Hoorcollege volgt de student nog wel even online

Hoger onderwijs Over anderhalve week opent de campus zich weer voorzichtig, maar zonder het bruisende leven. Tot ver na de zomer zal online onderwijs nog een grote rol spelen, zeggen onderwijsbestuurders, soms tot hun spijt. „Op de campus vindt de échte academische vorming plaats.”

Studenten bij Ahoy tijdens de opening van de Eurekaweek, de introductieweek voor nieuwe studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2018.
Studenten bij Ahoy tijdens de opening van de Eurekaweek, de introductieweek voor nieuwe studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2018. Foto Jerry Lampen/ANP

Spoiler voor studenten die nog hopen op normále colleges na de zomer: dat gaat niet gebeuren. Zelfs niet als er een vaccin is tegen corona. De toekomst van het hoger onderwijs is ‘blended’, blijkt uit een rondgang van NRC lang universiteiten en hogescholen. Ook veel gehoord: ‘hybride’. Het betekent hetzelfde: studenten krijgen voortaan een mix van online en fysiek onderwijs.

Hoe ziet die hybride toekomst eruit en wat betekent het voor studenten die vanaf 15 juni weer mondjesmaat welkom zijn op de campus? Wie de vraag voorlegt aan bestuurders in het hoger onderwijs krijgt vrijwel zonder uitzondering eerst een lofzang op de flexibiliteit van de eigen organisatie te horen. De razendsnelle transformatie naar online onderwijs is niet minder dan „een klein wonder”, vinden ze. Werd vóór corona jarenlang vruchteloos vergaderd over digitalisering van het onderwijs, nu stampten universiteiten en hogescholen het halverwege maart in een paar dagen tijd uit de grond. Met succes: op practica na ging bijna al het onderwijs door.

De transformatie is blijvend, denkt Rutger Engels, rector van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). „Dit is een beweging die je niet meer terugdraait.” Dat is niet erg, vindt hij. Sterker nog: het kan het onderwijs versterken en effectiever maken. „Studenten kunnen online heel goed werkcolleges voorbereiden, waardoor de live bijeenkomsten van een betere kwaliteit zijn. Je gaat dan meer uit de werkgroepen halen.”

Maar online onderwijs is niet zaligmakend. Verschillende onderzoeken die deze weken op universiteiten en hogescholen worden uitgevoerd, laten hetzelfde beeld zien: zowel studenten als docenten worden er doodmoe van en missen het échte contact met elkaar.

Lees ook: Aantal aanmeldingen voor universiteit groeit door corona

Fifty-fifty

„Studenten zijn best positief over online onderwijs en waarderen hun docenten enorm”, zegt Alex Tess Rutten, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond. „Maar het is echt geen volwaardige vervanger van onderwijs op de campus. Ik ben een beetje bang dat ‘hybride’ betekent dat het straks fifty-fifty wordt. Daar schrikken wij van.”

Rutten ziet veel zorgen bij haar achterban: over studievertraging en de financiële consequenties daarvan en over „oplopende studiedruk”, omdat hoorcolleges soms zijn vervangen door opdrachten die studenten thuis moeten maken en die veel meer tijd kosten.

Dat beeld komt overeen met de eerste resultaten van de ‘crisismonitor’ van de Universiteit van Amsterdam (UvA): ongeveer de helft van de studenten maakt zich zorgen. „Ze zijn onzeker”, zegt Geert ten Dam, voorzitter van het college van bestuur van de UvA. „Hoe ga ik dit jaar afronden? Hoe ziet het er volgend jaar uit?”

„Onze studenten zijn somberder en ervaren een hogere studiedruk sinds we door corona alleen nog online lesgeven”, zegt ook rector Engels van de EUR. Kleine nuancering: „We weten niet zéker of dat komt door corona, maar als we deze onderzoeksresultaten vergelijken met eerdere data over het welzijn van onze studenten dan zien we toch wel een stijgende lijn als het gaat om negatieve gevoelens.”

Academische vorming

Wat de bestuurders ook vaststellen: over het online onderwijs an sich zijn de meeste studenten redelijk te spreken. „De tevredenheid over het onderwijs wijkt verrassend genoeg niet af van andere jaren”, zegt Jan Bogerd, collegevoorzitter van de Hogeschool Utrecht (HU). „Maar er zijn ook zorgen, vooral bij studenten die thuis niet goed kunnen studeren. Die proberen we zo veel mogelijk naar de campus te halen.”

Lees ook dit opiniestuk over online onderwijs: Zo schaft de universiteit zich af

Geert ten Dam zou het liefst zo snel mogelijk álle studenten weer op de campus verwelkomen. „Daar vindt de échte academische vorming plaats.” Ten Dam is behalve collegevoorzitter ook hoogleraar onderwijskunde en weet vanuit die expertise dat je de interactie tussen student en docent niet kunt vervangen door colleges via Zoom. Online onderwijs is in veel opzichten een verarming, vindt ook rector Frank Baaijens van de Technische Universiteit Eindhoven (TUE). „Vakinhoudelijk maakt het niet uit, maar je mist de extra waarde van samen zijn, samen discussiëren, leren van elkaar.”

Strikte voorwaarden

Maar als op 15 juni de eerste studenten en docenten weer welkom zijn op de campus, is van fysiek contact nog weinig sprake. De voorwaarden zijn strikt: houd anderhalve meter afstand en reis niet tijdens de spits naar de campus.

Waarbij ‘spits’ ruim opgevat moet worden: van het kabinet mag het onderwijs op de campus alleen plaatsvinden tussen elf uur ’s ochtends en drie uur ’s middags. Tot ongenoegen van universiteiten en hogescholen: want én anderhalve meter afstand houden én een marge van maar vier uur, dat is wel erg krap.

Hier is niet goed over nagedacht, vindt Ten Dam van de UvA. „Bij ons komt 40 procent van de studenten op de fiets naar college. Waarom zouden die niet al ’s ochtends les mogen krijgen? We moeten veel slimmer nadenken over wat er wél kan.” Maatwerk, bepleiten ook de andere bestuurders die deze puzzel stuk voor stuk een „een logistieke nachtmerrie” noemen.

Nieuwe studenten aan de start van hun studiejaar bij de Vrije Universiteit in Amsterdam in 2017. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Ze gaan in hun berekeningen allemaal uit van een scenario waarbinnen 20 procent van het totale aantal studenten tegelijk op de campus kan zijn. Daarom blijft het in elk geval tot aan de zomervakantie bij werkcolleges, scriptiebegeleiding en het inhalen van gemiste praktica op de campus. Sommige instellingen, zoals de Hogeschool Utrecht, maken plannen om het onderwijs uit te smeren over de avonden en om de zaterdag er ook bij te pakken om zo veel mogelijk lessen in te halen voor het nieuwe collegejaar in september begint.

Eerstejaars voorrang

En na de zomer? „Het is koffiedik kijken”, zegt Rianne Letschert, rector van de Universiteit Maastricht. „We weten nog zo weinig, er zijn zo veel scenario’s. Wij proberen zo veel mogelijk op de campus te doen, aangevuld met online onderwijs.” Hoorcolleges, zeggen vrijwel alle bestuurders, zullen in ieder geval tot januari alleen online plaatsvinden. Alleen praktijkonderwijs en werkcolleges vinden straks weer op de campus plaats.

Lees ook over mensen die jong waren tijdens de crisis van de jaren tachtig: Verloren generatie? Na een aantal wanhopige jaren viel het allemaal wel mee

Daarbij krijgen eerstejaars studenten voorrang. „Die willen we zo veel mogelijk naar de campus halen” zegt Engels van de EUR. „De binding in het eerste jaar is ontzettend belangrijk.” Het is zelfs een belangrijke voorspeller voor studiesucces, zegt Geert ten Dam van de UvA. „Als je als nieuwe student niet wortelt in Amsterdam, is de kans op afhaken groter.”

Daarom proberen alle universiteiten en hogescholen binnen de regels van de anderhalvemetersamenleving een alternatieve introductietijd voor aankomende eerstejaars op poten te zetten. Feesten met meer dan duizend man zitten er niet in, maar „picknicken met kleine groepjes in het park” kunnen wel. Ten Dam: „Het sociale cement gaat hoe dan ook gesmeed worden.”