Analyse

Racisme en discriminatie zijn op het Binnenhof altijd een garantie voor ongemak

Politiek De politiek reageerde dinsdag louter op de massaliteit van de demonstratie in Amsterdam. Over racisme ging het, zoals vaker, niet.

Demonstranten op het Malieveld, dinsdag.
Demonstranten op het Malieveld, dinsdag. Foto David van Dam

„Racisme: al eeuwenlang een pandemie” schreeuwden de letters op een van de protestborden die maandag tijdens de antiracismedemonstratie op de Dam in Amsterdam omhoog werden gehouden. Racisme neemt geen coronapauze, vinden veel demonstranten, dus zij evenmin. Fout, oordeelden anderen, wacht nou liever tot die andere pandemie is uitgeraasd.

Zo complex als de discussie over racisme is, zo simpel oogden maandagavond de politieke scheidslijnen op het Binnenhof. Partijleiders en politici ter rechterzijde keerden zich tegen de onverwacht massale menigte die zich verzamelde. Grootste mikpunt was burgemeester Femke Halsema, die besliste het protest niet af te blazen.

Maandagavond zei Halsema dat de demonstratie alleen hardhandig beëindigd had kunnen worden. Juist bij een demonstratie tegen onder meer (dodelijk) politiegeweld wilde ze dat voorkomen.

Lees ook: Halsema heeft heel wat uit te leggen, vinden vriend en vijand

„Zo veel mensen zo dicht bij elkaar: dat moet je nu absoluut niet willen”, schreef Tweede Kamerlid Chris van Dam (CDA) na afloop op Twitter. „We zouden dit allemaal samen doen”, schreef VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, verwijzend naar de sociale offers die de ‘intelligente lockdown’ vergt. PVV-leider Geert Wilders riep op Halsema te ontslaan.

De dagen die voorafgingen aan de demonstratie op de Dam hielden zij zich op de vlakte. Toen waren het juist de partijleiders op links die zich na de dood van de zwarte burger George Floyd in Minneapolis en gewelddadig neergeslagen protesten uitspraken. „Schokkend om te zien wat in Amerika gebeurt”, twitterde PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher na de dood van Floyd. GroenLinks-leider Jesse Klaver: „Het racistisch politiegeweld in de VS komt voort uit institutioneel racisme.”

Verkeerd

Dinsdag werd minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) naar de Kamer geroepen tijdens het wekelijkse vragenuur. Niemand had de drukte op de Dam zien aankomen, iedereen uitte zich bezorgd, alle partijen wilden herhaling voorkomen. Ook GroenLinks.

De Kamer debatteert wel over incidenten rond racisme, maar niet over de onderliggende problematiek

„Dit was gewoon verkeerd”, zei Klaver. „Het is misgegaan. Ik heb heel veel respect voor de mensen die wilden demonstreren voor deze belangrijke zaak, maar ze hadden afstand moeten houden.” VVD’er Dijkhoff betuigde ondertussen per tweet zijn sympathie aan een digitale campagne om aandacht te vragen voor racisme.

Over de onderliggende problematiek, de vraag of er in Nederland sprake is van structureel racisme, ging het dinsdag niet. Op een kortstondige poging van Farid Azarkan (Denk) na. Hij wilde van Grapperhaus weten wat hij vond van „de zorgen en angsten die deze demonstranten tentoonspreiden”.

Grapperhaus zei dat er in de Nederlandse samenleving „toch nog af en toe dingen niet goed gaan en mensen elkaar discrimineren”. Dat was het enige moment dat er geraakt werd aan de emoties van de demonstranten; het debat draaide louter om Halsema, om coronaboetes.

Racisme is politiek ongemak

Dat was niet alleen een kwestie van timing. Racisme en discriminatie zijn op het Binnenhof altijd een garantie op ongemak. Steeds dient het onderwerp zich aan, steeds slaat de politieke discussie dood.

De toeslagenaffaire bij de Belastingdienst, waar vooral mensen met een dubbele nationaliteit slachtoffer van lijken te zijn, de erbarmelijke leefomstandigheden van arbeidsmigranten, woningmarktdiscriminatie, arbeidsmarktdiscriminatie, misstanden bij de politie: de Tweede Kamer debatteert wel over de incidenten, maar niet over de onderliggende problematiek of systematiek.

Toen de zwarte Excelsior-voetballer Mendes Moreira in november racistische scheldwoorden toegeroepen kreeg door supporters van FC Den Bosch, reageerde een deel van de Kamer fel. In februari presenteerde voetbalbond KNVB een ‘aanvalsplan’. Het kabinet trok er 14 miljoen euro voor uit. Maar een debat bleef uit.

Lees ook: Het ongemak in Den Haag na het voetbalracisme

Ook linkse partijen committeren zich meestal niet in al te krachtige woorden en daden. Toen de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) in 2018, toen nog als lijsttrekker, mee wilde lopen in een demonstratie tegen racisme, probeerde Klaver hem tot drie keer toe tegen te houden. Die actie zou te sterk gericht zijn tegen Forum voor Democratie en PVV. Groot Wassink ging toch, net als Kamerlid Sadet Karabulut (SP), tegen de zin van de eigen partij.

Langzaam is bij PvdA en GroenLinks een kentering zichtbaar. Vorig najaar, na FC Den Bosch, vertelde Asscher aan NRC dat hij ook in Nederland „institutioneel racisme” ziet. Maandagavond schreef Klaver op Facebook: „We kunnen in Nederland niet doen alsof wij de uitzondering zijn. Dan zien we de uitsluitingsmechanismen die helaas ook in onze instituties zijn te vinden niet goed genoeg.”

Zo schuiven ze langzaam op richting het racismedebat dat de demonstranten op de Dam willen voeren. Niet over incidenten, maar over bouwstenen die zijn ingebakken in het systeem. Dat de opkomst zó werd onderschat, toont aan dat bestuurders geen weet hadden van hoe elementair antiracisme is bij een deel van de Nederlanders – en hoe hoog de emoties zijn opgelopen. Het is de vraag of een debat over de reden van vijfduizend Nederlanders om zich te verzamelen in een periode zónder corona wezenlijk anders was gevoerd – of überhaupt was gevoerd.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Over politiek en racisme

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.