Hier rijst en daalt de aarde

Van toen naar nu Een wandeling in etappes door Nederland en door de tijd. Aflevering vijf: Langs de Noord-Brabantse Peelrandbreuk, waar de ‘peel-enclaves’ droogstaan, is het doodstil. „Geen vogel gezien.”

Foto Merlin Daleman

Marianne en Henk Kerkers hadden geen idee toen ze deze boerderij kochten. De grond eronder beweegt omhoog, en hun achtertuin met spruitkool en borlottibonen gaat omlaag. Een paar millimeter per jaar, maar toch. Langs dit Brabantse weggetje met bomen duwen twee stukken Nederland tegen elkaar. De Peelrandbreuk loopt van Roermond tot Nijmegen; soms is er een aardbevinkje, voor het laatst in 1992. De meest actieve breuk van Nederland is er slechts een in een zone van geologisch craquelé dat zich uitstrekt van de Middellandse Zee tot in de Noordzee.

Hier, bij Deurne, rijst het oostelijke deel langs die breuk en daalt het westelijke deel al 25 miljoen jaar. Het is dat het dalende stuk zich steeds heeft gevuld met zee- en rivierwater dat zand en grind en klei achterliet, anders zou Henk uit zijn keukendeur in een ravijn van twee kilometer diep kijken.

We beginnen deze wandeling zuidelijker, in Nationaal Park De Groote Peel. Gezinnen met kroost in buggy’s en grootouders op sleeptouw genieten van de zon – het is pre-corona. Wij kiezen een ruigere route over zandpaden en ‘knuppelbruggen’, vlonders van aan elkaar geknoopte paaltjes die de Romeinen hier al over het moeras bouwden. Als je dit gebied doorsteekt, kom je weer uit in het boerenland, waar het ruikt naar gier en het vol staat met protestborden.

Hoogveen is veenmos dat zich op de rottende resten van ouder mos boven de waterspiegel uitwerkt en dat als turf kachels liet branden. Van de ‘pelen’ zijn er nog maar een paar kwijnende enclaves over, waar het grondwater veel te laag staat en stikstof uit landbouw de schrale bodem verzadigt met voedsel voor andere planten dan veenmos.

De grondwaterschaal langs het pad staat zover in het rood dat het peil niet meer te zien is. Boeren draineren hun grond en pompen water op om hun gewassen te beregenen. Hete, droge zomers doen de rest. In een meertje steken zwarte boomstronken uit het water. Duizenden jaren is dat ‘kienhout’ geconserveerd in het veen, maar het zakkende water legt ze bloot. ‘Peelpuisten’ noemen ze die hier, en op de Doggersbank in de Noordzee halen vissers die ook soms naar boven.

„Ik denk dat we 150 hectare oppervlaktewater kwijt zijn”, zegt de man-in-het-groen die één peel verder, in Mariaveen, voor ons opduikt, verrekijker op de borst. „Ik maak altijd mijn rondje, maar ik heb geen vogel gezien.” De g is hier wel zacht maar nog niet gesmolten.

Foto Merlin Daleman

Mariaveen ligt aan de hoge kant van de Peelrandbreuk. De breuklijn zelf, een dikke laag klei, is als een ondergrondse dam. Grondwater kan er niet weg en komt – hier en daar roestbruin van het ijzer – omhoog. Mariaveen bestaat bij de gratie van dat water. Maar ook deze peel staat droog. Het is er doodstil. Geen meerkoet roert zich. Geen kraanvogel vouwt zich langs de lucht. Geen F-16’s van Volkel ook, vandaag.

Soms is de Peelrandbreuk te zien als ‘trede’ in het landschap, dáár moet je maar aannemen dat hij er loopt; na een tijdje denk je dat je hem overal ziet, in elke dijk of richel. Hij loopt ook door Liessel, langs de kalksteenfabriek met zijn baggermolens die uit de nacht der tijden walviswervels bovenhalen.

En dan zijn we bij Henk en Marianne. Henk oogst spruiten voor een workshop fermenteren (‘Verrot lekker’). Marianne toont de breuk. Aan twee kanten hebben ze een put geslagen die de tegenintuïtieve grondwaterstand laat zien: hoog aan de ‘hoge kant’, die van hun huis. „We begrepen opeens waarom onze kelder zo nat was”, zegt ze.

De laatste etappe loopt door een nieuwbouwwijkje van Deurne. De Peelrandbreuk loopt er ook doorheen; als een rivier doorsnijdt hij de wijk. Daar mochten geen huizen gebouwd worden. Er loopt wel een fietspad, vruchtbomen aan twee kanten, witte bloesems aan de ene en rode aan de andere kant.