Analyse

Nu de medische paniek voorbij is, kijkt Italië weer naar zijn structurele zwaktes

Economische zorgen De medische paniek in Italië is afgenomen, de bewegingsvrijheid neemt toe. Nu moet het land zich richten op zijn échte probleem, vindt de baas van de centrale bank.

Gouverneur Ignazio Visco van de Banca d’Italia waarschuwde vrijdag dat Italië een lange weg naar herstel te gaan heeft.
Gouverneur Ignazio Visco van de Banca d’Italia waarschuwde vrijdag dat Italië een lange weg naar herstel te gaan heeft. Foto Alessandro Di Meo/Reuters

Aan de vooravond van de nationale feestdag in Italië, dinsdag, hield president Sergio Mattarella een peptalk tot de natie. We schieten heen en weer tussen onzekerheid en verdriet aan de ene kant, en aan de andere kant hoop op een nieuw begin, zei hij. „Ik ben ervan overtuigd dat we het samen redden.”

Maar de gouverneur van de centrale bank was vrijdag wat minder stellig. „Dan moeten we wel eindelijk onze zwakheden aanpakken – die we soms niet willen zien.”

En de leider van de werkgevers ging er met gestrekt been in. Als het kabinet zo doorgaat, zei hij, „loopt de politiek het risico meer schade aan te richten dan Covid”.

Nu de medische paniek is gedaald tot het niveau van ‘onder controle houden’, komen de economische en sociale zorgen op de voorgrond. Die zetten vrijdag de toon in de jaarlijkse beschouwing over de stand van het land door de gouverneur van de Banca d’Italia. Dat was in feite één grote waarschuwing aan wie dacht even adem te kunnen halen. Nu begint het pas, was de boodschap van gouverneur Ignazio Visco, en Italië staat zwaar op achterstand.

Waar internationaal vaak wordt gewezen op de enorme staatsschuld, legde Visco de accenten anders. Het échte probleem van Italië, zei hij, is een aantal structurele belemmeringen voor groei. Iedereen kent ze, maar er is nauwelijks iets aan gedaan.

Lees ook: ‘Niets doen voor Zuid-Europa is gevaarlijk’

Menselijk kapitaal

Hij lichtte er vier uit: menselijk kapitaal, onderzoek en ontwikkeling, infrastructuur, belastingen. Hij stond uitgebreid stil bij het menselijk kapitaal, een van de oorzaken van de relatief lage arbeidsproductiviteit in Italië. Visco: „We staan in de Europese Unie op de een-na-laatste plaats wat betreft het aantal jongeren tussen de 25 en 34 jaar met een graad in het tertiaire onderwijs, en op de eerste plaats voor het aantal jongeren tussen de 15 en 29 jaar die niet studeren en niet werken.”

Onderzoek en ontwikkeling: de uitgaven van bedrijven bedragen 0,9 procent van het bbp, tegen een OESO-gemiddelde van 1,7 procent.

Infrastructuur: Italië ligt zowel qua traditionele als qua digitale infrastructuur achter bij concurrerende landen en staat in de EU op de negentiende plaats als het gaat om de beschikbaarheid van snel internet.

Belastingen: door zwartwerken en belastingontduiking „is de effectieve belastingdruk te hoog voor degenen die volledig de regels respecteren”, met als gevolg „verstorende effecten […] op het vermogen van bedrijven te groeien en innoveren”.

Een land dat vastzit, discussieert over de vakantie!

Carlo Bonomi voorzitter werkgevers

Er komen miljarden beschikbaar aan hulp. Het is daarbij belangrijk ervoor te zorgen dat mensen en bedrijven kunnen overleven, was de boodschap van Visco, maar „dat kan niet in de plaats komen van de ingrepen die noodzakelijk zijn om het groeipotentieel te verhogen”. Hij wees erop dat Italië een periode van „extreme onzekerheid” wacht.

In wat hij een basisscenario noemde daalt het bbp dit jaar met 9 procent en wordt de helft van dat verlies in 2021 ongedaan gemaakt. Maar in een negatiever scenario daalt het bbp met 13 procent en verloopt het herstel volgend jaar veel moeizamer. Italië heeft niet alles in eigen hand, de dalende wereldhandel eist zijn tol, maar het land moet nu vooral „de kracht vinden de inertie van het verleden te doorbreken en het vermogen herwinnen om te groeien”.

Te veel wetten en regels

Het kabinet heeft in april een taskforce ingesteld die met adviezen moet komen voor de fase die is ingegaan nu de meeste beperkingen aan de bewegingsvrijheid zijn verdwenen. Voorzitter daarvan is Vittorio Colao, oud-baas van Vodafone. In interviews vanuit zijn woonplaats Londen heeft hij gezegd dat in die adviezen veel nadruk zal liggen op een andere vaak genoemde belemmering voor groei: de bureaucratie. Er zijn te veel wetten en regels, zei hij tegen La Repubblica. Bovendien is er behoefte aan „een radicale transformatie van het overheidsbestuur via digitale technologie”.

Carlo Bonomi, sinds een paar weken voorzitter van werkgeversorganisatie Confindustria, onderschrijft volledig de noodzaak om te kappen in het woud van wetten, regels en procedures, maar vindt het allemaal nog veel te weinig concreet. Hij stelt dat het kabinet probeert de problemen voor zich uit te schuiven, terwijl er 700.000 tot één miljoen banen dreigen te verdwijnen. „Dit is een land, met de politiek voorop, dat in de ban is van een surreële discussie: wanneer en hoe we op vakantie kunnen. Een land dat vastzit, dat discussieert over de vakantie!”

Geen gewoon onderhoud

In een echo van de kritiek van gouverneur Visco wijst Bonomi erop dat Italië al 25 jaar aan productiviteit verliest ten opzichte van zijn concurrenten. Hij pleit voor een strategische toekomstvisie, „een idee over wat voor land we willen bouwen”. Ook binnen de meeregerende centrum-linkse Democratische Partij (PD) leeft het besef dat hiervan nog weinig publiekelijk zichtbaar is. Na het Europese principeakkoord vorige week over een herstelfonds van 750 miljard euro, pleitte Graziano Delrio, PD-fractieleider in de Kamer, voor „heldere en moedige ideeën, en geen projecten voor ‘onderhoud’ van het bestaande”.

Taskforce-voorzitter Colao heeft toegezegd snel met honderd concrete voorstellen te komen. Als het land er zo in slaagt, zoals Visco het noemde, de inertie van het verleden van zich af te schudden, zou dat ook in Europa de discussie over hulp aan Italië vergemakkelijken.