Marcus Azzini, artistiek leider Oostpool, vrijgepleit van machtsmisbruik

#MeToo Bij Toneelgroep Oostpool hebben zich geen misstanden voorgedaan. Dat concludeert de raad van toezicht na een onderzoek naar klachten over artistiek leider Marcus Azzini. De vier klokkenluiders reageren verbijsterd.

Huis Oostpool, thuisbasis van het Arnhemse theatergezelschap Oostpool.
Huis Oostpool, thuisbasis van het Arnhemse theatergezelschap Oostpool. Foto Bert Spiertz

Artistiek leider Marcus Azzini van Toneelgroep Oostpool heeft zich niet schuldig gemaakt intimidatie en machtsmisbruik. Dat is de uitkomst van een extern onderzoek waartoe de raad van toezicht opdracht had gegeven.

Half maart stuurden vier ex-medewerkers (van wie twee stagiairs) van Toneelgroep Oostpool een brief naar de raad van toezicht waarin ze melding maakten van seksuele intimidatie en machtsmisbruik binnen de organisatie (later bleek dat het artistiek leider Marcus Azzini betrof). Het gezelschap reageerde vervolgens snel en openbaar: zakelijk directeur Michiel Nannen meldde in een interview met Trouw dat de organisatie de klachten serieus nam en een onafhankelijk onderzoek zou laten uitvoeren.

Vrijdag kwamen de resultaten: de onderzoekers concluderen na gesprekken met alle betrokkenen dat er „geen sprake [was] van seksuele intimidatie of machtsmisbruik”. Voorzitter van de raad van toezicht Karen Verkerk liet in een persbericht weten dat er met Azzini „een zakelijk en scherp gesprek [is gevoerd] over zijn functioneren en de omgangsvormen en cultuur binnen het toneelgezelschap”. Er volgen verder geen sancties voor de artistiek leider. Wel neemt de organisatie de aanbevelingen van het onderzoek over om o.a. de werkprocessen door te lichten en Azzini te laten coachen op het gebied van zijn leiderschap.

De vier klokkenluiders zijn door de raad van toezicht niet bij het persbericht betrokken. Ze werden kort voordat het uitging ingelicht over de onderzoeksresultaten.

De vier laten in een statement weten „geschrokken en teleurgesteld” te zijn over de uitkomsten en „geshockeerd” dat hun verhalen onvoldoende onderbouwing zouden bieden voor de vaststelling van machtsmisbruik en seksuele intimidatie. Ook uitten ze flinke kritiek op het onderzoek: zij kregen geen kans om op de statements van Azzini te reageren, terwijl dit andersom wel het geval was. Verder constateren ze omissies in de conclusies, „met name aangaande het pestgedrag”.

Marcus Azzini. Foto Marcel Hemelrijk

Pijn

Verkerk zegt dat de raad van toezicht is „geschrokken” van deze kritiek. „Je merkt dat er veel pijn in de sector zit. Wij kunnen echter niet aan een bureau dicteren wat de uitkomst moet zijn.”

Ze ziet geen aanleiding om het onderzoek opnieuw te laten uitvoeren, maar zegt wel dat ze de melding van misstanden zeer serieus neemt. „De briefschrijvers vragen om een cultuurverandering, maar dat is een veel ingrijpender proces, dat doe je niet door alleen een pittig gesprek met Marcus te voeren. We staan aan het begin van een lange weg waar we erg graag de dialoog over willen blijven aangaan.”

Vanuit de theatersector klonk kritiek op Oostpool. In een veel gedeelde analyse op theaterkrant.nl betreurt theatermaker Gable Roelofsen de aanpak van de raad van toezicht. „De vier briefschrijvers verdienen meer dan een onhartelijke communicatiestrategie die op zijn best lijkt op een onzorgvuldige haastklus en op zijn slechtst een schandalige doofpot.” Frederik Brom van acteursbelangenvereniging ACT betreurt het dat in de afgelopen vijf jaar nog altijd geen gezamenlijke protocollen zijn ontwikkeld om dit soort zaken aan te pakken. „Het is belangrijk dat dit tot op de bodem wordt uitgezocht en dat moet in het volle zonlicht gebeuren.”