De politie is in veel meer landen niet je vriend

Politiegeweld wereldwijd Mondiaal is er solidariteit met de protesten in de VS tegen politiegeweld. Leidt dit ook tot aandacht voor politieslachtoffers elders?

Betogers in Barcelona afgelopen maandag. Ook in Spanje waren er protesten tegen racisme en politiegeweld.
Betogers in Barcelona afgelopen maandag. Ook in Spanje waren er protesten tegen racisme en politiegeweld. Foto Pau Barrena/AFP

Toen agenten in Louisville, Kentucky, in de nacht van 13 maart schietend een vermeend drugspand binnenvielen, raakten ze Breonna Taylor met acht kogels. De dood van de 26-jarige, zwarte vrouw – in haar eigen huis – leidde eerst amper tot publieke ophef in de zuidelijke staat.

Dat veranderde echter nadat eind mei een landelijke protestgolf tegen (racistisch) politiegeweld losbarstte na een nieuw incident, in Minneapolis. Taylors naam klinkt nu door het hele land. En zelfs tot buiten de VS, bij solidariteitsbetogingen die de afgelopen dagen in verscheidene landen zijn gehouden.

Dat Taylor alsnog herdacht wordt, doorbreekt een zekere onverschilligheid. Gemiddeld komen er in de VS elk jaar circa duizend mensen om bij geweld van de politie. Bijna drie doden per dag: dat stompt nogal af.

Geen ander rijk land komt enigszins bij de Amerikaanse aantallen in de buurt. Tegelijkertijd zijn de VS geen wereldkampioen. Er zijn landen waar het risico voor burgers om door agenten of ordehandhavers te worden gedood nóg tientallen malen groter is. Verhoudingsgewijs gelden burgers in onder meer Venezuela, Brazilië, Jamaica, Zuid-Afrika of de Filippijnen pas echt als vogelvrij doelwit voor de politie. Vergeleken met zulke landen staan de VS in de mondiale middenmoot, tussen Mexico en Bangladesh.

Lees ook: Met Adama Traoré kent Frankrijk zijn eigen George Floyd

Dat Amerikaans politiegeweld evenwel veel makkelijker buitenlandse verontwaardiging oogst, is wellicht wrang voor slachtoffers, nabestaanden en activisten elders, maar niet heel verrassend. Een groot deel van de wereld begrijpt Engels en is verslingerd aan de Amerikaanse popcultuur. Hierdoor voelt wat in de VS gebeurt voor menig wereldburger even nabij of soms zelfs dichterbij dan een incident in het eigen land of werelddeel. Bovendien wordt de rijkste democratie ter wereld ook (of juist) onder president Trump aan een hogere morele standaard gehouden dan een doorsnee ontwikkelingsland of failed state.

Onvoorspelbaarder is de vraag of de wereldwijde sympathie voor de protesten in de VS kan leiden tot soortgelijk internationaal engagement met vergeten – lees: niet-Amerikaanse – slachtoffers van politiegeweld elders. Of de wereld via George Floyd ook de Braziliaanse of Filippijnse evenknie van Breonna Taylor leert kennen.

Activisten in andere landen grijpen de Amerikaanse perikelen hier wel toe aan. Hun eigen doden halen de voorpagina misschien niet, maar Floyd wel. Dat geeft een podium.

Moordcontinent

Als de politie ergens de vijand van burgers is, is het wel in de achtertuin van de VS. Oorlogslanden als Syrië en Afghanistan uitgezonderd, bestaat de hele top tien van landen met ernstig politiegeweld uit landen in Latijns-Amerika en de Caraïben.

Lees ook: ‘Ook Nederland kent genoeg racisme’

Soms is dit geweld politiek van aard, zoals in Venezuela, waar onder meer politie-eenheid FAES als doodseskader van het Maduro-regime jaarlijks duizenden vermeende oppositieleden vermoordt. Vaker heeft politiegeweld tegen burgers plaats binnen de war on drugs, die in veel landen uitgelopen is op een uitzichtloze oorlog tegen sloppenbewoners.

Lees ook deze rapportage over de doodseskaders in Venezuela

In Brazilië vallen jaarlijks ruim zesduizend doden bij dit type staatsgeweld. Een schokkend recent incident betreft de dood van João Pedro Mattos, een veertienjarige jongen die tijdens een politie-inval in zijn rug werd geschoten in een huis met vrienden. In Rio vragen activisten aandacht voor zijn dood onder het motto Vidas Negras Importam, ofwel Black Lives Matter.

In Nicaragua bleef de moord op Floyd evenmin onopgemerkt. In 2018 doodden politie en paramilitaire knokploegen in dit Midden-Amerikaanse land van 6 miljoen inwoners zeker 535 burgers, die het hadden gewaagd te betogen tegen het Ortega-regime. Een van de eerste dodelijke slachtoffers was Álvaro Conrado, een vijftienjarige jongen die door een politiesluipschutter in zijn hals werd geschoten. Zijn laatste woorden: ‘Me duele respirar’, ofwel: ‘Het doet pijn te ademen’.

In die doodskreet echoden de laatste woorden van Eric Garner, die in 2014 door een witte New-Yorkse agent in een dodelijke nekklem werd genomen tot hij alleen ‘I can’t breathe’ kon uitbrengen. Dit waren ook de laatste woorden van George Floyd, de zwarte man in Minneapolis wiens dood de directe aanleiding is voor de jongste Amerikaanse protestgolf.

De volksopstand in Nicaragua werd effectief neergeslagen en het land is sindsdien veranderd in een politiestaat waar demonstreren op straat levensgevaarlijk is. Maar op internet werden Conrado en Floyd de afgelopen dagen in fotocollages samen herdacht.