Boris Johnsons gentle reminder voor China

Betrekkingen VK-Hongkong Britse leiders voelen een speciale verantwoordelijkheid voor Hongkong, maar bemoeienis ligt gevoelig. Johnson had een ingeving.

Een militair van het Chinese Volksbevrijdingsleger gebaart naar de fotograaf te stoppen met fotograferen op het Tiananmen-plein in Beijing tijdens het jaarlijkse congres van de Communistische Partij.
Een militair van het Chinese Volksbevrijdingsleger gebaart naar de fotograaf te stoppen met fotograferen op het Tiananmen-plein in Beijing tijdens het jaarlijkse congres van de Communistische Partij. Foto Roman Pilipey/EPA

Britse premiers zijn gewend om op z’n Engels beschaafde gentle reminders te sturen naar Chinese presidenten om zich aan de regels te houden – om het zelfbestuur van Hongkong daadwerkelijk te respecteren. Dat deed David Cameron tijdens de opkomst van de paraplubeweging in 2014, toen er in de metropool massaal gedemonstreerd werd voor democratische hervorming, door te zeggen dat hij „ernstig bezorgd” was. Dat deed Theresa May de afgelopen jaren, met soortgelijke afkeurende teksten zonder echte gevolgen, als de commotie in Hongkong weer oplaaide, luwde en wederom oplaaide.

Britse leiders voelen een speciale verantwoordelijkheid voor hun voormalige grondgebied, maar worstelen met de wijze om daaraan uiting te geven. Want je als premier van een oud-kolonisator mengen in de besognes van een ex-kolonie ligt altijd gevoelig. Zeker als je daarvoor in de clinch moet met China, wereldmacht in wording, economisch groeiwonder waar Britse bedrijven gretig van willen profiteren.

Die overwegingen zal ook Boris Johnson de revue hebben laten passeren. Toen kwam hij met een ingeving, die hij woensdag neerpende in een ingezonden stuk dat in de Hongkongse krant South China Morning Post verscheen en in het Verenigd Koninkrijk in The Times. Johnson waarschuwt dat hij in de quasi-stadstaat kwistig zal strooien met miljoenen Britse verblijfsvergunningen als president Xi Jinping de plannen voor een nieuwe veiligheidswet die indruist tegen de Hongkongse autonomie niet intrekt.

Iedere bewoner van Hongkong die geboren is voor 1997, het jaar waarin de laatste Britse gouverneur huiswaarts keerde, heeft recht op een Brits overzees paspoort. Nu bezitten meer dan 300.000 Hongkongers zo’n pas en komen bijna 3 miljoen Hongkongers ervoor in aanmerking. Volgens de huidige regels zitten er beperkte voordelen aan de British National Overseas-pas. Bezitters mogen maximaal zes maanden in het VK verkeren. Johnson wil echter die voordelen fors verruimen: de bezitters kunnen straks in het VK wonen, werken, jaarlijks hun verblijfsvergunning verlengen en uitzicht krijgen op volledig Brits staatsburgerschap. „Dit zou een van de grootste wijzigingen voor ons visumstelsel zijn”, schrijft Johnson.

99 jaar lang een kolonie leasen

Dat de leider van een regering die migratie aan banden wil leggen miljoenen mensen aan de andere kant van wereld belooft een uitnodiging om te verhuizen te verstrekken, stuit in het VK niet op verzet. Geen wanklank, want dit is hoe de Tories hun land graag zien: moedig strijden tegen autocratie, niet bang voor een grootmacht en barmhartig voor mensen die een historische band met het VK hebben.

In zijn stuk wees Johnson de Chinese president Xi Jinping erop dat Hongkong zo’n succes is door de Britse nalatenschap. „Hongkong is succesvol omdat de bewoners vrij zijn. Zij kunnen debatteren en nieuwe ideeën delen, hun mening geven. En zij leven in een rechtsstaat, gehandhaafd door onafhankelijke rechtbanken.”

Lees ook: Carrie Lam: veiligheidswet komt er, ongeacht de weerstand

Dat de Britten zich bij vlagen moreel verantwoordelijk voelen is het gevolg van de geschiedenis. De Chinese eilandjes en schiereilanden aan de monding van de Parelrivier kwamen in delen in Britse handen in de tweede helft van de negentiende eeuw, nadat de Qing-dynastie de Opiumoorlogen had verloren. In 1898 werd afgesproken dat de Britten Hongkong voor 99 jaar zouden leasen.

Begin jaren tachtig van de twintigste eeuw onderhandelde Margaret Thatcher met de Chinese partijleider Deng Xiaoping over de voorwaarden voor teruggave. In 1984 kwamen de twee tot een deal. Ze spraken af dat Hongkong in 1997 Chinees grondgebied werd, maar dat zeker tot 2047 het rechtsstelsel en de autonomie gewaarborgd bleven. Hongkong zou door Hongkongers worden bestuurd.

In VK geen wanklank over verblijfsvergunningen voor miljoenen buitenlanders

Op bezoek in de voormalige kolonie in 1996, het jaar voordat de Britse vlag gestreken werd in Hongkong, beloofde toenmalig premier John Major dat de Britse regering „alle juridische en andere middelen” inzet als China de afspraken zou schenden. „Hongkong zal nooit alleen staan.”

Aanzwellende kritiek Tories

Toch is de zeggingskracht van de oud-kolonisator na 23 jaar beperkt. Beijing wil mede invloed in Hongkong om een democratiebeweging in te dammen. Activisten als Joshua Wong wensen niet alleen dat Hongkong na 2047 autonoom blijft, maar dat er vrije verkiezingen komen. Dat is een heikele kwestie voor Johnson. In zijn artikel van 800 woorden noemt hij het woord democratie niet. Hij houdt het op het abstracte „rechten en vrijheden”.

In de 150 jaar dat de Britten zelf de macht hadden, voerden ze zelf evenmin een democratie in. Aanvankelijk zagen ze de noodzaak niet en vanaf de jaren vijftig waarschuwden Chinese leiders, beginnend met Mao Zedong, dat zij Hongkong zouden binnenvallen als de Britten algemeen kiesrecht toestonden. Daar deinsden de Britten voor terug, omdat zij hun belangen in de kolonie niet wensten te verliezen.

Dat Johnson nu toch in actie komt, is het gevolg van aanzwellende kritiek binnen delen van de Conservatieven over de koers van de Chinese regering. Onlangs richtte een aantal Lagerhuisleden van de Tories de China Research Group op, bestaande uit Lagerhuisleden die bezorgd zijn over de opmars van China. In een opiniestuk voor de blog Conservative Home schrijft medeoprichter Neil O’Brien dat „de geheimzinnige en autoritaire Chinese regering gigantische problemen veroorzaakt voor de rest van de wereld”. Een gebrek aan openheid over het begin van de corona-uitbraak en de potentiële dubbelrol van technologiebedrijf Huawei als verlengstuk van de spionagediensten zijn steen des aanstoots. „De illusies van de jaren negentig, dat China onvermijdelijk zou democratiseren en liberaliseren naarmate de economie ontwikkelde, gaan in rook op’’, schrijft O’Brien. ,,We hebben een nieuw plan nodig, en snel.’’

In reactie op het epistel van Johnson drong de 23-jarige activist Joshua Wong er bij de premier op aan om verder te gaan. Wong wil dat Johnson economische sancties afkondigt tegen Chinese bedrijven. Dat is lastig. Johnson wil weliswaar de autonomie van Hongkong verdedigen, wil minder afhankelijk zijn van Chinese invoerproducten, maar koestert ook Chinese investeringen, studenten en handel. Meer handel met opkomende economieën als China is een kernpunt van zijn strategie voor een welvarend Global Britain als de Brexit is afgerond. Daar botsen Johnsons uiteenlopende ambities.