Laser onthult enorm Maya-bouwwerk in Mexico

Archeologie De platforms die de Maya’s bouwden werden waarschijnlijk gebruikt voor ceremoniële observaties tijdens zonnewendes.

Luchtfoto van het gebied waar het platform is gevonden. Hierop is het Maya-bouwwerk nauwelijks te zien.
Luchtfoto van het gebied waar het platform is gevonden. Hierop is het Maya-bouwwerk nauwelijks te zien. Foto Takeshi Inomata

In Aguada Fénix, in de Mexicaanse provincie Tabasco, is een reusachtig piramideachtig platform van 1.400 bij 300 meter gevonden. Het bouwsel, op de grens van het schiereiland Yucatán, is opgebouwd tussen 3.000 en 2.800 jaar geleden. Deze tien à vijftien meter hoge kunstmatige heuvel van klei en aarde markeert het begin van de Maya-cultuur, die daarna tot grote bloei kwam op het Yucatán-schiereiland.

De onderzoekers onder leiding van Maya-kenner Takeshi Inomata (Universiteit van Arizona) hebben rondom het platform ook allerlei andere rituele complexen gevonden die typerend zijn voor de vroege Maya-cultuur, zo schrijven ze deze week in Nature.

Het team van Inomata heeft in dezelfde regio al eerder vergelijkbare bouwwerken gevonden, zoals in Ceibal, allemaal dankzij nauwkeurige hoogtekaarten die gemaakt zijn met behulp van lasermetingen die door de meeste begroeiing heen de bodem kunnen ‘zien’.

Zoals de antropoloog en ervaren Maya-onderzoeker Patricia A. McAnany schrijft in een commentaar in Nature: „Ik moest nog duizenden uren veldwerk steken in dit soort onderzoek, lopend achter een lokale, met een machete zwaaiende gids.” Wat vroeger decennia duurde, kan nu in een paar jaar, waarbij overigens na het bureauwerk nog altijd de ‘machete-hakkers’ nodig zijn om ter plekke te kijken of de conclusies kloppen, aldus McAnany. Het gebied rond Aguada Fénix, net ten noorden van de grote bocht in de San Pedrorivier, bestaat overigens niet meer uit louter regenwoud, maar is inmiddels een lappendeken van bos en landbouwgebied.

Vrij precies noord-zuid

Een paar honderd jaar na dit begin in de zuidwesthoek van Yucatan verspreidde de bouw van dit soort platforms zich over de rest van het schiereiland. Deze platforms liggen vrij precies noord-zuid en werden hoogstwaarschijnlijk gebruikt voor ceremoniële observaties. Vanaf naburige bouwsels is op die dagen de zonsopgang te zien op de hoeken van het grote platform, op 21 juni in het oosten, op 21 december in het westen. Deze ‘observatoria’ worden ‘MFU-patronen’ worden genoemd: Middle Formative Usumacinta, genoemd naar de Usumacintarivier in Tabasco, waarin de San Pedrorivier uitmondt.

Geen platform is zo groot en oud als dat wat nu gevonden is in Aguada Fenix. „Als je eroverheen loopt realiseer je je niet wat het is”, zei Inomata eind vorig jaar in The New York Times, toen de eerste gegevens over de vondst bekend werden. „Het is zo groot dat het deel lijkt uit te maken van het natuurlijke landschap.” In Nature hebben Inomata en zijn collega’s uitgerekend hoeveel mandagen het zou kosten om de miljoenen kubieke meters grond op te bouwen: 13 miljoen. Uit C14-dateringen is duidelijk geworden dat er tweehonderd jaar aan het gevaarte is gebouwd – zo’n 160 mensen zouden permanent aan het werk zijn geweest.

Visualisatie van de laserhoogtemetingen, waardoor de Maya-bouwwerken duidelijk zichtbaar zijn in het landschap. Beeld Takeshi Inomata

Deze inspanning is des te indrukwekkender omdat ze geschiedde op een moment dat de bevolking nog maar net met landbouw was begonnen en zelfs nog maar nauwelijks sedentair leefde. Het bouwwerk is evident geïnspireerd op de bouwwerken van de oudere, al geavanceerde landbouwbeschaving van de Olmec, 400 kilometer naar het westen, rond de huidige stad San Lorenzo. Maar verder is in Tabasco duidelijk sprake van een nieuw begin, schrijven Inotama en zijn collega’s. Het in Aguada Fénix gevonden aardewerk en de stenen bijlen zijn verwant met andere vondsten uit ongeveer dezelfde tijd in Yucatan. Er werd door deze vroege Maya-cultuur ook al aan maislandbouw gedaan, zo blijkt uit zetmeelanalyses op maalstenen. Maar het ontbreken van woonhuizen bij het platformcomplex maakt duidelijk dat er nog geen stedelijke beschaving is.

De Olmec-cultuur kende grote sociale ongelijkheid, zoals blijkt uit de vele grote stenen koppen van koningen en hun kleine, alleen voor de elite toegankelijke piramides. Bij de vroege Maya-cultuur ontbreekt dat allemaal. Het enige beeldje dat tot nu toe gevonden is in Aguada Fénix is van een witlippekari (een Amerikaans hoefdiertje), dat door de archeologen inmiddels ‘Choco’ is gedoopt.

Zoals de onderzoekers concluderen: door de invoering van landbouw zijn sociale omstandigheden snel veranderd in het gebied rond Aguada Fénix. En in die tijd hebben veel inwoners het landschap getransformeerd om nieuwe rituele plaatsen van samenkomst te creëren, zónder dwang door machtige elites.

Het lijkt er op dat na 2.750 jaar geleden de plek verlaten is en in onbruik raakte als massale plek van samenkomst. Later in de Maya-cultuur ontstond er sociale ongelijkheid in de vele elkaar beoorlogende stadstaten. Uiteindelijk breidde de klassieke Maya-cultuur zich vanuit Yucatán uit tot de westkust van Midden-Amerika. Rond het jaar 800, 1.800 jaar nadat in Aguada Fénix de bouw van het enorme platform begon, eindigde deze klassieke bloeitijd van de Maya’s op Yucatán. Verder naar het westen bleven overigens nog vele eeuwen sterke ‘postklassieke’ Maya-stadstaten bestaan.