Recensie

Recensie Muziek

Iggy Pop en David Bowie: bloedbroeders in rock-’n-roll

CD-box Een nieuwe 7 cd-box verzamelt bijna alle studio- en liveopnamen die Iggy Pop en David Bowie in de jaren 1976-77 samen maakten. Terwijl Iggy lauweren oogstte als peetvader van de punk werd zijn grensverleggende album ‘The Idiot’ een schakelpunt in de pophistorie.

Iggy Pop tijdens de tour voor ‘The Idiot’, in maart 1977.
Iggy Pop tijdens de tour voor ‘The Idiot’, in maart 1977. Foto Ian Dickson/Redferns

Een van de beste rockinterviews ooit werd afgenomen door de Amerikaanse talkshowhost Dinah Shore. In haar doorgaans rimpelloze huisvrouwenprogramma trof ze op 15 april 1977 de popsterren Iggy Pop en David Bowie, tijdelijk aan elkaar gekoppeld omdat Bowie toetsen speelde op de tournee ter promotie van Iggy’s eerste soloalbum The Idiot. Shore stelde precies de goede vragen. „David, hoe hou je je ego in toom als je dienstbaar bent achter Iggy Pop?” Bowie was de bescheidenheid zelve: „Iggy is de meest beestachtige performer die ik ooit heb gezien. Vergeleken bij hem is alle andere rock-’n-roll te braaf voor woorden.”

De gereserveerde Engelsman David Bowie had alle reden om jaloers te zijn op zijn Amerikaanse collega. Hij bewonderde Iggy’s spontaniteit, zijn ruigheid, zijn vermogen om uit de losse pols een tekst te verzinnen op de studiovloer. In de jaren 1976-’77 werden ze bloedbroeders, niet het minst omdat Bowie de zieltogende carrière van zijn vriend en inspirator wilde redden. Eerst in Frankrijk, later in München en Berlijn werkten ze aan de muziek die Iggy’s doorbraakalbums The Idiot en Lust For Life opleverde. In dezelfde periode kwam ook Bowies „Berlijnse Trilogie” van de albums Low, Heroes en Lodger tot stand.

Hilarisch was het antwoord dat James ‘Iggy’ Osterberg gaf toen Dinah Shore hem bezorgd vroeg naar zijn zelfmutilatie met glasscherven. „Ik had het zo bont gemaakt in mijn persoonlijk leven dat ik mezelf wilde straffen op het podium. Daar ben ik inmiddels voor geholpen.”

Schakelpunt

The Idiot, met een titel geleend van Dostojevski en een hoesfoto geënt op het portret dat Erich Heckel in 1917 maakte van zijn getroebleerde collega-expressionist Ernst Kirchner, werd een schakelpunt in de pophistorie. Terwijl Iggy Pop alom geëerd werd als grondlegger van de punk, was hij zijn navolgers een stap vooruit. Songs als ‘Sister Midnight’ en ‘Dum Dum Boys’ klonken elektronisch, industrieel en duister. Lust For Life werd kort daarop zijn best verkochte album, na spraakmakende optredens, zoals die keer dat hij in de TopPop-studio de gehuurde potpalmen vernielde.

De 7cd-box Iggy Pop: The Bowie Years verzamelt alles wat het illustere tweetal in achttien maanden samen produceerde. De twee geremasterde studioalbums steken met kop en schouders uit boven een cd met outtakes en maar liefst vier livealbums van wisselende kwaliteit, waaronder het eerder verschenen TV Eye. Niet-albumtrack ‘I Got A Right’ is alleen aanwezig in de teleurstellende liveversie, terwijl legendarische outtakes als Bowie’s ‘Iggy Pop When Are You Going To Stop?’ voorgoed in de kluis blijven.

De superieure, voor radio gemaakte liveregistratie Mantra Studios, Chicago (28/3/1977) laat in volle glorie horen hoe Bowie als onopvallend dirigent achter orgel en piano structuur gaf aan muziek die als het aan Iggy had gelegen was geëindigd in liederlijke chaos, zoals het in eerdere jaren met zijn groep The Stooges was gebeurd. Iggy Pop was nog nooit zo gelukkig als toen hij, afgekickt van heroïne en met een tientje zakgeld per dag, door Berlijn dwaalde. De muziek, uit rust geboren, behoort tot de opwindendste rock ooit gemaakt.