Opinie

De terreur van de steriliteit ligt op de loer

Emma Bruns

‘Het hele operatieteam staat rond het bed met de patiënt. Mijn blik richt zich op zijn polsbandje. „Meneer Pietersen, geboren 24 mei 1973”, zeg ik hardop. (Ik gebruik hier een verzonnen naam en geboortedatum.) We checken of alle gegevens juist zijn. Het einde van deze zogeheten time-out-procedure is tegelijk het startschot voor het begin van de operatie.

Wat voorafgaat aan de incisie, voltrekt zich als een klein ritueel van synchroon verlopende routines. De anesthesioloog brengt de patiënt in slaap, de operatieassistenten leggen alle instrumenten netjes klaar en mijn supervisor en ik gaan wassen. Terwijl het water over mijn onderarmen stroomt en de zeep in mijn handen schuimt, komt mijn hoofd tot rust. Ik visualiseer de stappen die we zo gaan nemen. Met mijn ellenboog duw ik de kraan dicht en we lopen achter elkaar de operatiekamer in. Als laatste stap drenk ik mijn handen in een flinke hoeveelheid alcohol. Terwijl deze verdampt, krijg ik van de operatieassistent een jas aangereikt die aan de achterkant netjes wordt vastgeknoopt. Vervolgens houdt ze de steriele handschoenen open. Aan de operatiejas hangt een kartonnen kaartje waar de uiteinden van een ceintuur om je middel bevestigd zijn. Je haalt één uiteinde eruit en maakt vervolgens een pirouetje en knoopt ze aan elkaar. Daarna ben je officieel steriel. De eerste keer dat je als coassistent deze stappen uitvoert, voelt het alsof je een olifant in een porseleinkast bent. Een paar jaar later voelt het als een goed uitgevoerde pitstop tijdens een Formule 1-race.

Met een poetsklem maak ik met roze desinfectievloeistof steeds groter wordende rechthoeken op de buik van meneer Pietersen. Als laatste laat ik een plasje in zijn navel achter, de plek waar de meeste bacteriën huishouden. Het was een negentiende-eeuwse voorganger, de Hongaarse arts Ignaz Semmelweis, die aantoonde dat de antiseptische methode, het voorkomen van de aanwezigheid van bacteriën in het operatiegebied, een enorme reductie in perioperatieve sterfte oplevert. Zijn ideeën werden echter nog lange tijd weggehoond en gebagatelliseerd, tot de Franse scheikundige en bioloog Louis Pasteur rond 1890 de kleine boosdoeners onder de microscoop kon laten zien.

De afgelopen maanden zijn de micro-organismen meer dan ooit in het verdomhoekje komen te staan. Ze vernietigden de longen van talloze burgers, verhinderden ons te knuffelen met onze ouders en opa’s en oma’s en dwarsboomden onze economie op ongekende wijze. Gewapend met mondkapjes en liters desinfectans gaan we de veroorzakers van deze plaag te lijf. Schoon zal de wereld zijn, rein van al de ‘viezigheid’ die ons bedreigt. Net als de roze buik van meneer Pietersen.

Een gevoel van twijfel dringt zich aan me op. In de natuur zijn dingen zelden zwart-wit. De antilope is de prooi van de leeuw maar het roofdier van het steppegras. De sluipwesp is een naar bezit in ons bierglas maar een cruciaal insect voor de bestrijding van bladluizen. Voor micro-organismen geldt dit net zo. De afgelopen decennia is wel aangetoond dat virussen en bacteriën cruciaal zijn voor onze eigen gezondheid. Onze darmen, onze luchtwegen en onze huid zijn landschappen waar structuren en micro-organismen in symbiose met elkaar leven. Een gezond microbioom (de dierentuin die in onze darmen leeft) zorgt voor een goede vertering en opname van belangrijke voedingsstoffen. Zelfs onze hersenen worden in grote mate beïnvloed door wat er allemaal in en op ons huist.

Net zoals boswachters en boeren de laatste jaren lijken in te zien dat het besproeien van akkers met zware pesticiden niet tot een duurzame voedselvoorziening zal leiden, is het misschien ook tijd om na te denken of het creëren van een woestijnlandschap op de huid door middel van bacteriedodende vloeistoffen de meest verantwoorde manier is om iemand beter te maken. In een bos zijn dode bladeren en schimmels nodig om de grond weer vruchtbaar te maken. Zouden we niet in plaats van desinfecterende chemicaliën een probiotische vloeistof op de huid kunnen aanbrengen die de genezing bevordert?

We verlangen van onze leiders evenveel duidelijkheid als van een goed chirurg; krachtig leiderschap zonder twijfel. Het is verleidelijk om een aloud geloof te verkondigen wat suggereert dat er zoiets bestaat als een ‘schone samenleving’. Echter, de terreur van de steriliteit ligt op de loer. Angst leidt vaak tot een verlangen naar een geloof dat de zaken zwart-wit maakt, tot regels waar je niet meer over hoeft na te denken.

Ik vraag het mes om dan toch maar volgens oud gebruik de ontstoken appendix van meneer Pieterse uit zijn buik te verwijderen. De appendix, de broedplaats van alle bacteriën in onze darmen. Misschien verklaren mijn opvolgers in een volgende eeuw me wel voor gek.

Emma Bruns is arts-onderzoeker en chirurg in opleiding.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.