Nederlandse ambassadeur lekte informatie naar Shell

Nigeria Robert Petri, de Nederlandse ambassadeur in Nigeria, was er nog geen anderhalf jaar chef de poste. Het boterde niet met z’n staf. En vooral: was hij niet te dik met Shell?

Premier Mark Rutte (l) en Shell-voorzitter Ben van Beurden (r) op bezoek bij president Muhammadu Buhari van Nigeria, najaar 2019.
Premier Mark Rutte (l) en Shell-voorzitter Ben van Beurden (r) op bezoek bij president Muhammadu Buhari van Nigeria, najaar 2019. Foto Bart Maat / ANP

Als Robert Petri, de statige, grijzende Nederlandse ambassadeur in Nigeria, op vrijdag 25 mei 2018 naar Bonny Island vliegt voor een werkbezoek, neemt hij zijn vrouw Marijke mee. Het kleine eiland – formaat Texel – aan de rand van de Nigerdelta is een belangrijk overslagpunt voor de Nigeriaanse olie- en gasindustrie. Van hieruit verschepen Shell, ENI, Chevron, Total en Seplat miljoenen liters crude en vloeibaar gas, de hele wereld over.

De Petri’s zijn, samen met de Spaanse ambassadeur in Nigeria, een dag te gast bij Nigeria Liquefied Natural Gas, kortweg NLNG. De gasproducent is eigendom van oliegigant Shell, de Nigeriaanse staat en twee andere oliemaatschappijen.

NLNG grijpt de komst van de diplomaten aan om een hele waaier aan goede daden aan te kondigen. Investeringen in toerisme, wegen, banen. Het bedankt de diplomaten expliciet voor hun „niet-aflatende steun” in de strijd die NLNG voert tegen extra belastingheffingen op gas. En er zijn relatiegeschenken. Op Twitter verschijnen foto’s van Petri en zijn vrouw die een ingelijst schilderij van een vrachtschip omhooghouden.

Het oogt allemaal als business as usual, voor ambassadeurs.

Maar op de Nederlandse ambassade in Abuja gaan de wenkbrauwen omhoog. Wie wist van dit bezoek? Hoezo staat Marijke Petri alweer semi-officieel op de foto? En waarom heeft het echtpaar zich laten overvliegen met de corporate jet van het gasbedrijf? Is dat wel gepast?

Stijf in omgang, los met privégebruik

Het is niet de eerste keer dat er kritiek klinkt. Sinds Petri op 5 september 2017 benoemd is tot chef de poste in Abuja, is de sfeer verslechterd. De nieuwe man is stijfjes in de omgang, maar losjes met het privégebruik van zijn dienstauto, vindt de staf. Daar komt dit bezoek aan Bonny Island bij. En dat terwijl rond Shell – mede door Petri’s eerdere gestuntel met het bedrijf – al genoeg speelt. Dat moet niet erger worden.

Lees ook: Ambassadeur lekte naar Shell

Maar dat gebeurt toch. De onvrede over het bezoek aan Bonny Island mondt uit in twee inspecties van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de ambassade in Nigeria, blijkt uit onderzoek door NRC naar het vroegtijdige vertrek van Robert H. Petri. De inspecties richten zich volgens diverse bronnen onder meer op de vraag of de ambassadeur te dik was met Shell.

Vlak na de zomer van 2017 verwisselt Robert Petri zijn post in Sanaa, Jemen, voor een plek in Nigeria. Met zijn vrouw verhuist hij naar de zwaarbeveiligde residentie in Abuja, op een kwartiertje rijden van de ambassade. Ook zijn kinderen komen over.

De relatie met de staf is vanaf dag één stroef. Petri is van de oude stempel en betrekt zijn vrouw nadrukkelijk bij zijn werk. Hij poseert met haar naast de gong van de Nigeriaanse effectenbeurs – getuige foto’s op Twitter. Hij laat poppetjes van zwarte dienstmeisjes neerzetten ter decoratie van de eetkamer. De staf neemt daar achter zijn rug aanstoot aan. Zij vinden het naar kolonialisme neigen.

Nigeria geldt als een lastige post, maar toch is de verhuizing een promotie voor Petri. Het West-Afrikaanse land is vele malen groter dan Jemen, en de economische belangen voor Nederland zijn groot. Dat komt vooral door één belangrijke speler: het Brits-Nederlandse oliebedrijf Shell.

Poppetjes van zwarte vrouwen in de eetkamer – lokale stafleden vinden dat naar kolonialisme neigen

Shell haalt veel olie en gas uit de Nigeriaanse grond, en dat gaat gepaard met vervuiling, sabotage, rechtszaken over belastingen, protesten van de lokale bevolking en vermoedens van corruptie. Als Petri aantreedt, slepen drie grote zaken. Er is de, mede door Nederland gefinancierde, schoonmaakbeurt van een groot olielek bij Bodo, vlakbij Bonny Island. Vier weduwen van de in 1995 geëxecuteerde Ogoni-leiders hebben kort ervoor in Den Haag een rechtszaak aangespannen tegen Shell. En het Nederlandse corruptieonderzoek naar Shell rond OPL 245, een gigantisch olieveld voor de Nigeriaanse kust, is in volle gang.

Petri’s positie is, kortom, delicaat. Hij moet de belangen van Nederland en Nederlandse bedrijven behartigen, maar ook Nederlandse waarden als maatschappelijk verantwoord en milieubewust ondernemen uitdragen.

Dat dit een wankel evenwicht is, weet Bert Ronhaar, die tussen 2010 en 2013 ambassadeur in Abuja was. Hij bemoeide zich destijds nadrukkelijk met de opruiming van een groot olielek in de Nigerdelta, waar hij zich in de eerste maanden van zijn aanstelling overheen liet vliegen. „De schellen vielen toen echt van mijn ogen, al die olie op het water.” Hij sprak met ngo’s, de overheid, de lokale bevolking én Shell over de vervuiling. „Het wederzijdse wantrouwen was zo groot. Niemand wilde met elkaar om de tafel.”

Ronhaar zag het als zijn taak alle partijen met elkaar in gesprek te brengen en hen op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen. „Ik heb geen eigen agenda.”

Een ambassadeur moet uiterst behoedzaam opereren, zegt Ronhaar. „Je behoort als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering een eigenstandige rol in dat machtsspel te kunnen vervullen.” Dat vereist de juiste afstand tot machtige multinationals als Shell.

Strafrechtelijk onderzoek

Op maandagavond 11 december 2017 landt een kleine Nederlandse delegatie op het vliegveld van Abuja. Het zijn mensen van de fiscale opsporingsdienst FIOD, die op bezoek komen bij hun Nigeriaanse collega-dienst EFCC.

De trip is in alle stilte voorbereid. De Nederlanders willen van de Nigerianen informatie die ze kunnen gebruiken voor hun strafrechtelijk onderzoek naar Shell. De Italiaanse en Nederlandse opsporingsdiensten vermoeden al jaren dat Shell en het Italiaanse oliebedrijf Eni circa 1 miljard dollar aan smeergeld hebben ingezet om de ontwikkelrechten op het reusachtige Nigeriaanse olieveld OPL 245 te verkrijgen. Ook de EFCC is al lang bezig met de zaak. Inzet van de FIOD: voorbereiden van een rechtshulpverzoek, om deze informatie naar Nederland te transporteren.

De ambassade in Abuja heeft het hoogst vertrouwelijke bezoek helpen voorbereiden. Vandaar ook dat de rechercheurs, voordat zij bij de EFCC langsgaan, op audiëntie komen bij ambassadeur Petri.

De ambassadestaf schrikt. Dit soort informatie hoort vertrouwelijk te blijven

Die praat over het leven in Nigeria en op de ambassade, maar vergeet te vertellen dat hij in de dagen daarvoor een stevige aanvaring heeft gehad op de ambassade over de komst van de FIOD. De aanleiding: het bezoek dat Petri bracht aan de hoogste baas van Shell in Nigeria.

Daaraan was alles ongelukkig. De timing: vlak voor het FIOD-bezoek. De locatie: het huis van de Shell-directeur. De gezelligheid: Marijke is erbij. Maar vooral: Petri’s loslippigheid. Tijdens het bezoek heeft hij de komst van de FIOD naar Nigeria verklapt, zo moet hij toegeven na kritische vragen vanuit de ambassadestaf.

Die schrikt. Dit soort informatie hoort vertrouwelijk te blijven, helemaal voor het bedrijf dat onderwerp is van onderzoek. Het zou niet voor het eerst zijn dat in Nigeria een strafrechtelijk onderzoek wordt doorkruist door uitlekken van een op handen zijnde inval of informatieoverdracht.

Daar is in dit geval geen sprake van: er is geen bewijs dat Shell de onverwachte voorkennis in zijn voordeel gebruikt. Wel zet het voorval de relatie tussen Petri en zijn medewerkers op scherp. De ambassadestaf zit ermee, net als de in Abuja gestationeerde politieverbindingsofficier, die de uitwisseling van justitie-informatie tussen beide landen moet begeleiden.

Opvallende brief

Zesduizend kilometer verderop, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Rijnstraat in Den Haag, dringt in de maanden daarna het besef door dat het niet goed gaat in Abuja. Ook mensen buiten het departement melden zich. Zo klaagt de Nigeriaanse activist Godwin Ojo, van Friends of the Earth Nigeria, in mei 2018 tegenover een delegatie van het ministerie en vertegenwoordigers van Milieudefensie en Amnesty International dat Petri „Shell in bescherming neemt”. Buitenlandse Zaken ontkent dit, aldus een verslag van de ontmoeting.

In juli van dat jaar komt nog een opvallende brief binnen bij de Afrikadesk van Buitenlandse Zaken. Afzender: priester Edward Obi, voorzitter van Nacgond, een koepel van Nigeriaanse ngo’s die als doel hebben de met olie vervuilde Nigerdelta op te schonen. De Nederlandse ambassade financiert al jaren de programma’s van de koepel, 1,5 miljoen euro voor vijf jaar.

In de brief, in bezit van NRC, lucht de priester zijn hart over Petri. Onder de vorige ambassadeurs kreeg hij Shell wel aan tafel, schrijft hij. Maar Petri weigert alle samenwerking. „De ambassadeur is al een jaar in Nigeria en heeft niet één keer contact gezocht met de burgerorganisaties die een cruciale rol spelen in het bewaren van de vrede in gebieden waar Shell opereert”, schrijft Obi. „Terwijl hij de Nigerdelta al een paar maal bezocht heeft.”

Slechts weinigen op het ministerie weten van het integriteitsonderzoek naar de ambassadeur

Een expliciet verzoek van de priester aan de ambassadeur om te bemiddelen tussen Shell en zijn organisatie, wijst Petri af. „Wij blijven ons afvragen of ambassadeur Petri voor de Nederlandse overheid staat, of al de kant van Shell heeft gekozen”, schrijft Obi. Op de brief hoort hij, op een ontvangstbevestiging na, niets.

Lees ook: Een koffer vol geheimen over olie, seks en omkoping door Shell

Aan de telefoon benadrukt Obi dat hij een goede relatie met Shell en de ambassade ambieert. „Wij hebben echt een ambassadeur nodig, om door te dringen tot het hogere management van Shell. Zichtbaarheid is voor ons heel belangrijk. Dan is Shell beter aanspreekbaar, en dan weet de lokale bevolking ook dat ze gehoord worden, en niet het recht in eigen hand hoeven te nemen.”

Inspecteurs naar Abuja

Steeds meer mensen op het ministerie weten inmiddels van de problemen in Abuja. Toch duurt het tot eind 2018 voordat het ministerie formeel in actie komt. De directie Veiligheid, Crisisbeheersing en Integriteit stuurt dan twee inspecteurs naar Abuja voor een onderzoek naar mogelijke integriteitsschendingen door ambassadeur Petri. Zij horen betrokkenen over het uitje naar Bonny Island en het verklapte FIOD-bezoek.

Slechts weinigen op het ministerie weten van de uitkomst van het integriteitsonderzoek naar de ambassadeur.

Maar het vervolg is een publiek geheim bij Buitenlandse Zaken. Petri vliegt eind januari 2019 terug naar Den Haag voor de jaarlijkse ambassadeursconferentie en blijft een paar weken in Nederland. Intussen begint een tweede, omvangrijker onderzoek naar de post in Abuja, deze keer van de dienst Inspectie en Evaluatie Bedrijfsvoering. Deze speciaal ingelaste inspectie naar de managementproblemen mondt uit in een schoonmaakoperatie.

Inspecteur Maarten Brouwer is snoeihard in zijn oordeel, dat is gebaseerd op mails, documenten en een groot aantal gesprekken. Het teambesef in Abuja is volgens hem grotendeels verdwenen, als gevolg van slecht management door Petri. Die opereerde stijf en solistisch. Pogingen om, in zijn ogen, voorkeursposities aan te pakken, leidden tot grote arbeidsconflicten.

Met het advies in de hand grijpt het departement in. Er moet een nieuwe ploeg komen in Abuja, er moet gewerkt worden aan het herstel van een veilige werkomgeving. Een lokale medewerkster die botste met Petri wordt ontslagen. Andere betrokkenen rouleren naar ambassades elders.

Robert Petri mag, als hoofdverantwoordelijke voor de ontspoorde verhoudingen, niet meer terugkeren naar Nigeria. Hij wordt niet ontslagen, maar krijgt een bureaufunctie op het departement. En op 5 juli benoemt Buitenlandse Zaken inderhaast Harry van Dijk, Afrikaspecialist en op dat moment eerste man in Benin, het buurland van Nigeria, tot chef de poste in Abuja.

Verhoudingen oppoetsen

Van Dijk krijgt de opdracht de band tussen Nederland en Nigeria te versterken. De politieke verhoudingen en de belangenbehartiging van het Nederlandse bedrijfsleven hebben allebei geleden onder de problemen op de ambassade.

Een van de probleemdossiers: de relatie tussen Shell en de Nigeriaanse overheid. Die staat onder druk, onder meer als gevolg van een rechtszaak die de Nigerianen in Londen hebben aangespannen tegen Shell en Eni. Nigeria eist geld en wil Shell de licentie van het olieveld OPL 245 afpakken.

Van Dijk strijkt de plooien glad. Op dinsdagochtend 26 november 2019 bezoekt premier Mark Rutte (VVD) de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari in het presidentiële paleis in Abuja. In zijn kielzog een aantal bestuursvoorzitters van Nederlandse bedrijven, onder wie Ben van Beurden van Shell. Terwijl de groep ’s middags naar Lagos vliegt voor het vervolgprogramma, blijft Van Beurden achter in Abuja. Hij mag die dag uiteindelijk nog een keer zelf op bezoek bij de president.

Reageren? Onderzoek@nrc.nl