Billy H.C. Kwok

Interview

‘De democratie is toe aan een upgrade’

Audrey Tang | Minister van Digitale Zaken Taiwan De Taiwanese minister Audrey Tang predikt de zegeningen van de “digitale democratie.” De coronacrisis tempert haar optimisme niet: „Misschien staat er iets utopisch te gebeuren.”

Toen in Taiwan een run op toiletpapier ontstond, verspreidde de overheid snel een cartoonesk plaatje waarop de vicepresident, met de kont naar de camera, zijn burgers kalm op de feiten wees: „U heeft maar één bips”. Onder die frase stond op zakelijkere toon uitgelegd waarom de Taiwanezen geen tekorten dienden te vrezen. Geen geraffineerde grap wellicht, maar de boodschap werd in Taiwan veel gedeeld.

Het is zomaar een voorbeeld van hoe de Taiwanese overheid haar bevolking voorlicht in de coronacrisis: razendsnel, humorvol, en vaak met dierenplaatjes: „Houd drie shiba inu’s afstand!” „Humor over rumor”, noemt minister Audrey Tang de tactiek in een interview via Skype: grappen tegen geruchten. De minister van Digitale Zaken ontwikkelde de aanpak oorspronkelijk in reactie op desinformatiecampagnes uit de hoek van China, dat het de facto onafhankelijke eiland nog altijd als een afvallige provincie beschouwt.

„Die strategie passen we niet toe omdat wij een land van lolbroeken zijn”, zegt Tang lachend, „hoewel dat natuurlijk ook het geval is. We gebruiken het omdat het het enige is dat werkt.”

Bovendien kan een meer autoritaire benadering, zoals censuur, in Taiwan direct op kritiek rekenen. „Een groot deel van de bevolking zou direct zeggen: ‘is dat niet precies hoe ze het in China doen?’ Zo worden we min of meer gedwongen om te innoveren, bijna in tegengestelde richting van China.” En wat Tang hoopvol stemt: „Die optimistische aanpak werkt, ook bij corona.”

Tot voor kort werd Audrey Tang binnen en buiten Taiwan gezien als een tot de verbeelding sprekende utopist. In een TedTalk vertelde ze over hoe in Taiwan aan „de democratie van de toekomst” werd gebouwd, bijvoorbeeld met online discussiefora. Maar sinds de coronacrisis lijken haar grootse ideeën zich in de praktijk te bewijzen: technologische knowhow speelt een belangrijke rol in de succesvolle Taiwanese strijd tegen corona. Slechts 440 mensen raakten op het eiland besmet, zeven mensen overleden tot dusver. Het dichtbevolkte land met 23 miljoen inwoners hoefde niet eens in lockdown. En dat terwijl Taiwan in nauw contact staat met buurland China.

Presidentiële hackathons

Audrey Tang (39) is sinds 2016 minister van Digitale Zaken. Toch benadrukt Tang dat ze niet „vóór de overheid, maar mét de overheid” werkt. Onder ander via „presidentiële hackathons” maakte ze het mogelijk dat burgers op ieder moment overheidsbeleid kunnen helpen vormgeven, verbeteren en bediscussiëren. „Democratie ís een technologie”, benadrukt Tang, „en wij nemen er geen genoegen meer mee om alleen eens in de vier jaar op een burgemeester of president te stemmen. Daarmee upload je bij wijze van spreken maar 5 bit informatie naar het systeem, en met een tweejaarlijks referendum maar 10 bit, of 20.”

Pas sinds 2014 is ze actief in de politiek. Dat jaar keerde tech-ondernemer Tang terug uit Silicon Valley om in Taiwan deel te nemen aan de progressieve Zonnebloembeweging. Die jongerenbeweging bezette het parlementsgebouw uit verzet tegen een omstreden handelsverdrag met China. Tang leverde de IT-diensten voor de beweging, waardoor heel Taiwan via livestreams kon toekijken hoe de jonge demonstranten online vergaderden.

De Zonnebloembeweging was niet alleen een protest, maar vooral een demonstratie van digitale democratie, zegt Tang. „Iedereen kon zien dat burgers met behulp van sociale technologie samen tot diep doordachte plannen kunnen komen.” Toen twee jaar later de progressieve oppositiepartij aan de macht kwam, werd Tang gevraagd om de speciaal voor haar in het leven geroepen ministerpost van digitale zaken op zich te nemen.

Mondkapjesapp

De laatste maanden ziet Tang dat Taiwanese burgers het voortouw nemen in het ontwikkelen van technologische oplossingen voor de coronacrisis. Een favoriet voorbeeld van Tang is een app die een softwareprogrammeur in februari ontwikkelde toen er een hamsterwoede naar mondkapjes ontstond. Via de app konden gebruikers informatie uitwisselen over waar mondkapjes nog verkrijgbaar waren.

Tang beschrijft dat de app zo populair was dat die binnen een paar dagen crashte. „Maar het was een geweldige sociale innovatie, een soort gps-systeem dat je naar de dichtstbijzijnde apotheek leidde waar de mondkapjes op voorraad waren.”

Lees ook: Het virus duikt snel weer op, en vier andere lessen uit Azië

Onder leiding van Tang hielp de Taiwanese overheid de app in de lucht houden. Daarnaast werd de app aangevuld met overheidsdata die een nog accurater beeld van de actuele mondkapjesvoorraad gaf. Later integreerde de overheid de mogelijkheid voor burgers om via apps hun wekelijks gegarandeerde quotum aan mondkapjes te bestellen, of te doneren aan landen waar een tekort heerst.

Sinds het begin van de coronacrisis hebben Taiwanese burgers nog honderden van dit soort technologische tools ontwikkeld, meestal op basis van publiek beschikbare data. Zo zijn er apps waarmee je kunt controleren of je op hotspots voor coronabesmettingen bent geweest, en er bestaan chatbots waarmee je dubieus coronanieuws kunt factchecken. Volgens Tang helpen de tools de „collectieve intelligentie” van de burgers te vergroten. „Het is een gezamenlijke leerervaring, in plaats van een top-down, autoritaire benadering.”

Digitaal hekwerk

Toch mogen burgers niet aan alle technologische strijdmiddelen tegen corona meewerken. Neem het „digitale hekwerk” dat een sleutelrol speelde in Taiwans indammingsbeleid, en al in januari door de overheid werd geactiveerd. Vrijwel iedereen die Taiwan binnenkomt wordt daarmee verplicht tot twee weken thuisquarantaine. Via telefoongegevens wordt digitaal toezicht gehouden. „Dat is zeker een inbreuk op de privacy te noemen”, geeft Tang toe.

Ze ziet het beleid niet als een griezelige eerste stap richting een surveillancestaat – hoewel ze de angst begrijpt. „Die angst hadden wij ook ten tijde van de sars-epidemie in 2003.” Tang beschrijft hoe een sarsuitbraak de overheid toen tot het rigoureuze besluit bracht om een volledig ziekenhuis voor onbepaalde duur onder quarantaine te stellen. Wekenlang mocht niemand naar buiten, terwijl in het gebouw steeds meer medici en patiënten besmet raakten en overleden.

„Het was een collectief trauma”, vertelt Tang. „Iedereen dacht: dat nooit meer. Daarna hebben we een heel lang publiek debat gevoerd over de vraag in hoeverre een inbreuk op de privacy acceptabel is om de volksgezondheid te waarborgen.” Dat debat leidde tot een uitspraak van het hooggerechtshof die de overheid nu voor duidelijke grenzen stelt: burgers mogen ten tijde van een gezondheidscrisis maximaal twee weken digitaal onder thuisquarantaine worden gesteld, waarna alle verzamelde data direct verwijderd moeten worden. Tang noemt het een gelukje dat de incubatieperiode van corona precies binnen die termijn van twee weken valt.

„Ik zal niet doen alsof iedereen het met dit beleid eens is”, zegt minister Tang, „en ik zal ook niet zeggen dat de Taiwanese oplossing de beste is. Maar ik denk wel dat andere landen hetzelfde soort publieke debat moeten gaan voeren waartoe sars ons al had aangezet.” Dát Taiwan belangrijke lessen heeft getrokken uit de sarsepidemie geeft haar overigens hoop dat de rest van de wereld ook van corona zal leren. „We hebben toen een soort maatschappelijke inenting ondergaan.”

Tijd voor bezinning

Tot voor kort bleef het succes van Taiwan in de coronacrisis onderbelicht. Onder Chinese druk is het Taiwan niet toegestaan om lid te zijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), waardoor het moeilijk is voor Taiwan om informatie uit te wisselen met de rest van de wereld. „Laat ik daar luid en duidelijk over zijn, iedereen lijdt eronder dat wij geen toegang hebben tot de WHO”, stelt Tang. „Maar inmiddels hebben we tal van bilaterale relaties opgebouwd met epicentra van de pandemie, zoals New York.”

Op technologisch gebied betekent die samenwerking onder andere dat landen aangemoedigd worden om net als Taiwan met open source-software te werken. Ook worden ze begeleid in het overnemen en aanpassen van Taiwanese code voor eigen gebruik. Het Verenigd Koninkrijk heeft al uit Taiwanese code geput bij het ontwikkelen van een social distancing-app, vertelt Tang, en Zuid-Korea heeft een eigen versie ontwikkeld van de mondkapjesapp.

„Maar we proberen bovenal het idee te verspreiden dat het nú, tijdens de lockdown, tijd is voor een serieus maatschappelijk debat”, zo zegt Tang. Eigenlijk, zo meent ze, moeten landen in sneltreintempo het debat doorlopen waar Taiwan na de sarsepidemie jaren de tijd voor nam. „Wat zijn onze kernwaarden? Wat betekenen onze grondwetten? Straks na de lockdown verkeer je in dezelfde situatie als waar Taiwan zich in januari in bevond – een laag aantal besmettingen en de ervaring van een eerdere epidemie rijker.”

„In de komende maanden zal men richting kiezen”, voorspelt de minister. „Als mensen beslissen dat ze bereid zijn om richting een surveillancestaat te bewegen en hun vrijheden op te geven in ruil voor volksgezondheid, dan zal dat gebeuren.” Technologie kan die keuzes vervolgens razendsnel verwerkelijken, denkt Tang.

Maar ze blijft optimistisch: de komende tijd kan zich ook juist „iets utopisch” voltrekken. „Technology scales, maar wát je opschaalt, dat zijn de fundamentele ideeën die een maatschappij al koestert.”