Binnenvaart: de elektrificatie

Emissievrij transport Een consortium van Engie, Havenbedrijf Rotterdam, ING en Wärtsila bouwt oplaadpunten om binnen- vaart te elektrificeren.

Een binnenvaartschip zoek zijn weg over de laag staande IJssel bij Arnhem.
Een binnenvaartschip zoek zijn weg over de laag staande IJssel bij Arnhem. Foto Jasper Juinen/ANP

Langs de weg staan ze al, en binnenkort zijn ze ook langs de waterkant te vinden: de elektrische laadpaal.

Of nou ja, een versie ervan. Dinsdagmiddag maakten vier bedrijven bekend dat ze een onderneming oprichten die de Nederlandse binnenvaart moet gaan elektrificeren: ZES, wat staat voor zero emission services. Scheepsmotorbouwer Wärtsilä, energiebedrijf Engie, het Havenbedrijf Rotterdam en ING vormen samen een consortium dat op verschillende plekken langs Nederlandse waterwegen oplaadpunten wil bouwen. Daar kunnen binnenvaartschepen dan volle ‘batterijcontainers’ oppikken en lege achterlaten.

Dit jaar eerste elektrische schepen

In eerste instantie kent het project een oplaadpunt langs de route Alphen aan den Rijn-Moerdijk, uitbreidingen zijn voorzien richting Rotterdam en Nijmegen. De bedoeling is dat vanaf eind dit jaar de eerste schepen van het systeem gebruik kunnen maken, waarbij ze zullen betalen voor de hoeveelheid stroom die ze ook daadwerkelijk aan de batterij onttrekken – één container is goed voor ongeveer vijf uur varen.

Heineken stapt als eerste bedrijf in, en zal vanaf eind dit jaar ZES-batterijen gebruiken om bier te transporteren vanaf de brouwerij in Zoeterwoude. Dat gaat om zo’n 70.000 biercontainers per jaar.

Willem Dedden, de nieuwe directeur van ZES, sprak dinsdagmiddag over „in één keer een grote stap nemen” richting emissievrij vervoer. Binnen de transportsector, verantwoordelijk voor 21 procent van de CO2-uitstoot in Nederland, is de binnenvaart verantwoordelijk voor 5 procent van de uitstoot. Een gemiddeld binnenvaartschip vervoert de lading van 52 vrachtwagens en stoot 30 procent minder CO2 uit. Vanwege klimaatdoelen streeft de regering naar verplaatsing van vervoer van weg naar water.

Toch moet nog blijken hoe groot de stap zal zijn van ZES, waarvoor de investeringen in eerste instantie 20 miljoen euro bedragen (2 miljoen is subsidie van het Rijk), . Directeur Dedden gaf aan in 2030 zo’n 150 schepen emissievrij te willen laten varen. Dat zou gaan om 25 procent van de containerbinnenvaartvloot, maar het totaal aantal in Nederland geregistreerde binnenvaartschepen – inclusief bulkvervoer – is enkele duizenden schepen, blijkt uit cijfers van het CBS. Het is de grootste vloot van Europa.

Ook speelt mee dat niet elk schip zomaar klaar is voor de batterijen van ZES: daarvoor moet het beschikken over een elektrische aandrijflijn. Hoeveel Nederlandse schepen dat op dit moment hebben is onduidelijk, maar deze techniek – die nu draait op diesel – bestaat al langer. Ombouwen of een nieuw schip kopen is dus een optie, maar voor grote investeringen zijn schippers niet altijd klaar, zei voorzitter van de branchevereniging Dominic Schrijer een jaar geleden tegen NRC. „Ze hebben de schrik van de crisis nog in de benen. De markt is ongewis, langer vooruitkijken dan drie of vier jaar is heel ingewikkeld.” Schrijer pleitte voor een ‘vergroeningsfonds’ om te helpen bij dit soort investeringen. Een woordvoerder van ZES erkent dat het niet direct om enorme hoeveelheden schepen zal gaan, maar benadrukt dat het belangrijk is dat er in ieder geval begonnen wordt. „Zo is het met elektrische auto’s ook gegaan. In 2050 moet alles emissievrij zijn, dat is geen kwestie van twee jaar en we zijn er.” Het aantal oplaadpunten en elektrische schepen zal volgens hem langzamerhand moeten gaan groeien, mogelijk ook met andere aanbieders dan ZES. „Iedereen weet dat we die kant op moeten.”