Zelf brood bakken, lokale worst kopen - door corona zou alles anders worden

Corona en de keuken Dit was de crisis die alles zou veranderen, riepen we, en we gingen niet meer voor elke wissewasje naar de buren, deelden ons eten met de buren. Wat blijft er straks over van al die nieuwe inzichten?

Foto's Getty Images, bewerking NRC

We waren even bij een kookwinkel voor iets dat niets met corona te maken had – een ijsemmertje. Overal in de winkel stonden rieten mandjes. Rijsmandjes, om brooddeeg in te laten rijzen, bleken het meestverkochte product deze dagen. Al weken waren bloem en gist overal op, molenaars hadden hun winkels gesloten omdat amechtige klanten elkaar onder de voet liepen. Alsof alle bakkers op last van het kabinet gesloten waren en spoedig alleen de zelfvoorzienenden nog brood zouden eten.

Het was waarschijnlijk niet eens de angst voor schaarste die mensen aanzette tot het delen van zuurdesemrecepten en de aanschaf van broodbakmachines. Het bakken was een vorm van escapisme die alles gaf waar nu behoefte aan was. Iets met je handen doen, thuis. Iets maken voor de mensen om je heen. Geen taart, maar ons dagelijks brood. Iets wat in al zijn eenvoud toch perfect gelukt kon zijn. Iets dat een geur van geborgenheid door het hele huis verspreidde.

Zouden we blijven bakken? Ook in het nieuwe normaal? Ook als de luiken weer opengingen?

De kookpodcasts waar ik tijdens mijn coronawandelingen naar luisterde, ook niet voor niets natuurlijk, vervulden dezelfde taak. Dit was even niet het moment voor culinaire fratsen. Koken en eten – en er buitensporig veel over praten – waren nu niet bedoeld om ergens bovenuit te stijgen, om je eigen voortreffelijkheid te bewijzen, maar juist om er samen het beste van te maken. Wat je allemaal wel niet kon doen met een zak kikkererwten of een blikje tonijn.

Je zág de virusdeeltjes bijna in de supermarkt rondhangen, met hun grijpgrage handjes

Onzin eigenlijk, die oorlogsstemming van die eerste maanden. Om te doen alsof we opgesloten zaten met alleen blikvoer en droge waren tot onze beschikking. Wie echt op noodvoedsel was aangewezen, had andere behoeften dan vijf recepten voor linzensoep. En voor veel quarantainekoks was het juist een tijd van overdaad. Je kon Oosterscheldekreeft kopen die normaal alleen in sterrenrestaurants te krijgen was, elke avond eten als in het weekend, goede kaas en wijn erbij – want hé, support your locals. Maar kennelijk hadden we het nodig, het idee van schaarste en noodrantsoenen. Brood en bonen. Maar dan wel met truffelworst en burrata.

Grijpgrage handjes

Het dubbele was: intussen stond eten ook voor iets anders. Boodschappen doen voelde gevaarlijk. De supermarkt was een plek waar je zo snel mogelijk weer weg wilde. Je zág de virusdeeltjes bijna rondhangen met hun grijpgrage handjes. Daar, een samenscholing op de avocado’s. Bij de croissants. Op de toetsen van de weegschaal. De zelfscankassa. Weg hier.

Het eten zelf leek vergiftigd, en waar het vandaan kwam al helemaal. We wisten natuurlijk allang wat we de planeet aandoen met de manier waarop we eten. En nu werd dat nog eens ingewreven. Globalisering, industriële landbouw, intensieve veeteelt, lange voedselketens – het waren altijd abstracte woorden. Nu ging het over asperges en aardbeien, dat er geen mensen waren om ze te steken en te plukken. Aardappelen, die wegrotten omdat er nauwelijks nog friet werd gegeten. Lege kassen, waar eerst de exclusiefste kiemplantjes groeiden, voor restaurants over de hele wereld. In Amerika werden varkens gedood zonder dat ze tot vlees verwerkt konden worden. Je wist niet dat ze in West-Afrika Nederlandse vis aten. Nu wel. Omdat de vis in IJmuiden bleef liggen. Rotte vis, als beeld voor een voedselsysteem waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum al veel eerder verstreken was.

In het klein stelde je je overal die zwermen van virusdeeltjes voor. In het groot zag je wereldomvattende voedselstromen voor je, als saturnusringen, die nu in gruis uiteenspatten rond de aarde. Waar het voorheen opviel als er eens geen peultjes of kiwi’s te krijgen waren, wekte het nu eerder verbazing dat de winkels nog steeds vol lagen met verse producten van andere continenten. Argentijnse ribeye in de aanbieding, hoe bestaat het? Hoelang nog?

Niet meer voor elk wissewasje naar de winkel. Delen met de buren. Creatiever omgaan met wat er nog in huis was.

Terwijl het coronanieuws door de geur van versgebakken brood probeerde te priemen, schoten buiten tussen de huizen, net als elke avond, vleermuizen door de schemering. Er zijn twaalfhonderd soorten vleermuizen, schijnt. Deze dwergvleermuisjes konden er niets aan doen dat aan de andere kant van de wereld een hoefijzerneus een gevaarlijk virus via een ander dier op mensen had overgebracht, maar het schattige was er wel een beetje vanaf. De zwarte schichten zagen er nu bedreigend uit.

Bezorgdozen met worst

Never waste a good crisis. Dit was de crisis die alles zou veranderen. Het werden zo langzamerhand onverdraaglijke clichés. Hoewel toch te zien was dat het best anders kon. Thuis, om te beginnen. De tijd nemen om te koken. Bonen wellen, uien stoven, maken wat je normaal alleen in restaurants at. Niet meer voor elk wissewasje naar de winkel. Delen met de buren. Creatiever omgaan met wat er nog in huis was. Het leek ineens zo makkelijk en vanzelfsprekend en zoveel lekkerder en gezonder dan het haastige, ondoordachte gegraas van voor corona.

Het vermogen om vooruit te kijken en te plannen was niet iedereen gegeven, maar er waren mensen die nooit meer anders wilden dan eens per week alle boodschappen in huis te halen, en dan ook echt alles op te maken. Minder te verspillen. Minder impulsief te eten.

En wie eenmaal had geproefd van de bezorgdozen met worst, brood, kaas, tafelzuur, groente en fruit van lokale producenten en ondernemers wilde dat voortaan altijd, want daar moest het naartoe, toch? Een eerlijke prijs voor goede producten uit de buurt. Nooit meer anonieme asperges uit Peru. Daar was ook geen excuus meer voor, nu al die online platforms uit de grond waren gestampt om producent en consument bij elkaar te brengen. Weten waar je eten vandaan kwam en dat het goed was. Zo moest het verder.

Bubbels

Er zijn bubbels waarin je de indruk zou kunnen krijgen dat iedereen voortaan beter, verantwoorder wil eten en nooit meer terug wil naar diepvriespizza’s en kiloknallersteaks die de hele wereld over gezeuld werden voordat ze hier op de barbecue lagen. Bubbels waarin mensen ook tijd en geld hebben voor dit wenkende perspectief. En de overtuiging en wilskracht om het vol te houden.

Uit de gedragspsychologie weten we dat je in 66 dagen van nieuw gedrag een gewoonte kunt maken. Die 66 dagen zijn al ruimschoots voorbij. Maar in die tijd zijn de meeste mensen helemaal niet anders gaan eten, blijkt als het ze gevraagd wordt. Ze doen dezelfde boodschappen in dezelfde winkels en koken dezelfde maaltijden.

En de mensen die in die maanden wel anders waren gaan eten? Zouden die in het nieuwe normaal nog lang kiezen voor lokaal, duurzaam, ambachtelijk?

Een vrijdagmiddag in april. Bij een boerderijwinkel in Baambrugge, waar een pakje gezouten Guernsey-boter van 230 gram 10,30 euro kost, parkeerde een man zijn Porsche (tegenover een Maserati met autopech, maar dat terzijde). Hij zag de rij en vroeg: „Wat is hier de procedure?” Toen er geen fast lane bleek te zijn, scheurde hij ronkend weer de dijk af. Misschien liet hij wel zien wat boodschappen doen bij de boer voor veel mensen was: een uitje tegen de quarantaineverveling. Superbelangrijk, goed eten, maar het moest niet te veel gedoe zijn.

Het is moeilijk om niet cynisch te zijn over waar we naartoe gaan. Wat blijft er hangen van wat we nu geleerd hebben? Er zal al zoveel gedwongen vertraging in het post-lockdownleven komen. Eten, vooral eten in de horeca, wordt misschien wel veel duurder. Het verlangen naar het oude comfortabele zou weleens sterker kunnen zijn dan de waardering van het nieuwe, dat tijd, energie en geld kost.

Op een dag duiken in talloze huishoudens bij de grote schoonmaak zakjes gist op, een stoffig rijsmandje en een broodbakmachine. Souvenirs uit 2020, het jaar dat alles anders zou worden.

Een tip alvast: koop droge gist, die is jaren houdbaar.