Deel Nederlandse galeriehouders: ‘steunmaatregel Mondriaan Fonds is oneerlijk’

Kunstmarkt Nederlandse galeriehouders die met Nederlandse kunstenaars deelnemen aan de komende edities van drie aangewezen kunstbeurzen krijgen hun standhuur deels vergoed. Maar alleen als ze er vorig jaar ook stonden.

De stand van de NN Art Award op kunstbeurs Art Rotterdam in 2020.
De stand van de NN Art Award op kunstbeurs Art Rotterdam in 2020. Foto Almichael Fraay

De steunmaatregel van 850.000 euro van het Mondriaan Fonds om galeries in coronatijd financieel te helpen bij beursdeelname is oneerlijk en getuigt van onvoldoende marktkennis. Dat zeggen diverse Nederlandse galeriehouders.

Om de Nederlandse kunstmarkt een stimulans te geven, heeft het Mondriaan Fonds na gesprekken met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 8,5 ton vrijgemaakt voor steun. Nederlandse galeriehouders die met Nederlandse kunstenaars deelnemen aan de komende edities van Unseen, PAN en Art Rotterdam, drie „Nederlandse kunstbeurzen met een internationale uitstraling” aldus het fonds, krijgen een fors deel van hun standhuur vergoed.

De steun is alleen beschikbaar voor galeries die al aan de vorige editie van deze drie beurzen deelnamen. „Corona is democratisch, de hele sector is al acht tellen knockout”, zeggen Willem Baars en Cokkie Snoei, met hun gelijknamige galeries vaste deelnemers aan Art Rotterdam. Zij pleiten ervoor de steun eerlijk te verdelen over álle voor komend jaar toegelaten Nederlandse galeries.

Daar is onvoldoende budget voor, zegt Mondriaan Fonds-directeur Eelco van der Lingen. Het fonds heeft er om die reden voor gekozen het beschikbare budget niet te versnipperen. „We snappen dat onze keuze voor sommige galeries vervelend uitpakt”, zegt Van der Lingen.

‘Niet betalen als anderen gratis mogen’

Uit frustratie over de selectiecriteria heeft Snoei haar inschrijving voor fotografiebeurs Unseen ingetrokken. „Ik heb drie keer aan die beurs deelgenomen, maar werd vorig jaar geweigerd. Ik pas ervoor om nu voor mijn stand te betalen als collega’s daar gratis mogen staan.”

Jorg Grimm is een van de dertien Nederlandse galeriehouders die vorig jaar aan Unseen deelnamen en die nu dus in aanmerking komen voor steun. Hij noemt de selectiecriteria ondoordacht. „Waarom zou een galerie die vorig jaar niet werd toegelaten en nu wel, of een goede nieuwe galerie niet in aanmerking komen voor steun?”

De voorwaarde om Nederlandse kunstenaars te tonen is volgens Grimm te beperkend. „Een groot deel van de bezoekers komt juist voor het internationale programma. Voor de slagkracht van de sector is het juist goed als dat criterium wordt losgelaten. Toen het Mondriaan Fonds voor de steun aan buitenlandse beursdeelname ging eisen dat minstens de helft van de getoonde kunst Nederlands moest zijn, kwamen de galeries soms niet meer door de selectie voor die beurzen.” Van der Lingen benadrukt dat zijn fonds er is om kunstenaars uit Nederland te steunen.

Ook dat het Mondriaan Fonds de antiek- en kunstbeurs PAN Amsterdam een evenement met internationale uitstraling noemt, wekt wrevel. Galeriehouder Baars verwijt het fonds „een totaal gebrek aan inzicht en kennis van de kunstmarkt”. Van der Lingen zegt dat niet het (geringe) aantal buitenlandse deelnemers of bezoekers bepalend was voor de toelating van PAN tot de steunmaatregel, maar hoe „het brede internationale netwerk van het Mondriaan fonds” over de beurs oordeelde.