1 juli mogen bioscopen en theaters bezoek ontvangen. „De contouren van het normale leven” tekenen zich af, aldus Wilmès. Maar met het terugwinnen van de normaliteit, is ook van de eerdere steun voor de Belgische regering weinig meer over.

Coronacoalitie

Toen het coronavirus België begin maart bereikte, zat het land al ruim een jaar met een demissionaire minderheidsregering. De verkiezingen van mei 2019, een paar maanden na het vallen van de regering-Michel, hadden nog niet tot een nieuwe federale regering geleid. Corona bood een uitweg: eindelijk werden de kiftende politici tot beweging gedwongen. De Belgische politiek verenigde zich in een nieuwe, tijdelijke minderheidscoalitie met gedoogsteun van welgeteld tien partijen. In de Veiligheidsraad wisten de federale regering én die van de deelstaten ongewoon voortvarend compromissen te sluiten over de te nemen stappen.

Niet alleen de politiek, ook het land leek zich te verenigen. Sophie Wilmès, de eerder wat onzichtbare demissionaire premier die in alle haast was aangetrokken om de naar Europa vertrekkende Charles Michel te vervangen, kreeg lof voor haar kordate optredens. Een onderzoek van de Universiteit van Antwerpen toonde begin april dat een ongewoon hoog deel van de Vlamingen, 45 procent, vond dat België het wat betreft de aanpak van de crisis beter deed dan de buurlanden. Een klassiek ‘rally around the flag’-effect: crisissituaties verbinden, regeringen en hun leiders zien hun populariteit stijgen.

Lees ook: Geen tijd meer om te kiften in België

Maar de delicate versoepeling vergalde het voor de Belgische regeringen en leiders. Hun gebrekkige communicatie hielp niet. Een PowerPoint-presentatie eind april waarin de versoepelingsfases voor het eerst werden uitgelegd, blonk uit in onduidelijkheid. Toen de woonzorgcentra weer bezoek mochten krijgen, vergaten de deelstaten eerst met de sector te overleggen. De voorwaarden om scholen te heropenen werden plotseling aangepast, net toen alle voorbereidingen al getroffen waren. En dan was er nog de ‘regel van vier’: elk huishouden mocht vanaf half mei in totaal vier nieuwe mensen toevoegen aan zijn ‘contactbubbel’. Die vier mensen mochten énkel elkaar zien, een rekenoefening die veel Belgen onuitvoerbaar vonden. Dit weekeinde besloot het land dan plotseling om de grenzen deels open te gooien. Maar het vergat de buurlanden te informeren. Aan de Franse grens werden Belgen massaal teruggestuurd.

Kille ontvangst

Toen de Antwerpse Universiteit haar onderzoek eind april herhaalde, bleek nog maar een kleine 26 procent van de Vlamingen achter het Belgisch beleid te staan. Half mei werd de gekeerde publieke opinie pijnlijk duidelijk toen Wilmès kil ontvangen werd bij een Brussels ziekenhuis: de voltallige staf draaide zich naar haar om, uit protest tegen besparingen in de zorg en de aanpak van de coronacrisis. En ook de politici die zich in de eerste weken gedeisd hielden, begaven zich weer in de arena.

De onderhandelingen voor een volwaardige regering zijn weer opgestart, maar met een crisis in het vooruitzicht nog minder vanzelfsprekend dan voorheen. Mocht het tot verkiezingen komen, dan doen de peilingen er weinig aan twijfelen dat vooral twee partijen daar garen bij zouden spinnen: het uiterst rechtse Vlaams Belang en de PVDA op uiterst links, die het bij de laatste verkiezingen al goed deden en teren op het gebrek aan vertrouwen in de traditionele machtspartijen.

Zo delicaat als de versoepeling was, zo delicaat is ook de Belgische nationale eenheid gebleken, nu de normaliteit weer in zicht is.