Ambassadeur lekte naar Shell

Nigeria De Nederlandse ambassadeur in Nigeria deelde in 2017 vertrouwelijke informatie over een bezoek van de FIOD met de lokale Shell-directeur.

Olie en gas verwerkingsstation Agbada 2 van Shell. Lekkende pijpleidingen van Shell door diefstal van ruwe olie en illegale verwerking zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied.
Olie en gas verwerkingsstation Agbada 2 van Shell. Lekkende pijpleidingen van Shell door diefstal van ruwe olie en illegale verwerking zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied. Foto Robin van Lonkhuisen / ANP

De Nederlandse ambassadeur in Nigeria heeft eind 2017 vertrouwelijke informatie over een omvangrijk corruptieonderzoek naar Shell gelekt aan het oliebedrijf zelf. Dat is naar voren gekomen in een integriteitsonderzoek naar Robert Petri, die begin 2019 voortijdig werd vervangen als ambassadeur in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja.

Petri werd na vijftien maanden teruggehaald naar Nederland, nadat het ministerie van Buitenlandse Zaken grote problemen op de post in Abuja had vastgesteld. Uit onderzoek door NRC blijkt dat het ministerie pas ingreep na twee opeenvolgende inspecties: een integriteitsonderzoek naar Petri, eind 2018, en aansluitend een speciaal ingelast onderzoek naar het werkklimaat op de ambassade, begin 2019.

Aanleiding voor het eerste onderzoek was een integriteitsklacht over Petri. Die ging over een uitstap die de ambassadeur in mei 2018 samen met zijn vrouw maakte in een vliegtuig van een Nigeriaans gasbedrijf waarvan Shell een van de aandeelhouders is.

Tijdens het integriteitsonderzoek kwam een ander mogelijk belastend feit naar boven: Petri bleek eind 2017 vertrouwelijke informatie over een naderend bezoek van opsporingsdienst FIOD aan Nigeria te hebben gedeeld met de lokale Shell-directeur. Dit deed hij tijdens een bezoek dat hij samen met zijn vrouw bracht aan het huis van de man.

De FIOD reisde in december 2017 naar Abuja in het kader van het strafrechtelijke onderzoek naar grootschalige omkoping door Shell in Nigeria. De ambassade had het bezoek van de FIOD-rechercheurs aan hun Nigeriaanse zusterorganisatie EFCC (Economic and Financial Crimes Commission) voorbereid.

Het uitlekken van de vertrouwelijke informatie voedde de spanningen op de ambassade

De EFCC onderzoekt, net als de Nederlanders en de Italiaanse autoriteiten, de corruptieaffaire rond het Nigeriaanse olieveld OPL245. Shell en de Italiaanse oliemaatschappij Eni zouden voor het verkrijgen van de rechten op dit veld circa 1 miljard dollar aan smeergeld hebben betaald aan lokale ambtenaren en politici.

Het uitlekken van de vertrouwelijke informatie voedde de spanningen op de ambassade, die al kort na Petri’s aantreden waren ontstaan. In de maanden na het incident met Shell ontving het ministerie van Buitenlandse Zaken meer signalen over problemen in Abuja. Die kwamen van binnenuit, maar ook van Nigeriaanse partnerorganisaties van de ambassade.

Lees ook: De ambassadeur verklapte dat de FIOD naar Abuja kwam

Zo klaagde de Nigeriaanse activist Godwin Ojo van Friends of the Earth Nigeria in mei 2018 bij het departement dat Petri „Shell in bescherming neemt”. En priester Edward Obi, die – met circa drie ton subsidie per jaar vanuit de Nederlandse overheid – tegen olievervuiling in de Nigerdelta strijdt, vroeg het ministerie in juli 2018 per brief „of ambassadeur Petri voor de Nederlandse overheid staat, of al de kant van Shell heeft gekozen”.

De FIOD reisde naar Abuja in het kader van onderzoek naar grootschalige omkoping door Shell in Nigeria

Het ministerie van Buitenlandse Zaken beaamt in een reactie dat er in 2018 „een melding is ontvangen aangaande de toenmalig ambassadeur”. Vervolgens is een feitenonderzoek uitgevoerd. De woordvoerder: „Het onderzoek en de gevolgen daarvan zijn personeelsvertrouwelijk.” Robert Petri zelf reageert niet.

Shell bevestigt in een reactie dat het van de ambassadeur informatie ontving over het op handen zijnde FIOD-bezoek. Het oliebedrijf heeft daar niets mee gedaan, zegt een woordvoerder: „De informatie is vastgelegd en er is verder geen actie ondernomen.”

Het Openbaar Ministerie zegt op de hoogte te zijn van de gang van zaken bij Buitenlandse Zaken. Een woordvoerder: „Wanneer er informatie over een lopend onderzoek in vertrouwen wordt gedeeld, dan is het niet toegestaan dat deze informatie vervolgens met derden gedeeld wordt. Dit zou strafrechtelijke onderzoeken kunnen schaden en dat is uiteraard onwenselijk.”

Achtergrond pagina E6-7